Ik moet niet gekker worden

Kunstenares en schrijfster Aafke Steenhuis (Delfzijl, 1946) houdt al sinds haar achtste jaar een dagboek bij. Na haar Groningse studies Nederlands en Spaans, ging ze in 1973 met haar man Jan Joost Teunissen op studiereis naar Chili. In 1974 verhuisden ze naar Amsterdam. Van 1974 tot 1988 was zij redacteur van De Groene Amsterdammer.

"1974 Amsterdam, september
Sinds augustus ben ik redacteur voor cultuur, media, feminisme en Latijns-Amerika bij De Groene Amsterdammer. We hebben een tjalk in de Amstel gekocht, Motorschip Ambulant, een aardappelschip dat in 1920 in het Winschoterdiep gebouwd is.

1975 Amsterdam, juli
De eerste dag bureauredactie. 'Je kunt je het niet zwaar genoeg voorstellen', zei mijn collega Maarten van Dullemen. Op zijn kamer vertelde hij over de taken van de bureauredactie: je moet feitelijk de hele krant in elkaar zetten en dinsdags op de drukkeij in Deventer de laatste dingen doen: stukken inkorten, onderschriften maken, wijzigingen doorvoeren. Maarten gaat er drie maanden tussenuit. Hij wil wel eens uithuilen, schrijft hij in een brief aan de redactie. Tijdens de vergaderingen houdt hij zich op afstand, is verstrooid, voorzichtig, om niet te zeggen argwanend. Er is zoveel schimmigs op de krant. God wat ben ik bang, overal voor.

1976 Amsterdam, juni
's Nachts. Ik tril, mijn benen, mijn hoofd, mijn hart. Stikvol, gespannen, zwetend. In een hoekje, op de bank, in het schip, onder de lamp van opa met de lampenkap uit Marokko, tegen het kussen dat ik voor ons schip heb gemaakt. Hier zit ik te wachten tot hij thuiskomt, of niet thuiskomt. Ik hoop dat hij komt, dat hij gauw komt, en daar niet blijft zitten met dat meisje. Dat hij niet met haar naar haar huis gaat.
Ik heb nog niet gehuild, maar nu begint het, vanuit mijn maag.
Hij komt niet. Ik huil piepend als een naaimachine.
Ik moet niet gek worden.
Hij komt niet.
Voetstappen.
De deur.

1976 Amsterdam, 11 september
Vanmiddag ging ik naar het Rokin, naar de jaarlijkse Chili-demonstratie. De stoet was veel groter dan ik had verwacht, de mensen trokken zich niks van de regen aan. Ik liep over het Amstelveld, praatte met allerlei bekenden, voelde me solidair met mijn medemensen en met Chili.
Na afloop ging ik naar het Vrouwenhuis op de Herengracht. Het was er hartstikke vol, de vrouwen stroomden toe. Boven belandde ik in een zaal waar het Uitstrijkje speelde, een orkestje met mooie, romantische muziek. Toen trad er een cabaretgroep van lesbische vrouwen op, ik vroeg hen of ik hun teksten voor De Groene mocht hebben, daar moesten ze over nadenken, ik voelde me geïrriteerd worden.
In de frisse septembernacht fietste ik terug naar ons schip. Ik hoor er niet echt bij, bij de radicale vrouwenbeweging. Ik hou van vrouwen, maar ook van mannen. Ik vind het mooi als ik om een uur of vijf 's middags mannen zie thuiskomen van hun werk, voel een soort tederheid voor ze, die strijd voor het dagelijkse brood verbindt mij met hen.

1981 Amsterdam, februari
Ik liep 's nachts langs de Amstel en zag een vrouw in een bontjas met fladderende, dunne, zwarte rokken eronder en op rode hoge hakken, met rood haar en een wit gezicht. Ze vluchtte langs de rivier, leek het. Opeens zag ik dat het politica Hedy d'Ancona was, en het was of ik mezelf zag - zo sloerig, vol verlangens, seks en theater.

1982 Amsterdam, maart
Onze vriend journalist Koos Koster is met zijn Nederlandse televisieploeg in El Salvador vermoord door militairen van het extreemrechtse regime. Jan Joost en ik zouden deze maand naar Midden-Amerika reizen en hen opzoeken, en vandaar maandenlang door Latijns-Amerika trekken. We zijn vrijwel constant bezig met de moord. Optredens, manifestaties. Na de begrafenis van Koos was er bij ons op het schip een vergadering over wat er met de nagelaten artikelen van Koos moest gebeuren.

1984 Amsterdam, november
Over het huis op de Nieuwendammerdijk, niet ver van ons zomerhuisje in Durgerdam, worden we steeds enthousiaster. Het is ruim en mooi en het heeft sfeer. Er moet vreselijk veel aan gebeuren. Het ligt tegen een vriendelijke arbeiderswijk aan. Ik heb een fietstocht door Nieuwendam gemaakt: de watertjes, de straatjes met verzakte huisjes, oudere huizen, nieuwbouwhuizen, het tegelpad dat achter de Nieuwendammerdijk langs loopt. Op het Purmerplein zijn een wereldwinkel, een bakker, apotheek, slager, groentewinkel, kappers, een bushalte. Elke zeven minuten een bus naar het Centraal Station. Ik wil hier wel wonen."

UIT: AAFKE STEENHUIS, WIE BEN JE? DAGBOEKEN EN ZELFPORTRETTEN. IN 2017 VERSCHENEN BIJ UITGEVER PHILIP ELCHERS IN GRONINGEN. GENAAID EN INGEBONDEN, 94 BLZ., € 20,-

Beeld: Op 11 september 1973 namen de militairen met een bloedige staatsgreep de macht over in Chili. N zeventien jaar kwam er een einde aan de dictatuur onder leiding van generaal Augusto Pinochet. Al die jaren was 11 september internationaal een dag van demonstraties tegen zijn regime, ook in Amsterdam. Op deze foto passeert de stoet in 1979 het Rokin. Nationaal Archief / Hans van Dijk, Anefo. 

Delen:

Dossiers:
Amsterdammers
Rubriek:
Stemmen uit het verleden
Tijdperk:
1950-2000

Gerelateerd

'Het is een hele, hele beroerde toestand'
'Het is een hele, hele beroerde toestand'
Stemmen uit het verleden 3 juli 2017
Een lief klupje, dat geen hond kwaad deed. Cor Jaring
Een lief klupje, dat geen hond kwaad deed. Cor Jaring
Stemmen uit het verleden 20 mei 2015
Parkeerwachters jennen en ijsjes eten op het Stadionplein
Parkeerwachters jennen en ijsjes eten op het Stadionplein
Stemmen uit het verleden 7 februari 2012