Kweekvijver voor het uitgaansleven

Dansen bij Jansen

45 jaar geleden opende Dansen bij Jansen. De studentendiscotheek was een instant-hit, en een veilige uitvalsbasis voor jongeren om het Amsterdamse nachtleven te gaan verkennen. 

In het voorjaar van 1977 liep de 22-jarige rechtenstudent Maarten van den Biggelaar met een vriendinnetje door de stad. Waar moesten ze naartoe om te dansen? Voor studenten was er niets. Amsterdam had geen studentendiscotheek, dus begon Van den Biggelaar er zelf maar eentje. Hij trommelde vier vrienden op die ieder hun vader zo gek kregen om te investeren.  

Een leeg pand vond hij aan de Handboogstraat 11 (ook wel de Handboogsteeg) waar eerder country & western-café Tuf-Tuf had gezeten, maar dat was uitgebrand. Die zomer verbouwde Van den Biggelaar de zaak zelf met zijn vrienden. Ze noemden hun discotheek Dansen bij Jansen. Op 27 oktober 1977 openden de deuren. De prijs van een biertje was 1,25 gulden, maar op die eerste avond werd de eerste 150 liter bier gratis weggeven. Dat bier was binnen een uurtje op. Dansen bij Jansen was een instant-hit.  

Witgekalkte muren 

Mooi hoefde het niet te zijn. De schamele inrichting droeg juist bij aan de ongedwongen, onbekommerde danssfeer. Verslaggevers waren verbaasd over wat ze aantroffen: ‘Pluche en nepkristal ontbreekt. Slechts witgekalkte muren met hier en daar een kleurige streek verf, het houtwerk donkerbruin geschilderd en strakke lampenkappen van geëmailleerd metaal.’  

Er werd niet één soort muziek gedraaid; disco, soul of funk klonk allemaal door elkaar. Formeel werden alleen studenten binnengelaten, want Dansen bij Jansen was een vereniging, om die reden hoefden ze pas om vier uur te sluiten. Maar aan het toegangsbeleid werd niet altijd strikt de hand gehouden.  

Tijmen Vermaas, geboren en getogen Amsterdammer, werd in 1982 gevraagd als portier. Hij was bepaald niet het prototype student (hij had een succesvolle carrière als profbokser afgesloten) maar hij kwam geregeld bij Jansen. Tot dan stonden er een forse hockeyer en een roeier bij de deur. ‘Maar zij hadden geen vechtervaring.’  

De uitgaanssfeer werd in de jaren tachtig grimmiger. ‘Wij hadden last van punkers. Die zaten in het café van kraakpand Vrankrijk aan de Spuistraat, maar dat sloot om 1.00 uur. Daarna kwamen ze bij ons, plichtmatig een beetje vervelend doen.’ Als het nodig was trad hij op. ‘Dat was makkelijk, want ze hadden handvaatjes. Eén keer heb ik een grote punker aan de veiligheidsspeld door zijn wang zó hup beetgepakt en meegevoerd naar buiten. Drugs? Er werd wel geblowd, maar cocaïne of andere harddrugs werden bij ons niet gebruikt.’  

Drinken van de plank 

In 1987 kon Vermaas de studentendiscotheek van de twee overgebleven oprichters kopen. Hij bedacht zich geen moment. De bijnaam ‘Sjansen bij Jansen’ deed hij ook zelf eer aan; hij trouwde met de studente die hij aannam als barmeisje. Het aantal Dansen bij Jansen-liefdeskoppeltjes is niet te tellen, zegt hij. ‘We wilden een keer een feest geven voor ze, en hadden uitgerekend dat er dan een rij zou staan tot aan het Centraal Station.’ 

Dansen bij Jansen organiseerde als marketingtool het eindfeest van de kennismakingsweek voor studenten aan de Vrije Universiteit. Vermaas: ‘Jansen was een soort kweekvijver voor het uitgaansleven, het zat tussen een discotheek en een clubhuis in. Je ging er een jaar of twee naar toe en dan sloeg je je vleugels uit.  

Verder lezen? Abonnees ontvangen het oktobernummer van Ons Amsterdam omstreeks 30 september in de brievenbus! Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je vóór vrijdag 30 september 23:59 u. aan dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd.

Header: Stadsarchief Amsterdam/Eric Dix

 

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Oktober
Rubriek:
Tijdperk:
1950-2000