Lutkemeerpolder verdwijnt na 150 jaar

Verdwijnt het Lutkemeer voorgoed?

“De Lutkemeerpolder lijkt verloren”, schreef Het Parool, ondanks de ijverige weerstand van de actiegroep Behoud Lutkemeer, die zich voorstelde dat de polder een centrum van “stadslandbouw dicht bij huis” zou kunnen zijn, een “duurzaam alternatief voor gewassen die vanuit de hele wereld wordt aangesleept”. Vergeefs. De gemeente besloot tien jaar geleden al dat het gebied bouwrijp moest worden gemaakt voor een bedrijventerrein. 

Het Lutkemeer was, zoals de naam al zegt, een klein meertje in het poldergebied tussen Sloten en Sloterdijk. Via de Lye stond het in verbinding met het Spieringmeer, het noordelijkste stuk van het grote Haarlemmermeer. In de loop der tijd werden hier flinke stukken land door de ‘waterwolf’ weggeslagen. De dorpjes Nieuwerkerk en Rijck verdwenen, het dorp Sloten kwam praktisch aan zee te liggen. Toen in het najaar van 1836 het hele gebied tot twee keer toe overstroomde en het water tot in de straten van Amsterdam stond, werd definitief besloten het Haarlemmermeer in te polderen. In 1852 was dat enorme werk voltooid. 

Het Lutkemeer en het nog kleinere Ookmeertje bleven nog enige tijd bestaan, tot ook zij werden drooggelegd. In het geval van het Lutkemeer gebeurde dat als een particuliere onderneming. In 1863 was het meertje aangekocht door de broers Louis (1826-1902) en Jan Willem Rutgers van Rozenburg (1830-1902) – de laatste was behalve afgevaardigde van het district Haarlemmermeer in de Tweede Kamer, ook secretaris en directeur van de Amsterdamsche Kanaalmaatschappij. In de jaren 1864-1865 zetten de broers een stoomgemaal in om het meertje droog te malen en daarna droog te houden, want het polderpeil kwam op bijna vijf meter onder NAP te liggen. 

De gronden van Raasdorp, net ten westen van de nieuwe polder, werden erbij gevoegd; alles bij elkaar leverde de droogmakerij 209 hectare bouwgrond op. Er kwam één kaarsrechte weg door het midden, de Lutkemeerweg. Louis en Jan Willem vormden samen het bestuur van het nieuwe waterschap. Ze namen een secretaris-penningmeester in dienst, een machinist voor het gemaal en een opzichter annex bode, die slechts f1,- per week verdiende, omdat-ie in de kleine polder niet veel te doen had. 

In 1932 kocht de gemeente Amsterdam 132 van de 209 hectare aan, met het oog op haar grote uitbreidingsplannen. De stad rukte vervolgens op tot Osdorp en de Aker. De Lutkemeerpolder bleef tot in de jaren zestig in gebruik als akkergrond, tot een groot deel van de zuidelijke helft werd ingericht voor het crematorium Westgaarde, met een uitgebreid park eromheen. Westgaarde ging in 1971 open.

Bestemmingsplannen zijn doorgaans heilig. Ook het nieuwe, ‘groene’ stadsbestuur kon de plannen niet meer tegenhouden, op een kleine aanpassing na: drie hectare van de Lutkemeerpolder blijft behouden voor de ecologische zorgboerderij De Boterbloem.

HET LUTKEMEER STAAT MIDDEN OP DE KAART UIT 1746 VAN HET HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND, DEELGEBIED AMSTERDAM-HALFWEG-HAARLEMMERLIEDE. HET IS DE DERDE, DOOR LANDMETER MELCHIOR BOLSTRA GEHEEL HERZIENE UITGAVE VAN EEN KAART UIT 1647. RECHTSBOVEN LIGT AMSTERDAM.

 

Koen Kleijn

Novembernummer 2019

Delen: