In het Maartnummer: Marga Minco. 'Omdat ik het overleefd heb, schrijf ik’

100. Marga Minco wordt deze maand 100. Ze was 99 toen ze de P.C. Hooftprijs kreeg, 37 toen het Bittere kruid, haar eerste boek, uitkwam20 toen de Nazi-bezetting begon. Sara werd ze genoemd bij haar geboorte. Niemand van haar familie keerde terug uit de vernietigingskampen. 

Op een foto van enkele jaren na de bevrijding loopt een mooie jonge vrouw met haar dochtertje op de Dam, lachend, het halflange, donkere haar los op de schouders. Ze is 28 en noemt zich Marga Minco. Onder die naam zal ze uitgroeien tot een van Nederlands meest imponerende schrijvers. Vorig jaar, op haar 99ste, kreeg ze de P.C. Hooftprijs voor haar unieke oeuvre dat de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, het voorspel en de nasleep ervan belichaamt. En nu wordt ze honderd. Haar eeuwfeest valt samen met ‘75 jaar bevrijding’, voor Marga Minco driekwart eeuw overleven. 

Hoe de ogenschijnlijk opgewekte jonge vrouw op de foto zich van binnen voelde, vertelde ze op haar 70ste aan Ischa Meijer: “Na de bevrijding heb ik al mijn woede uit alle macht weggestopt. […] Die woede heb ik nooit, nooit geuit. Bij vlagen is die razernij er nog wel. Het is toch eigenlijk onvoorstelbaar hoe mijn generatie zich weer heeft kunnen aanpassen aan zoiets als een geordende, gewone samenleving, na alles wat ook die samenleving ons heeft aangedaan.” (Nieuwe Revue, 24 jan. 1991.)

Marga Minco moest onder ogen zien dat zij de enige overlevende was van het Joodse gezin waarin ze op 31 maart 1920 in het Brabantse Ginneken werd geboren als Sara Minco. Haar ouders, broer, zuster en hun partners werden vermoord in de vernietigingskampen. Aan hun nagedachtenis droeg ze in 1957 Het bittere kruid op, haar hartverscheurende in meer dan twintig talen vertaalde en tientallen malen herdrukte debuut met de slotzin: “Zij zouden nooit terugkomen, mijn vader niet, mijn moeder niet, Bettie niet, noch Dave en Lotte.” 

Door over hen te schrijven – en daarmee over het lotvan zovele Joden – hield ze haar dierbaren in leven. Tegelijkertijd maakte ze voor een groot en generaties omspannend publiek invoelbaar wat het betekent Holocaust-overlevende te zijn. Op Het bittere kruid volgden de bekroonde novelle Het adres (1957), talrijke verhalenbundels en de romans Een leeg huis (1966), De val (1983), De glazen brug (Boekenweekgeschenk 1986) en Nagelaten dagen (1996).

 

Verder lezen? Je vindt het hele artikel in het komende maartnummer.

Nog geen abonnee? Klik hier voor een extra voordelig abonnement

Delen: