'Ik kan geen baas boven mij voelen'

Hij was een volksjongen uit de Mercatorstraat, niet voor het geluk geboren, maar voor de duvel niet bang. Na twaalf ambachten en dertien ongelukken schreef judoka Wim Ruska sportgeschiedenis op de Olympische Spelen van 1972. Bij terugkeer uit München met twee gouden medailles bleef een Amsterdams volksfeest uit. Tot ergernis van de gekrenkte sportman. 'Door die achterlijke Palestijnen werden mijn prestaties doodgezwegen.'

"Rust in vrede, voor mij was je de grootste", twittert Europees judokampioen Dex Elmont bij het overlijden van Wim Ruska op 14 februari 2014. Ook bondsvoorzitter Willem-Jan Stegeman reageert die Valentijnsdag aangeslagen op de dood van de tweevoudig Olympisch (2x), wereld- (2x), Europees (7x) en meervoudig Nederlands kampioen: "De judowereld verliest een van zijn grootste iconen." Minister Edith Schippers noemt hem "een van de grootste sporters die Nederland ooit heeft gehad". Louter lovende woorden voor de definitief gevloerde judoreus – dat was tijdens zijn judocarrière wel anders.
Willem Ruska komt op 29 augustus 1940 naar eigen zeggen als een "verschrikkelijk grote baby van tien pond" ter wereld in de Mercatorstraat. Zijn moeder doorstaat dapper de loodzware bevalling zonder echtgenoot, die heeft vlak ervoor de benen genomen. Rooie Annie kan wel wat hebben. Zij is nergens bang voor, een eigenschap zij doorgeeft aan haar zoon. Zijn stiefvader Ome Jan Meijer zit in de illegaliteit en stouwt de schuilruimte onder de zoldertrap vol met pistolen en machinegeweren.
Wim gaat naar de lagere school in de Jan Maijenstraat vlakbij. "Wij waren nog wild van de oorlog en vochten heel wat af." Dat deden zij op de braakliggende gronden voorbij de Orteliuskade. Bij de beruchte veldslagen tussen de Mercatorstraat en het Mercatorplein om verlaten Duitse bunkers bij de ringdijk vallen vaak gewonden. Zo schiet Wim met een katapult een kiezelsteen in het oog van een belager en schakelt hij een ander uit met een goed gemikte straatklinker.

Spijbelen

Pal voor het eindexamen van de ambachtsschool gaat Wim aan de slag op de kermis van het Mosplein. Rooie Annie mept haar spijbelende zoon nog wel de kermistent uit met haar boodschappentas, maar Wim heeft geen zin om zijn opleiding tot machinebankwerker af te maken. Hij wil naar zee. Dat mag van moeder Annie, mits hij eerst de matrozenopleiding volgt op de Pollux. Hij zoekt met iedereen ruzie, inclusief de kapitein. "Ik kan geen baas boven me voelen. Hij gaf duizend keer meer om zijn hond dan om ons."
Na het mislukte avontuur op de Pollux houdt Wim het wonderwel anderhalf jaar vol bij een klokkengieterij. Daarna monstert de 15-jarige met moederlijke goedkeuring aan op de kustvaarder Rien Teekman. Meteen op de eerste reis naar Zweden gaat het mis. Na een vechtpartij met een betalende passagier volgt ontslag. En erger, terug in Amsterdam wacht ook nog een pak slaag van Rooie Annie.
De marine is de volgende stap. Hij haalt er zijn brevet voor radio-afstandspeiler en maakt er twee vrienden waarvan hij later spijt zou krijgen dat hij ze ooit was tegengekomen. "Je begint gewoon aan de verkeerde kant van de maatschappij." Opnieuw een vechtpartij. Hij moet nog voorkomen bij de krijgsraad in Scheveningen als hij wordt betrapt op een gestolen brommer. Nog een strafzaak. De maand detentie in militaire strafgevangenis Nieuwersluis doet hem niet veel. Ook omdat hij aan boord van de Karel Doorman een nieuwe liefde heeft ontdekt: de judosport.

Genaaid

Wim heeft al snel door dat judo hem de kans biedt op een betere toekomst. Bij judoclub Yu-Ai in de Roggeveenstraat haalt hij in de recordtijd van een half jaar zijn bruine band. Jon Bluming nodigt hem uit om bij Tung Jen te komen trainen: Yu-Ai biedt geen uitdagingen meer voor de inmiddels meervoudige clubkampioen in alle categorieën. Na drie maanden krachthonk en trainingen in overnametechnieken en grondgevechten vernedert de leerling de meester met zes ippons. Bluming heeft net met veel bombarie in de kranten wereldkampioen Anton Geesink uitgedaagd en weet zich geen raad. Hij verdedigt de nederlaag met het excuus dat hij vermoeid is... Gezwets, vindt Wim, die maar aan één ding denkt: "Ik ben klaar voor Anton Geesink!"
Op een dinsdagavond staat Wim in de Utrechtse dojo van de wereldkampioen tegenover zijn idool. Een succes is het eerste treffen niet, hij krijgt een "vreselijk pak slaag" van Geesink. Als in 1964 de selectiewedstrijd tussen Joop Goudeleeuw en Wim Ruska voor de laatste plek in het judoteam voor de Olympische Spelen van Tokio onbeslist eindigt, is het Geesinks stem die de doorslag geeft. Het is geen verrassing dat zijn keuze op Goudeleeuw valt: hij heeft nog een persoonlijke rekening te vereffenen met Ruska's judomeester Bluming, die zijn tweekamp met Geesink telkens uitstelt.
Wim voelt zich genaaid, maar gaat toch op de bonnefooi naar Tokio. Na twee vluchten met Russische vliegtuigen, een treinreis van 24 uur en een boottocht arriveert hij in Yokohama. Wim traint er na een goed woordje van Geesink bij Masosita, een van de allerbeste Japanse judoleraren. Hij is getuige van Geesinks historische overwinning, die tot ontzetting van het thuispubliek de Japanse favoriet Akio Kaminaga verslaat.

Incident

Na de Spelen reist Ruska met Geesink en de Nederlandse ploeg door Japan. De kersverse Olympisch kampioen wordt niet door alle Japanners aanbeden, hij ontvangt ook dreigbrieven en doodverwensingen. Als hij in een restaurant belaagd wordt door een agressieve Japanner met een gebroken fles, is het Ruska die de belager uitschakelt met een welgeplaatste vuistslag. Zijn ervaring als uitsmijter op de Wallen komt hem daarbij goed van pas. Het incident is de volgende dag voorpaginanieuws van De Telegraaf. De krant zet de redder weg als een ordinaire Amsterdamse straatvechter. Ruska: "Ik was weer besmeurd en in de goot getrapt."
Maar Ruska laat zich niet kisten. Onverdroten judoot hij verder en in 1966 boekt hij zijn eerste grote succes: Europees kampioen. Een jaar later staat hij in Salt Lake City in de WK-finale. De avond tevoren wandelt de niet-gelovige, nuchtere Amsterdammer de woestijn in voor een gebed: "God geef me de kracht om te bewijzen dat ik iemand ben. Ik wil me losrukken van mijn verleden." En hij wórdt wereldkampioen, maar overige wonderen blijven uit. Nou ja, Rooie Annie pinkt tegen haar natuur in een traantje weg bij het lezen van de jubelende krantenkoppen over haar Willem. Maar verder... Amsterdam reageert lauwtjes en dat steekt hem. Hoe anders was dat in Utrecht na de Olympische zege van Geesink! Hij doet een paar reclamestunts, de zilvervloot levert het niet op. De sportschool, die hij opent in Zaandam, loopt uit op een zakelijk fiasco.

Goud

Als judo geen Olympische sport is op de Spelen van Mexico in 1968 lijkt Ruska's Olympische gouden droom voorgoed voorbij. Een failliete sportschool, een gezin op een krappe bovenwoning in Slotermeer en in de steek gelaten door de judobond: Wim begint zo langzaam te twijfelen aan zijn ambitie. "Ik koop er toch niks voor." Maar hij zet door, hij moet wel als hij zijn Olympische droom wil verwezenlijken.
Vier jaar later keert judo terug op de Spelen van München. En daar verslaat die dekselse 32-jarige Amsterdammer op 31 augustus 1972 in de finale van de zwaargewichten met een fraaie harai-goshi (een heupworp) de Duitser Klaus Glahn. Eindelijk Olympisch goud! Halsoverkop reist echtgenote Joke – "Ze had geen jurk aan haar kont." – zonder een cent op zak liftend af naar München. Terwijl de bondsbazen zijn gouden plak vieren "met schalen zalm en glazen whisky" is er geen geld voor een hotelkamer om de echtgenote van de Olympisch kampioen in onder te brengen. Na Ruska's dreigement om de Spelen te verlaten, mag Joke op kosten van de bond de rest van het judotoernooi blijven.
Aan alle euforie komt een einde als op 4 september leden van de Palestijnse terreurbeweging Zwarte September enkele leden van de Israëlische Olympische ploeg gijzelen. De gijzeling en de bloedige bevrijdingsactie, waarbij in totaal elf Israëliërs, vijf Palestijnen en een Duitse politieman omkomen, beheersen het wereldnieuws. Ruska's prestatie (en die van de andere sporters) verdwijnt naar de achtergrond. De Spelen worden tijdelijk opgeschort, maar op de korte herdenkingsceremonie in het Olympisch Stadion spreekt IOC-voorzitter Avery Brundage de historische woorden: The Games must go on!

Taart

Het Nederlands Olympisch Comité (NOC) laat het aan de sporters zelf over of ze willen blijven of vertrekken. Hockeyer Paul Litjens, hardloper Jos Hermens en de Amsterdamse worstelaar Bert Kops gaan naar huis, Wim blijft. Hij heeft dan ook geen goede baan als computerprogrammeur bij De Nederlandsche Bank zoals Kops en bovendien maakt hij in de open categorie kans op een tweede gouden medaille, die hem voorgoed uit de schaduw van Geesink kan halen. "De hele wereld was in rouw gedompeld, ook de sporters in het Olympisch dorp", verdedigt hij later. "Maar wij zaten daar mede door de besluitloosheid van het NOC nog wel, hadden allemaal die grote droom voor ogen waar we zo lang naartoe hadden geleefd." Hij wint opnieuw.
Voor de dubbele Olympische judokampioen is er geen grote huldiging bij thuiskomst. Slechts bloemen van de buren, een taart van de bakker en pas na maanden de Gouden Speld van Amsterdam. Het stemt de sportman bitter: "Door die achterlijke Palestijnen werden mijn prestaties doodgezwegen. Het was zelfs zo dat die linkse rakkers het me kwalijk namen dat ik was gebleven." Zelfs een koninklijke onderscheiding blijft uit, officieel door de maand arrest in Nieuwersluis.
Wim Ruska stopt op zijn hoogtepunt. Hij sluit een lucratief vierjarig contract bij een Japanse worstelcircus en is nog maar net in Japan als zijn vrouw Joke wordt getroffen door een herseninfarct. Zij gaat naar een verzorgingshuis, de kinderen worden ondergebracht bij familie. Wim blijft in Japan. "Bestond er maar een boekje waarin precies beschreven staat hoe je het als ouders moet doen", zegt hij later.

Verlamd

Terug in Amsterdam leert hij als uitsmijter van Club 26 Liza kennen, het barmeisje in deze zaak van Zwarte Joop. Het zit Ruska even mee, zelfs is hij enige tijd bondscoach. Hij maakt naam als 'ordehandhaver' op de Wallen. Met het bij Zwarte Joop verdiende geld kopen Wim en Liza café De Gladoor in Wormerveer. Zeilen op het IJsselmeer is zijn nieuwe passie – alleen op het water, geen gezeur aan zijn kop.
Het mag allemaal niet lang duren. In 2001 wordt hij achter de toog van De Gladoor getroffen door een tia, later gevolgd door een hersenbloeding tijdens vakantie op de Canarische Eilanden. De judokampioen belandt deels verlamd en met een aangetast spraakvermogen in een rolstoel en verhuist naar een aangepaste nieuwbouwwoning in Hoorn. De vakanties worden voortaan doorgebracht op de camping in Schardam. Heel zelden verschijnt Wim Ruska nog rond de judomat. Op het wereldkampioenschap van 2009 haalt hij in zijn rolstoel een hoge onderscheiding op, maar in 2013 zit een reis naar Rio de Janeiro, waar hij tijdens het WK wordt opgenomen in de Judo Hall of Fame, er niet meer in. Pas na zijn dood klinken er lovende woorden in Nederland. Op 8 maart 2017 neemt Liza Ruska op nationaal sportcentrum Papendal een nieuwe judohal in gebruik: de Willem Ruskahal.

Delen: