Jungle van straatnaamborden

Eenheid in stijl is tegenwoordig ver te zoeken

De moderne mens kan niet zonder borden, pictogrammen en gevelreclames die hem de juiste weg wijzen. De middeleeuwer had daar geen behoefte aan. Straatnaamborden zijn een betrekkelijk modern fenomeen. In Amsterdam rukten ze gestaag op, met een steeds duidelijker belettering. Maar sinds de vorming van de stadsdelen is daar de klad in gekomen.

 

Het is voor ons heel vanzelfsprekend dat alle straten namen hebben. Hoe zou je anders de weg in de stad moeten vinden? Toch kende Amsterdam eeuwenlang nauwelijks straatnaamborden – en dat terwijl de stad vanaf de 16de eeuw toch een handelsstad was van wereldformaat. Maar men veronderstelde blijkbaar toch dat iedereen wel vanzelf z’n weg vond.
Huisnummers waren er evenmin. Soms was een pand te herkennen aan een gevelsteen of uithangbord, maar lang niet elk huis had zo’n herkenningsteken. Dan werd het adres omschreven. Zo woonde in 1746 Dirk van Bergen in de “Kerkstraat, ’t 7de huys van de Utregtsestraat naar den Amstel n.z. [noordzijde]”. De rijkeren hadden het vaak beter voor elkaar. Het monumentale Huis aan de Drie Grachten uit 1610 heeft aan drie zijden trapgevels, die alle drie een in natuursteen gebeiteld straatnaambord kennen. Onder het naambord Fluweelenburgwal was vroeger op een sierlijk houten bord de nieuwe naam van die straat aangebracht: ‘Ovde Zyds Voorbvrgwal (Centrvm)’, maar dat is inmiddels verdwenen.
Pas in 1796, toen Amsterdam al een inwonertal had bereikt van ver boven de 100.000, kreeg de dolende bezoeker hulp. De Fransen riepen in dat jaar de Bataafse Republiek in Nederland uit en voerden hervormingen door op allerlei gebied. Op 13 juli 1796 maakte de Amsterdamse gemeenteraad in de hele stad via een gedrukt plakkaat bekend “binnen weinige dagen” te zullen beginnen met het aanbrengen van straatnaamborden op de hoekpanden. De burgers kregen de strenge vermaning hier alle medewerking aan te verlenen. Eerder dat jaar had men al op last van de Fransen de huizen genummerd, waarbij het huisnummer eenvoudigweg op de deurpost werd geschilderd (overigens andere nummers dan tegenwoordig, want men kende nog geen even en oneven zijden). De eerste straatnaambordjes waren van hout, waarop men de naam van de straat of gracht in gestandaardiseerde letters schilderde.

Labyrint van stegen
Dat het de hoogste tijd was voor een aanduiding van de straten, bewezen de talloze bordjes op ruwe houten latten die in de smalle steegjes van de Jordaan waren aangebracht. De bewoners hadden die vanaf het ontstaan van de wijk in de 17de eeuw zelf opgehangen, want anders raakte je onherroepelijk verdwaald in het labyrint van gangen en stegen van deze steeds verder volgebouwde volkswijk.
De gemeente bleek niet iedere straat een naambord waard te vinden, want in de achterafsteegjes bleven de zelfgemaakte bordjes ook na 1796 gewoon hangen. Zelfs in 1863, toen de houten straatnaamborden werden vervangen door emaillen platen, deelden de stegen niet in de eer van overheidswege een naambordje te krijgen. En nog altijd zijn er naambordloze stegen in Amsterdam. Al komt het ook voor dat ze ineens, na eeuwen, alsnog een bord krijgen. Dat gebeurde in een steeg tussen de Lijnbaansgracht en de Fokke Simonszstraat, die vroeger door de omwonenden Stinkslootsteeg werd genoemd omdat omliggende bedrijven toen nog veel afval in de gracht loosden. Enkele jaren geleden wilden omwonenden de steeg vanwege de veiligheid laten afsluiten. Andere buurtgenoten protesteerden. De steeg bleef open en kreeg ineens ook een officiële naam en een bord: Nieuwe Gang. Op het Meertens Instituut doet men tegenwoordig zelfs onderzoek naar de taalkundige en emotionele betekenis van straatnamen. Ze kunnen geschiedenissen vertellen en een bord op een huis kan in zichzelf een stuk geschiedenis vormen. De oudste straatnaambordjes die we nu nog op veel plekken in Amsterdam vinden, zijn ruim 100 jaar oud. Zolang een huis niet gesloopt, verbouwd of opgeknapt wordt, blijven ze hangen.

Gebed zonder end gestolen
Diefstal van straatnaamborden is de laatste decennia welhaast een volkssport geworden. Sinds bekende popgroepen als The Beatles de gewoonte hadden songs naar straten te vernoemen (zoals Penny Lane), vallen die borden niet aan te slepen. In Amsterdam geldt die rage voor het Gebed zonder End, een zijstraatje van de Grimburgwal. Nu zit hier een op de muur geschilderde naamsaanduiding. Ooit zaten er straatnaambordjes, maar die werden telkens gestolen omdat men de naam zo grappig vond.
Sommige borden geven een toelichting, maar dat lijkt willekeurig toegepast. De schrijvers van Een typografische wandeling door Amsterdam (1998) staan wat dat aangaat stil bij het Mr. Visserplein. Voor dit plein moesten in 1968 heel wat historische namen uit de oude jodenbuurt verdwijnen: Markenplein, Markensteeg en Lazarussteeg. Waarschijnlijk niet toevallig werd het plein genoemd naar mr. L.E. Visser, president van de Hoge Raad, die tijdens de bezetting opkwam voor de belangen van de joodse bevolking, zoals een uitgebreid onderschrift van vier regels op het bord verduidelijkt. Het straatnaambord is daarmee meteen een herdenkingsbord. Iets dergelijks geldt ook voor de borden in de Amsterdamse verzetsheldenbuurt in Slotermeer, die ruim tachtig straten omvat die zijn vernoemd naar verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog. De meeste bordjes zijn daar voorzien van extra toelichting en vijfmaal groter dan normaal. Ahmet Efe, bestuurslid van de aldaar gelegen Turkse moskee, vindt zelfs dat die straatnaamborden een bijdrage leveren aan de integratie.
Amsterdam zou Amsterdam niet zijn, als er niet ook diverse burgerinitiatieven op dit gebied zouden zijn. Zo is in Amsterdam-Oost de Vrolikstraat op de hoek met de Linnaeusstraat, sinds buurtbewoners de schouders hebben gezet onder het opkrikken van het imago van deze straat (analoog aan het ‘Opzoomeren’ in Rotterdam), veranderd in Opvrolikstraat. Tussen het politiebureau Linnaeusstraat en het door architect Mart Stam ontworpen flatgebouw is het Plein van de Hemelse Vrede ontstaan, dat behalve in het Nederlands ook in Chinese karakters wordt aangeduid. En in het Centrum heeft een bewoner een bijna echt lijkend bord gemaakt voor het Bianca Castafioreplein (vernoemd naar de operazangeres uit de Kuifje-strips): passend binnen het buurtinitiatief om dit peuterspeelpleintje op de hoek van de Staalstraat en Verversstraat tot een groene oase te maken en vrij te houden van drugsoverlast.

Oranje of groene borden
De letters van de Amsterdamse straatnaamborden zijn in de loop der jaren strakker en dunner geworden, vooral door de invoering van een nieuwe letter in de jaren zestig. In 1962 werd de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN) 3225 opgesteld, met vele voorbeelden van schreefloze letters om toe te passen in openbare opschriften. Een van de aanbevolen letters was ontworpen door de typograaf Jan van Krimpen samen met graveur Sem Hartz. Deze serie bestaat geheel uit kapitalen (hoofdletters) en heeft in de jaren zestig zijn weg gevonden naar de Amsterdamse straatnaambordjes. De Van Krimpen-letters zijn in de loop der jaren verbeterd. Bovendien is de blauwe tint van de bordjes lichter gemaakt, want ook dit bleek de leesbaarheid ten goede te komen. Het email van de oude bordjes is in de loop der jaren juist steeds donkerder geworden door verkleuring.
Het beheer van de straatnaambordjes ligt sinds de bestuurlijke opdeling van de stad bij de stadsdelen, waardoor de eenheid in stijl verloren dreigt te gaan. Het begin daarvan is al volop zichtbaar. Zo zijn in Amsterdam-Zuidoost straatnaambordjes groen. In de Rivierenbuurt zijn ze veel te krap gespatieerd. En op het Osdorpplein heeft ieder gebouw een straatnaambord in een eigen kleur, zoals oranje of groen. Paul Mijksenaar, hoogleraar vormgeving, hoopt dat Amsterdam de Van Krimpen-letter trouw blijft en niet zal overstappen op de door Gerard Unger ontworpen letter voor de ANWB-wegwijzers. In 1992 heeft een ministeriële werkgroep samen met de ANWB een model-straatnaambord ontworpen met deze letter, vastgelegd in de nieuwe NEN-norm 1772. Deze letter is in onderkast (kleine letter) uitgevoerd en oogt veel dikker en ronder: een totaal ander letterbeeld.
Landelijk is deze belettering inmiddels toonaangevend, zeker in dorpen, en zelfs het Handboek basisregistraties en gebouwen 2006 van de gemeente Amsterdam houdt deze nieuwe norm aan, als richtlijn voor de verschillende afdelingen stadsdeelwerken. En dat terwijl het toch een vreemde wending in het straatbeeld zou zijn, als plotseling overal de ANWB-borden zouden komen te hangen. De ANWB-belettering is speciaal ontworpen voor de langszoevende automobilist. Die is ook het meest gebaat bij borden op losse palen die direct op een kruispunt kunnen worden geplaatst. In de grote steden is men daar geen voorstander van om een wildgroei aan palen te voorkomen. Daar gaat men onverdroten door met het systeem van bevestiging aan hoekpanden. Aan de rafelranden van de stad, waar alleen de automobilist iets te zoeken heeft, rukt inmiddels echter het ANWB-bord op in Amsterdam.
Ook de spelling van straatnamen is door de jaren heen niet eenduidig geweest. Jonas Daniël Meijerplein wordt op sommige bordjes met een y geschreven. Rechtboomssloot staat op de oudere typen als één woord, terwijl het recenter als Recht Boomssloot wordt geschreven. Korte Koningstraat wordt soms met twee s-en geschreven, beide spellingen zijn in de straat te vinden. En Oude Schans wordt zowel los als aan elkaar geschreven. Ook cijfers worden niet eenduidig geschreven, zoals blijkt uit de borden 2e Nassaustraat en Tweede Helmersstraat. Namen worden naar willekeur genoteerd over één, twee of drie regels, borden zijn soms langgerekt, soms vierkanter van vorm. Ook de wijknamen zijn een rommeltje. Zo zien we Geuzenveld/Slotermeer naast Geuzenveld-Slotermeer.

Passie voor borden
Dat de geschiedenis van de straatnaamborden haar sporen nalaat in de vorm van divere stijlen, is alleen maar mooi. Maar dat in de huidige tijd een eenduidige vormgeving steeds meer ontbreekt, is een ander verhaal. “De verschillen in stijl zijn de laatste jaren toegenomen,” zo is vormgever Carel Kuitenbrouwer opgevallen. Hij heeft al jaren een passie voor straatnaamborden en geeft op zijn website www.kuitenbrouwer.nl commentaar op het ratjetoe aan borden dat hij gaandeweg ziet ontstaan.
De oudste foto in de beeldbank van het Gemeentearchief van de nieuwe borden met de Van Krimpen-letter dateert uit 1966. Kuitenbrouwer: “De borden hebben dan lange tijd een duidelijk stramien en lijken uit één werkstroom afkomstig: lettertype, bordformaat en afbrekingen worden consequent toegepast. Na de opdeling van de stad in de stadsdelen verandert dat: formaten, uitvoeringen, lettertypes, onderteksten, alles wisselt. Met name versmalde letters maken de naam vaak slechter leesbaar en het ziet er bovendien lelijk uit. In het digitale tijdperk is het versmallen van letters met één muisklik geregeld, het is jammer dat het zo makkelijk is geworden, want zo wordt het echt een zootje.”
Maar hoe erg is zoiets? Over de teloorgang van eenheid, schoonheid en stijl in de openbare ruimte zijn al jaren discussies gaande. Kuitenbrouwer: “Te midden van de huidige overdaad aan tekst in de openbare ruimte wekt het verwarring als de straatnaamborden niet meer uniform zijn. Als je de weg niet zo goed kent, is het heel verwarrend, je weet niet meer waar je op moet letten. En het is ook lelijk, het is stijlloos. Veel mensen spreken over normen en waarden, integratie en participatie. Kunnen we dan op zijn minst zorgen dat nieuwkomers en vreemdelingen – letterlijk – de weg kunnen vinden in onze samenleving? In de grafische vormgeving wordt veel gezwetst over de verantwoordelijkheid van de vormgever voor het publieke domein. Wat is dat waard als een elementaire voorwaarde voor een goed functionerend publiek domein, namelijk straatnamen en wegwijzers, niet in orde is?”
Verder is het een teken van veronachtzaming van de openbare ruimte, vindt Kuitenbrouwer. “Ik vergeleek het ooit met de fonteintjes in het Vondelpark. Hoe erg is het als die geen water meer zouden geven? Als ze wegbezuinigd zouden worden? Zo erg is het ongeveer. Dat de zorg voor de omgeving vermindert, sluipenderwijs. Dat is erg.”

Delen:

Jaargang:
2007 59

Gerelateerd

Comedie aan de Middenweg
Comedie aan de Middenweg
Recensie 12 april 2013
King in de RAI
King in de RAI
Recensie 1 april 2013
Column: Nieuwe vrijplaatsen
Column: Nieuwe vrijplaatsen
Column 21 december 2010