Luchtvaartpionier Karel Muller

Op dinsdag 19 december 1916 landen er voor het eerst drie vliegtuigen op Schiphol. Een daarvan werd gevlogen door luitenant ter zee-vliegenier Karel Muller. Mede door zijn werk voor het theater wordt Muller een Bekende Nederlander, maar zijn levensstijl breekt hem op.  

 

Karel Muller wordt geboren op 16 augustus 1890, op de bovenste verdieping van de Eerste Oosterparkstraat 438, later Oosterpark 82 (het huidige Witsenhuis). Een kleine acht jaar woont Karel hier met zijn ouders, schilder Gerard Gustaaf Muller en toneelspeelster Jenny Juliette ‘Jetje’ Roos. Op de eerste etage woont George Breitner en op de begane grond Isaac Israëls. Na het vertrek van Breitner neemt Willem Witsen diens atelier over. Als driejarige hoort Karel op de verdieping onder hem de roemruchte ‘Tachtigers’ Willem Kloos en Hein Boeken rondscharrelen.  

Jetje Roos heeft voor haar huwelijk het toneelleven opgegeven, maar vrede heeft zij daar niet mee; spoedig vertoont het huwelijk barsten. Jetje gaat haar eigen weg, verblijft vanaf 1901 een tijd in Den Haag en glanst vanaf 1902 weer op de planken. Gerard vertrekt naar Rome. In 1904 wordt de scheiding uitgesproken. De kleine Karel wordt tussen 1901 en 1906 in de kost gedaan in de Eerste Helmerstraat, bij een onderwijzer die verbonden is aan een chique particuliere school aan de Keizersgracht. 

 

Karel Doorman 

In augustus 1906 slaagt Muller voor het toelatingsexamen van het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. De volgende maand staat hij met jaargenoot Karel Doorman in het gelid tijdens de installatie van zeventien eerstejaars, als adelborsten 3e klasse. Karel is net zestien. Vier jaar later monstert hij – inmiddels adelborst eerste klasse – aan op pantserdekkruiser Hr. Ms. Utrecht.  

De oorlogsbodem patrouilleert tussen Curaçao en Paramaribo. Karel maakt de jaarwisseling mee op Bermuda en in april 1911 doet hij Haïti en Cuba aan. Het is een mooie tijd vol indrukken en ook ontspanning; de Utrecht heeft een eigen ‘Zang-, toneel- en gymnastiek vereeniging’ en Muller is de actieve ‘beschermheer’ – hij is tenslotte de zoon van Jetje Roos. Na de laatste reis wordt in Amsterdam in gebouw De Geelvinck aan het Singel een feestavond gegeven, met een ‘kluchtspel’ en ‘fraaie gymnastische oefeningen’ voor de Jantjes en hun vrouwen of meisjes.  

Karel Doorman vervolgt zijn carrière in de wateren bij Nieuw-Guinea, maar Muller wordt geplaatst op de schoener Dolfijn, die op de Noordzee de visserij controleert, en daarna op wachtschepen en logementschepen bij Den Helder en Hellevoetsluis. Daar is niets avontuurlijks aan.

Verder lezen? U vindt dit artikel in ons komende Novembernummer. Bestel het hier.

 

Beeld: Bewerkt door [email protected], Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Dossiers:
Kunst en Cultuur Vervoer
Editie:
November
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950