Januari/Februarinummer: de vaste route van Manon Duintjer

Klankschaalsessies, yoga, macrobiotisch eten en het aanbidden van hindoeïstische goden: in de jaren zeventig raakte Amsterdam in de ban van Oosterse spiritualiteit. Schrijfster Manon Duintjer maakte al jong kennis met deze betoverende wereld door haar vader, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, die er volledig in weg dwaalde. 

“Wat had […] een intelligente en belezen man, extreem goed op de hoogte van de binnen- en buitenlandse politiek, ertoe gedreven om zich met huid en haar over te geven aan een Indiër met overgewicht, die claimde zonder de tussenkomst van een vrouw op aarde te zijn verschenen? Dat moest wel iets krachtigs zijn”, overdenkt hoofdpersoon Kim in We zijn verdwaald, de nieuwe roman van Manon Duintjer. Als dochter én als historica is zij gefascineerd door de spirituele hausse in de laatste decennia van de vorige eeuw. Haar vader, de filosoof Otto Duintjer,was zeker niet de enige intellectueel die het spirituele pad op ging. “Hijkwam uit een streng gereformeerd nest waarin je nauwelijks je emoties kon uiten”, vertelt ze als we voor het pand staan waar vroeger spiritueel centrum de Kosmos zat. “Hij had nog theologie gestudeerd met het plan dominee te worden. Maar net zoals veel mensen in die tijd brak hij met de klassieke kerk en wilde vrij zij, maar het gen om te geloven zat er wel in. En je moet toch wát.” Ze grijnst. 

 

Knetter-stoned

Het begon allemaal hier, bij de Kosmos, Prins Hendrikkade 142. Hier maakte hij kennis met spirituele stromingen en meditatie. “Als academicus maakte hij er een hele studie van en álles wat hij deed – ook het blowen – deed hij heel bewust.” Wat ooit bruin, oranje en muf was, is nu kraakwit, chique en fris. Dure designlampen in de hal. Het contrast had niet groter kunnen zijn. Er zit nu een trainingscentrum van de gemeente. “Ik was een jaar of vijf toen ik met mijn ouders in de Kosmos kwam. Ze deden op zolder aan tai chi. Mijn moeder had een schattig zakje met kroepoekjes voor mij gemaakt met een Boboerbij, maar ze had er niet bij nagedacht dat het ontzettend kraakte tijdens de haast geruisloze les.”

Katja Kreukels

Januari/Februarinummer 2020

Delen: