Jacob van Ruisdael

FOTO: Hans van den Bogaard

Jacob van Ruisdael woonde op de Dam schuin tegenover het paleis, dat toen nog het stadhuis was. Op een goede dag klom hij naar boven. Uit de hoogte en in de verte heerst hij over de stad.

Met een brok in je keel op het dak

We konden niet allebei het dak op. Het heeft sowieso maanden geduurd voordat de mogelijkheid zich aandiende. Jacob van Ruisdael hoefde alleen maar zijn deur uit te stappen, het plein schuin over te steken en het stadhuis binnen te gaan. Uiteraard had hij een schetsboekje bij zich. Het vierkante doek dat daaruit is ontstaan, wekt een afgunstig verlangen: de stad onder je laten, een overzicht krijgen van het geheel, weg van het menselijk gewoel. Had Ruisdael dezelfde aanvechting?
Zijn tijdgenoten Gerrit Berckheyde, Johan Lingelbach, Hendrik Mommers, Jan van Kessel en Jan van der Heyden schilderden de Dam met het monument van Jacob van Campen prominent in beeld. Ruisdael deed dat niet. Was het eigenzinnigheid? Of kwam het door de dagelijkse blik, die zo vertrouwd was dat het gebouw een sta-in-de-weg werd. Het centrum van de stad zien zónder de aanblik van 'het achtste wereldwonder'. Die ervaring wilden wij ook. In de lange periode van restauratie, waarbij het grauwgrijs geworden zandsteen de kleur moet terugkrijgen die Ruisdael vanuit zijn atelier kon zien, proberen we toegang te krijgen. Nee, niet wachten tot het weer als nieuw is. Het lukt tenslotte.
Op de Dam scheiden onze wegen. Maar het wij-gevoel – eigen aan het paleis, dat nog is ingepakt alsof Christo en zijn vrouw hun slag hebben geslagen – blijft. Ruisdael neemt ons bij de hand: de een gaat via de bouwlift en de steigers aan de kant van de Nieuwe Kerk het dak op, de ander terug over de Dam, naar Peek & Cloppenburg. Zo'n tien passen van het Rokin heeft het huis gestaan waar de schilder woonde en werkte boven de winkel van een kunstverkoper.
"Voorwaar een ideaal atelier moet de groote meester hier gevonden hebben met het door schilders zoo gezochte noorderlicht en geen huizen er tegenover, die het zonlicht konden weerkaatsen op zijn werk." De gemeentearchivaris mr. W.F.H. Oldewelt, onvermoeibaar spitter, beschreef in 1938 zijn zoektocht naar Ruisdaels Amsterdamse verblijfplaatsen.
Met behulp van verpondings- en verhuringsboeken, belastingkohiers en andere 17de-eeuwse bronnen lokaliseerde hij drie adressen, niet ver van elkaar. Nog voordat de Haarlemmer Ruisdael zich in 1659 officieel als poorter liet inschrijven, woonde hij in de Beursstraat, zoals het smalle stukje Rokin om de hoek van de Dam destijds heette. Daarna op een adres vooraan in de Kalverstraat en vanaf 1670 tot aan zijn dood in maart 1682 aan de zuidzijde van de Dam.
Ruisdaels laatste stek verdween in 1868 toen Hajenius het chique sigarenmagazijn De Rijnstroom liet optrekken. Dat werd vervolgens in 1914 met het gehele blok tot aan de Kromelleboogsteeg verzwolgen door 'het broekenpaleis'. Gevelstenen rondom memoreren allerlei afgebroken panden, maar niets herinnert aan Ruisdael. De rij toeristen die zich elke dag vormt, komt voor de uitstalling van Madame Tussaud. Boven de tweede klapdeur waar – 'wanna debate' – het wassen gezicht van Barack Obama lacht, keek Ruisdael over het water van het Damrak tot aan het IJ. Schuin links aan de overkant stond de Waag, en rechts zag hij de toren van de Oude Kerk. Zijn getekende en geschilderde Damgezichten laten zien hoe druk het was; door de bedrijvigheid aan de binnenhaven vermoedelijk lawaaiiger dan nu.
Op een heldere middag klom Ruisdael naar de wijde blik. Eenmaal staande bij de rand moet hij, uitkijkend over de noordkant van Amsterdam, hebben gemerkt hoeveel symboliek zijn standpunt inhield. Ruisdaels wijde blik begint bij het bouwmateriaal dat hij achteloos en daardoor zo onomwonden op de voorgrond plaatst. Vanaf het dak duidt niets op de verheven rijkdom van het stadhuis. Het was weliswaar in 1655 ingehuldigd, maar er werd nog jaren aan getimmerd. Ondanks de ontzagwekkende wolkenlucht, die haar kat-en-muisspel speelt met de nietige grote stad, kun je niet om de brokstukken heen.
Behalve het geklapper van de lappen om de steigers en het geruis van de stad is het stil op het dak. Maar Ruisdaels hallucinerend mooie vergezicht zorgt voor problemen. Dat de onbarmhartig opgetrokken 20ste-eeuwse bebouwing de wijde blik IJwaarts beknot, hadden we voorzien. Met de Nieuwe Kerk hadden we geen rekening gehouden. Evenmin met het diepteverschil. Positie kiezen in de koepel waar Wilhelmina haar ezel weleens neerzette, heeft geen zin. De kerk blijft dwarszitten. Contact is onmogelijk: de gsm werkt niet en schreeuwen helpt niet.
Feit en fictie mengen zich wanneer we na afloop onze observaties en bevindingen vergelijken. De diverse kunsthistorische beschouwingen en topografische berekeningen zijn niet eensluidend over Ruisdaels standpunt – op het stadhuis of de Nieuwe Kerk – noch over de datering. Op de voorstudie, in het bezit van het Rijksprentenkabinet, ligt de horizon hoger en een steigerhek verstoort de illusie van de vogelvlucht.
Weer bekijken we de reproductie van Ruisdaels meesterwerk. We benijden de Londenaren omdat ze zich dagelijks aan het schilderij kunnen laven, en de schilder om zijn vrijheid. Met een priemende vinger – of krijtje – kon hij de huizen aanraken, met de palm van zijn hand een hele buurt verdonkeremanen. Meer nog dan in zijn andere weergaloze landschapsschilderijen, zoals de bleekvelden bij Haarlem, heeft hij zich hier afgezonderd. Één stap verwijderd van de afgrond legde Ruisdael, altijd vrijgezel gebleven, de stad in alle eenzaamheid vast: uit de hoogte en in de verte. Geen wassen beeld, hoe 'echt' ook, is in staat om ons, zo zonder tumult, een brok in de keel te bezorgen.
We ontcijferen de graffiti aan de zijkant van de opbouw van het negende huis op de Nieuwendijk: we drink so much today that we won't remember tomorrow. Ruisdael signeerde zijn doek op het bouwmateriaal (JvRuisdael). Heeft hij dat ook werkelijk hebben gedaan? Met een scherp mes zijn naam in een van de balken op het dak gekerfd? Zodat hij elke keer als hij vanuit zijn atelierraam omhoog keek, bij zichzelf kon zeggen: Ruisdael was hier.

Delen:

Jaargang:
2011 63

Gerelateerd

Die brutale Joden
Die brutale Joden
28 november 2011
Bed: f. 100,- per maand
Bed: f. 100,- per maand
28 november 2011
Feiten en cijfers over immigratie
Feiten en cijfers over immigratie
28 november 2011