In den gramofoonwinkel

In 1902 ontpopte een Amsterdamse banketbakker zich als een pionier in geluidsapparatuur en geluidsdragers. Willem Robbers stopte met de taartjes en ging door met de grammofoons. Heel Nederland wist hem aan de Leliegracht te vinden. 

Het was nauwelijks bij te benen, zoveel uitvindingen er in het laatste kwart van de 19de eeuw het licht zagen. Niet de minste was een noviteit op het gebied van audio: de reproductie van opgenomen geluid. In Nederland was het de Amsterdamse banketbakker Willem Robbers die hier al snel de mogelijkheden van inzag. Vanaf 1902 ging hij naast zijn lekkernijen ook fonografen verkopen, met muziekrollen die er op afgespeeld konden worden. De fonograaf is de voorloper van de grammofoon (platenspeler).
Robbers was één van de echte geluidspioniers in ons land. Pas kort daarvoor had ene William Sinkler Darby in Den Haag de eerste opnamen van Hollandse artiesten op Hollandse bodem gemaakt en op grammofoonplaten uitgebracht. Dat was in december 1899 of januari 1900. Darby was een medewerker van de vermaarde Duits-Amerikaanse elektrotechnicus Emile Berliner, die bij de Bell Telephone Company de door Edison uitgevonden fonograaf aanzienlijk verbeterde.
In een zaal achter de banketbakkerswinkel verkocht Robbers de fonografen. Al gauw breidde hij zijn assortiment uit met grammofoons en grammofoonplaten. Hij pakte de zaken groots aan, zoals hij ook met zijn banketbakkerswinkel had gedaan. Behalve nieuwe fonografen en grammofoons verkocht hij ook gebruikte apparaten en onderdelen. Inruilen van apparaten en het repareren van apparaten “door bekwame vaklieden aan alle machines” kon eveneens. Oude of gebarsten rollen nam hij tegen vergoeding terug. Die konden worden afgeschaafd en opnieuw gebruikt om bijvoorbeeld muziek op te nemen. Robbers gaf ook demonstraties van de fonografen die hij verkocht. En hij was ‘agent’, ‘groothandel’ en ‘vertegenwoordiger voor Nederland’ voor bekende rollen- en platenlabels uit die tijd, zoals Pathé, Edison, Columbia, Anker en Excelsior. 

Confiseur, patissier en cuisinier
Willem Frederik Robbers werd op 6 juni 1870 in Amsterdam geboren. Zijn ouders waren Jan Robberts en Barbara Cornelia Sax. Robberts met een t. Maar bij de inschrijving in het bevolkingsregister heeft de dienstdoende ambtenaar die t vergeten. Niet alleen bij hem, ook andere familieleden moesten het zonder doen. 
In 1893 werd hij de trotse eigenaar van een banketbakkerij. Robbers noemde zich ‘confiseur, patissier en cuisinier’. Zijn winkel bevond zich in de Berenstraat 2. Met veel fantasie prees hij zijn lekkernijen in vele advertenties in Het Nieuws van den Dag aan: ‘Pinksterbloemen (overheerlijk banket)’, ‘tentoonstellings-batons’, ‘stengels, heerlijk gebak bij de thee’, allerlei soorten ‘kransjes’, ‘Indische spektaart’ en ‘Cocosnootbanket’. En op de verjaardag van Koningin Wilhelmina, op 31 augustus, verkocht hij ‘Oranje-Houtjes’, ‘Koninginne-brood’ en ‘Feest-banket’.
Precies drie weken na zijn 25ste verjaardag trouwde hij met Johanna Agnes Werner (geboren 28 juli 1871 in Amsterdam). Haar ouders kwamen uit de buurt van het Duitse Danzig (nu Gdansk in Polen). Ze kregen zeven kinderen.
De zaken gingen goed, want op 28 augustus 1897 opende hij een tweede ‘koek- en banketbakkerij’ op de Leliegracht 18. Het assortiment groeide: van ‘Saucijse-, Kalfsvleesch-, en Garnalen-broodjes’ en ‘Appelbeignets’ tot ‘pasteitjes’, ‘croquetten’ en ‘Warme en Koude Vleesch- of Vischschotels’. Ook leverde hij ‘Déjeuners, Diners en Soupers’ met of zonder servies, zaal en bediening aan huis. Amper een half jaar later besloot hij de zaak in de Berenstraat 2 te sluiten. 

Muziekwinkel en opnamestudio
Ruim vier jaar lang combineerde Robbers de banketbakkerij met de handel in geluidsapparatuur. Maar eind 1906 stopte hij om gezondheidsredenen met de taartjes, om op 2 februari 1907 zijn – uitgebreide – muziekwinkel te openen. Nu werden de apparaten en rollen in het voorste gedeelte van de winkel verkocht en was de zaal erachter ingericht als gehoorzaal. Potentiële kopers konden daar luisteren hoe de apparaten en de opgenomen muzieknummers klonken. Regelmatig gaf Robbers zelfs gratis concertavonden voor zijn klanten in de gehoorzaal en op andere locaties in (en ook buiten) Amsterdam. Zijn spullen verzond hij door heel Nederland en hij exporteerde ‘naar Oost en West’.
Langs de wanden van zijn winkel lagen in kistjes vele duizenden rollen. Eind 1910 maar liefst 40.000! In april van dat jaar had Robbers 200 apparaten in voorraad. Hij adverteerde veel en met humor. Uit Het Nieuws van den Dag:
“Edison’s uitvinding gaat nooit dood doch wordt steeds verbeterd. Overtuigt u hiervan bij W.F.Robbers, Leliegracht 18 (drukke zijde)” (9 maart 1908); “Concurrentie onmogelijk” (30 april 1910); “Lieve Hendrik! Keer terug!! Alles kan weer goed komen. Onze oude Krasmachine hebben we ingeruild voor een prachtige Spreekmachine bij W.F. Robbers, Leliegracht 18. Dit is ons aanbevolen als ’t beste adres. Je liefhebbende Marie” (17 juni 1911).
Achter in de winkel had hij nog een kleine opnamestudio, waar hij van bekende artiesten opnamen maakte. Een van hen was Albert Bol, een in die jaren populaire humorist, conferencier en zanger. Het maken van opnamen ging er heel anders aan toe dan tegenwoordig. Microfoons bestonden er bijvoorbeeld nog niet. De vocalisten en/of muzikanten moesten voor een ‘toeter’ hun vocale of muzikale kwaliteiten ten beste geven. Hun verrichtingen werden op wasrollen opgenomen. Zij ontvingen een dubbeltje voor elke rol die met hun medewerking tot stand kwam. De rollen werden verkocht voor 60 cent of een gulden, dat hing van de grootte af. 

Anker Records
Omstreeks 1910 nam Robbers in plat ‘Groot-Mokums’ zelf ook een aantal voordrachten op, waarbij zijn vrouw hem op accordeon begeleidde. De opnamen werden onder de naam van W.F.R. uitgebracht op Anker Records en hadden titels als Avonturen van een boerenjongen, die voor het eerst naar Amsterdam komt, Het uitschelden van een politie-agent door een Amsterdamsche vischvrouw, De rechterlijke uitspraak, en twist tusschen man en vrouw, door toedoen van kanarievogel. Een nummer heette In den Gramofoonwinkel. Wie zou ook beter kunnen vertellen wat er gebeurde in een ‘gramofoonwinkel’ dan Robbers?! 
De hele familie werkte in de winkel, zeven dagen per week, zelfs op feestdagen. Robbers was verder medeoprichter en bestuurder van de Nederlandsche Bond van Muziekinstrumenten-Handelaren in Nederland en Koloniën. Of hij de eerste opnamestudio in Nederland had, valt niet met zekerheid vast te stellen. Maar een pionier was hij zeker.
Willem Robbers overleed op 23 november 1923 in een verpleegtehuis in Ermelo aan de gevolgen van een hersenbloeding. Hij was 53 jaar oud. Zijn weduwe zette de zaak voort tot 1933, waarna jongste zoon Ernst Anton met alle spullen uit de zaak van zijn vader naar Ede vertrok om daar een zaak (de eerste) met platen, grammofoons en muziekinstrumenten te openen. Hij zag het niet meer zitten op de Leliegracht: de bewoners trokken er steeds meer weg en er kwamen allemaal ateliers en magazijnen. In het pand op de Leliegracht 18 is momenteel een hotel gevestigd. Daarvoor zat er een boekhandel.

 

Beeld: Interieur van de Gramofoonwinkel. Eigendom Yolanda Polfliet

 

Martin Maas

Maart 2013

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Jaargang:
2013 65
Buurten:
Jordaan
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950
Editie:
Maart