Juliana eist haar vrijheid op

De notariële archieven bevatten duizenden akten die raken aan de geschiedenis van slavernij en slavenhandel. Overzee in de koloniën en ook in Amsterdam zelf.

Naarmate het verkeer tussen Afrika, Nederlands-Brazilië en Amsterdam toenam, kwamen steeds vaker mensen van Afrikaanse en Braziliaanse afkomst naar Amsterdam. Als slaafgemaakte bedienden, als zeeman of soldaat in dienst van de West-Indische Compagnie (WIC). Zo arriveerde in 1638 oud-commandeur Hans Willem Louissen uit Brazilië met vrouw, twee dochters en twee ‘moulaten’ aan boord van het schip De Hollandse Tuin. En vertrok in 1639 João Rodriguez Machado met zijn vrouw en een zwarte slaafgemaakte man met het schip Barcque Longe, ook uit Brazilië.

Op 1 november 1656 legde koopman Eliau de Burgos in Amsterdam een verklaring af bij de notaris over de slaafgemaakte Juliana, die bij hem weg wilde. Hij zei: “dat hij gecocht heeft een negeringe genaemt Juliana alsdoen out omtrent tien a elf jaeren voor de somme van Vijfhondert Vijfentwintich gls & dat hij deselve negeringe altijt bij hem behouden & tot sijn slavinnen gebruickt heeft tot dat het Recif aende Portugeesen overgegaan is”. Met andere woorden: hij had haar als jong meisje voor f 525,- gekocht en ‘gebruikt’ tot hij uit Recife moest vertrekken na de komst van de Portugezen.

Juliana had hem gesmeekt haar niet te verkopen aan de Portugezen, zei hij, maar mee te nemen naar de Republiek. Of dat laatste waar is, valt te betwijfelen, maar duidelijk is dat zij eenmaal hier op de hoogte raakte van de wetgeving in Amsterdam die stelde dat er in de stad geen slavernij bestond. In 1644 was dat nog eens expliciet opgenomen in de boeken met ‘Keuren en Costumen’ van de stad: “Binnen der Stadt van Amstelredamme ende hare vrijheydt, zijn alle menschen vrij, ende gene Slaven” (hoofdstuk 34 Van den Staet ende conditie van persoonen).

 

Opstoken

Juliana besloot weg te lopen. Het is goed mogelijk dat zij in de omgeving van de Jodenbreestraat in contact was gekomen met vrije Afrikanen die haar geholpen hebben. De Burgos foeterde in zijn verklaring over ‘oprocken’ (opstoken) door “andere die haer wijs gemaeckt hebben dat sij alhijer vrij & ongehouden was hem [..] te dienen”.

Ieder mens in Amsterdam was een vrij persoon, maar die vrijheid werd niet automatisch verleend. Het tweede artikel van de Keur bepaalde hoe je die vrijheid kon opeisen: “... alle slaven, die binnen deser Stede [...] komen ofte gebracht worden; zijn vrij ende buyten de macht ende authoriteyt van haer Meesters, ende Vrouwen; ende by soo verre haere Meesters ende Vrouwen de selve als slaven wilden houden, ende tegens haeren danck doen dienen, vermogen de selve persoonen haere voorsz. Meester ende Vrouwen voor den Gerechte deser Stede te doen dagen, ende hen aldaer rechtelyck vry te doen verklaren.”

De vrijheid gold dus in theorie. Maar je moest er wel van op de hoogte zijn, de mogelijkheid hebben om naar de autoriteiten te stappen en je meester voor het gerecht te dagen, en ten slotte een plek hebben om naartoe te gaan na het verkrijgen van de vrijheid. Uit de verklaring van de Burgos blijkt dat Juliana door anderen op de hoogte was gebracht van die wetgeving en daarna besloot De Burgos te verlaten.

 

Vrijverklaring

Het kon ook anders: Simão Correa en zijn vrouw Maria da Costa Caminha gaven in Amsterdam uit eigen beweging de vrijheid aan de uit Brazilië meegenomen, maar in Afrika geboren zwarte vrouw Zabelinha en haar kinderen. Het is een van de zeldzame vrijverklaringen in het Notarieel Archief.

Het echtpaar verklaarde dat: “zijluijden uijt Brazil in hun geselschap alhier overgebracht hadden, eenen haeren slavinne genaemt Zabelinha geboortich van de Riviere van Guine, die welcke sijluijden daer nae weer gesonden hebben nae de [voorszegde] quartieren van Brazil ende also hebben de voorn Simon Correa ende [voornoemde] Juffr Maria da Costa Kaminha sijn wijff [ver]claert & gegeven […] Brieff van vrijdom of vrijheijt aen de voorn[oemde] Zabelinha […] en desselfs kinderen”.

Formeel was de verklaring eigenlijk niet nodig, maar wellicht wilde Zabelinha met haar kinderen naar Brazilië of Guinee terugkeren, en dan had zij die brief waarschijnlijk hard nodig.

MARK PONTE IS HISTORICUS EN WERKT BIJ HET STADSARCHIEF AMSTERDAM. HET VERHAAL VAN JULIANA IS ONDERDEEL VAN DE TENTOONSTELLING AMSTERDAMMERS EN SLAVERNIJ, IN HET STADSARCHIEF AMSTERDAM.

 

Beeld: Detail van Portret van een zwarte vrouw met parelketting, Cornelis van Dalen (II) naar een schilderij van Govert Flinck, uitgegeven door Abraham Bloteling, midden 17de eeuw. Collectie Rijksmuseum Amsterdam

 

Juli/Augustus 2020

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Amsterdamse Akten
Tijdperk:
1600-1700