IN MEMORIAM JOOSJE LAKMAKER (1950-2019)

Alweer verliest Ons Amsterdam een geliefde medewerker. Sinds 2008 schreef Joosje Lakmaker, die op 23 april overleed, vijftien lijvige artikelen voor ons blad en was zij vaak levendig aanwezig op onze periodieke feestelijke bijeenkomsten.
Maandag 29 april werd zij in besloten kring begraven op De Nieuwe Ooster; dinsdag werd ze door een grote schare vrienden herdacht in de Uilenburgersjoel. 
Bij haar debuut kende ik (PPdB, oud-hoofdredacteur) haar al – als vriendin van vrienden – een kwart eeuw lang en had zij al een imposante loopbaan achter de rug. Eigenlijk kwam ik dus pas akelig laat op het idee haar voor Ons Amsterdam in de schakelen…

Op 14 februari 1950 werd Joosje geboren als oudste kind van huisarts Hans Lakmaker, een zeer geliefde huisarts in de Nieuwmarktbuurt (Kromme Waal), en Lucie Lakmaker-Hofstee, die door haar huwelijk automatisch onbezoldigd huisarts-assistente werd. Na Joosje kwamen Martijn (1952), 
beeldend kunstenaar, en Henriette (1959), journalist. 
Al vroeg openbaarde zich Joosjes rebelse geest. In 1967 werd ze als 17-jarige lid van de radicaal-linkse maar tevens robuust anti-stalinistische Socialistische Jeugd (SJ). Haar sociaal-democratische vader herkende zijn eigen jeugdig sentiment en had er wel plezier in. Eindelijk kwam het tussen hem, sinds de Holocaust die hem van onder meer zijn ouders beroofde, tot een echt gesprek. Dat wil zeggen: over idealen en actuele politiek. Niet over het Grote Verlies.

Het socialisme bleek niet alle maatschappelijke problemen even scherp in het vizier te hebben. Neem nu de onderhorige positie van de vrouw. Joosje werd dan ook actief in de vrouwenbeweging. Maar dan wel de 'Femsoc'-variant: feministisch-socialistisch.
Ook al verbrokkelde haar geloof in de Rode Revolutie, heel wat SJ-kameraden van weleer bleven levenslang vrienden. De Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), links en libertair, werd in de jaren zeventig haar nieuwe politieke tehuis. Vanaf eind jaren zestig studeerde zij intussen psychologie en Slavische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna ging ze o.a. lesgeven aan de Haagse Sociale Academie. 
Joosje spande zich in voor het tweede-kansonderwijs aan vrouwen. In de Bijlmerbajes gaf ze kort na 1980 VOS-cursussen (Vrouwen Oriënteren zich op de samenleving). In diezelfde tijd werd ze medewerkster van de PSP-Tweede-Kamerfractie (Fred van der Spek, Willem Willems en Andrée van Es), tot die partij in 1990 opging in GroenLinks. Daarna kon ze haar idealisme, slimheid en hardnekkigheid jarenlang uitleven in het dagelijks bestuur van de Algemene Bond van Onderwijzend Personeel (ABOP), voorloper van de huidige Algemene Onderwijsbond.

Ze werkte daar pas kort en was 41 jaar oud toen haar vader geheel onverwacht en zonder enige verklaring op 2 juni 1991 zelfmoord pleegde. Zijn vrouw en kinderen bleven ontredderd achter. 
Er was gelukkig ook beter nieuws. Begin jaren negentig werd haar oude laconieke kameraad Tom van der Meer, historicus en educatief medewerker van het Rijksmuseum, haar nieuwe en definitieve levenspartner. Uit hun relatie werd in 1994 hun dochter Sofie geboren. Uit zijn vorige relatie had Tom al een zoon, Daniël.

Het dramatische einde van haar vader (die prachtig werd geportretteerd in Martin Schoutens interviews-boek 'Werk' uit 1977) werd de kiem van haar schrijverschap. In het eerste hoofdstuk schreef zij: 
“De jaren na zijn dood probeerde ik de ramp die ons gezin door zijn zelfmoord was overkomen te begrijpen. Ik kon niet boos zijn, al voelde ik me in de steek gelaten. 
Ik had alleen nog beter moeten opletten, vond ik. 
De aanleiding voor zijn zelfmoord leek ons de angst voor dementie. Maar zijn geschiedenis bood nog zo veel andere verklaringen. 
‘Ze hebben hem toch nog te pakken gekregen,’ zei mijn broer in de verwarde uren na de ontdekking van mijn vaders dood.”
En ‘ze’, dat waren natuurlijk de Nazi’s. Dat zijn ouders en broer in Auschwitz waren vermoord had zij altijd geweten, maar bespreekbaar was het nooit geweest. Pas nu ging zij er uitgebreid over lezen, om te beginnen in Jacques Pressers indrukwekkende boek Ondergang. In een biografie van journalist Philip Mechanicus (niet te verwarren met de gelijknamige fotograaf) kwam ze zowaar haar grootvader, de leergierige Leman Lakmaker, tegen. 
Voor het eerst dook zij de Amsterdamse archieven in (waarbij ik haar mocht adviseren). En in april 2008 resulteerde dat in het in mijn ogen allermooiste boek: Voorbij de Blauwbrug. Het verhaal van mijn Amsterdamse grootvader. Het is raar genoeg voor een groot deel een optimistisch klinkend boek: hoe een straatarme joodse analfabete sigarenmaker, met een analfabete vader, dankzij de socialistische jeugdbond De Zaaier maar ook door zijn eigen doorzettingsvermogen zich opwerkt tot uitgever. Maar met een hevige anticlimax: zijn door hemzelf intussen irrelevant beschouwde joodse afkomst wordt hem in december 1942 alsnog fataal. Het boek kreeg jubelende recensies.

Ons hernieuwde contact tijdens haar onderzoek maakte mij duidelijk dat zij het plezier van het schrijven te pakken had gekregen. Wilde zij dat niet ook eens voor Ons Amsterdam? Ja, graag! 
We begonnen in 2008 met een verhaal over de geweldige informatierijkdom van de archieven van de gemeentelijke Dienst voor de Maatschappelijke Steun. Daarop volgde een reeks van artikelen over andere sociaal-historische onderwerpen, zoals schuldenproblematiek en huisuitzettingen, schoolartsen, weekendbesteding in de afgelopen 10 jaar, de reuzenparel Maxima, 75 jaar Sinterklaasintochten, joods Rotterdam en de bewoningsgeschiedenis van de Lange Niezel.

Via de socialistische ‘volksverheffing’ van haar opa raakte zij ook gefascineerd door Herman Heijermans toneelwerk en vooral diens (joodse) topactrice Esther de Boer-van Rijk – die zo veel meer was dan haar populairste rol, vissersvrouw Kniertje in Op Hoop van Zegen. Over haar schreef zij (aangespoord door Salvador Bloemgarten, de grote kenner van de geschiedenis van het Nederlands jodendom) in 2014 een schitterende biografie: Esther de Boer-van Rijk, Nederlands populairste actrice. (In het voorwoord uitte zij terecht haar woede over de liquidatie van het Nederlands Theaterinstituut op de Herengracht.) 

Door haar Esther-boek in de ban geraakt van de toneelgeschiedenis schreef ze voor Ons Amsterdam een portret van topactrice Theo Mann-Bouwmeester. Ook nam ze in 2014 een paar afleveringen van onze rubriek De Vaste Route voor haar rekening: met cultuurondernemer Chris Keulemans, advocaat Herman Doeleman en ex-provo Sara Stolk-Duys. Die laatste interviewde ze ook live op het Spui bij de feestelijke presentatie eind 2014 van ons themanummer over de jaren zestig.

Joosje laatste grote klus was het onlangs verschenen boek over de 100-jarige Openbare Bibliotheek Amsterdam: Amsterdammers en hun bibliotheek. Als voorschot schreef ze in 2017 een artikel over Amsterdamse ‘parkbibliotheekjes’ voor kinderen., Het boek werd een project met hindernissen, als gevolg van steeds meer lichamelijke sores. Al in 2012 was darmkanker geconstateerd en – naar het leek – operatief bedwongen. Maar toen ze in april 2015 opnieuw werd onderzocht na een val van de trap (die haar gebroken ribben en nekwervels opleverde) bleek dat de kanker niet verdwenen was. Langdurige en uitputtende behandelingen volgden, met wisselend succes. 
Het werk aan het OBA-boek kwam daardoor natuurlijk in het gedrang. In 2018 ontstond lichte paniek: kwam het wel af vóór het eeuwfeest in februari 2019? Gelukkig werd publiciste Elke Veldkamp bereid gevonden een stevig deel van het resterende werk over te nemen. Achter de schermen leverde trouwens ook Tom van der Meer vanaf het begin vele hand- en spandiensten. 
En zo kon Joosje op 8 februari toch nog haar laatste boek te doop helpen houden. IJzerenheinig schreef ze op de valreep zelfs nog, met Elke, een boeiend artikel over de eerste OBA-jaren voor het recente januari-februarinummer van Ons Amsterdam. Zij was toen al enige maanden ‘uitbehandeld’, maar voelde zich nog redelijk goed.

De laatste maand ging het ineens heel snel.

Dat we voorgoed haar creativiteit, haar kritische zin, haar humor, haar hartelijke menselijke belangstelling, haar fonkelende bruine ogen en haar innemende ondeugende lach moeten missen – dat wil er bij ons nog steeds niet in.

Namens Ons Amsterdam, 
Peter-Paul de Baar (oud-hoofdredacteur)

Joosje Lakmaker schreef meerdere artikelen in Ons Amsterdam, waaronder:

De eerste jaren van de OBA

Esther de Boer-van Rijk. Kniertje trok volle zalen

Jeugdleeszaaltjes en parkbibliotheekjes 

De bruine kroeg heeft alles overleefd

Amsterdamsch Crisis-comité. 'Elken dag één cent, dan zijn wij content'

Het weekend in oude dagboeken en brieven

Dossier Lange Niezel. Hoe een wallenstraatje veranderde

De blijde incomste. 5000 kilo pepernoten en snoepgoed

Amsterdamse reuzeparel maakte veel mee

 

 

Delen: