Iepenhoofdstad Amsterdam

Dagelijks sneuvelen er bomen in Amsterdam. De stad verdicht zich, het groen staat onder druk. Duizenden bomen verdwijnen voor de bouw van het Zuidasdok en de verbreding van de spoorwegen. Gelukkig worden er ook weer ruim 6000 herplant. De stad heeft een reputatie hoog te houden: al eeuwenlang neem het aantal bomen toe. Maar waar is nog ruimte?

Amsterdam telt meer bomen dan inwoners. Naar schatting 1 miljoen, waarvan ongeveer een derde door de gemeente wordt beheerd. Amsterdam is groen, een van de groenste steden ter wereld. De afgelopen eeuwen heeft de stad de bomen dan ook zorgvuldig gecultiveerd en geplant. In 2017 publiceerde de gemeente een digitale kaart met bijna alle door de stad beheerde bomen in Amsterdam (maps.amsterdam.nl/bomen). Zo is bijvoorbeeld te zien dat langs de Heimansweg in Noord zes smalbladige essen staan, acht meelbessen, één appelboom en twee vogelkersen.
Amsterdammers zijn opvallend gehecht aan 'hun' iep, 'hun' platanenbosje of 'hun' park en zijn graag bereid om in actie te komen als bomen worden bedreigd. Vorig jaar nog verzetten buurtbewoners aan de zuidoostkant van de Sloterplas zich tegen de kap van 341 bomen. Het verzet had resultaat: er worden minder bomen gekapt, er komen minder nieuwe paden en steigers en de herinrichting gaat meer stapsgewijs.

Herplantfonds

Hans Kaljee weet alles over boomonderhoud. Hij is 'bomenconsulent' van de gemeente Amsterdam, de 'bomenburgemeester' zogezegd. "Het verzet verschilt per buurt. In de Pijp gaan de bewoners bij wijze van spreken voor elke boom liggen. De herinrichting van het Sarphatipark heeft daardoor decennia geduurd. Bij het bouwproject Zuidasdok, waarvoor niet minder dan 14.400 bomen moeten wijken, denken met name de Vrienden van het Beatrixpark kritisch mee. Maar tegen de soms zeer rigoureuze kap in Noord komen slechts weinig mensen in opstand."
De bomen gaan hem aan het hart, altijd. "Soms kan het alleen niet anders. De stad is nu eenmaal altijd in beweging. Neem de Zuidas. Slechts de helft van de bomen kan worden teruggeplant, maar de waarde van de andere helft wordt wel gecompenseerd. Bijvoorbeeld op daken. Er is een 'groenvisie Zuidas' opgesteld. Het groen mag niet 'zomaar' verdwijnen, daar hebben we regels voor."
Sinds 1 oktober 2016 heeft Amsterdam een strikte aanpak als het gaat om kappen, snoeien en herplanten van bomen. Bomen worden altijd één op één herplant. Is dit niet mogelijk, zoals bij de Zuidasdok, dan gaat de geldwaarde van de boom in een gemeentelijk fonds voor de aanplant van nieuwe bomen op een ander moment, op een andere plek. Zo krijgt het Martin Luther Kingpark er de komende tijd 82 bij, het westelijk havengebied 150 en de entree van het Amsterdamse Bos 43. Die strikte regels gelden ook voor bomen in achtertuinen en andere private plekken. Eigenaren zijn verplicht om een kapvergunning aan te vragen als de stam op 1,30 meter hoogte een omtrek heeft van minimaal 31 centimeter. Na de kap moet er een nieuwe boom komen of een bedrag in het fonds worden gestort.

Vleugelnoot

Voor het behoud van monumentale bomen wil de gemeente ver gaan. De twee platanen in het Leidsebosje uit 1865 - de dikste bomen van de stad - werden al eens in 1925 enkele tientallen meters verplaatst vanwege de verbreding van de brug. Houten vlonders onder de kluiten en lieren kwamen er bij te pas. Boomonderhoud is in Amsterdam niet gemakkelijk, zegt Kaljee. "De wortels groeien hier heel ondiep en breed uit. Om ervoor te zorgen dat ze niet onder klinkers gaan en straten vernielen, hebben we allerlei slimme technieken bedacht. In het Vondelpark staan zelfs heipalen onder bijna honderd bomen, zodat ze niet meer wegzakken. Goedkoop is het allemaal niet. Aan een boom van € 200,- aanschaf zijn we het tienvoudige onder de grond kwijt."
Bijzondere, zeldzame exemplaren probeert de gemeente te sparen. "Als we er op tijd bij zijn, kunnen ze soms blijven staan, maar soms moeten we ze verplaatsen. Een gigantische operatie, die tussen de € 50.000,- en € 100.000,- kost." In Osdorp is in 2007 een 60-jarige oude vleugelnoot, met een kluit van tien bij tien meter, driehonderd meter verschoven van Meer en Vaart naar het hoge, ronde flatgebouw aan het Oeverpad. En voorjaar 2016 zijn twee enorme trompetbomen verplaatst die voor het Amstelstation stonden. "De eerste voorbereidingen waren al zeven jaar eerder. De wortels zijn toen afgestoken in een vak van zes bij zes meter."

Iepen

Al die aandacht voor bomen past in een traditie die Amsterdam eind 16de eeuw heeft ingezet. Tot dan lijkt de openbare ruimte min of meer boomloos te zijn geweest. Op de kaart van Pieter Bast uit 1597 is voor het eerst een lange rij bomen te zien, langs het grachtje binnen de nieuwe stadswal aan de westkant van de stad. "We denken dat ze bedoeld waren om de kademuren te verstevigen", zegt Kaljee. Bij de aanleg van de grachtengordel werden vanaf 1613 lange rijen bomen langs de nieuwe grachten geplant, "tot cieraat van de stad ende het schutten van de son". Eerst vooral lindes, in de loop van de 17de eeuw steeds vaker iepen. Die waren sterker, hadden een langere levensduur en zorgden voor meer schaduw. Veel Amsterdammers vonden ze ook mooier. Anno 21ste eeuw is Amsterdam (nog steeds?) de iepenhoofdstad van de wereld. De 31.606 iepen vormen de grootste groep van de 270.359 door de stad beheerde bomen, op de voet gevolgd door 25.690 lindes en evenzovele esdoorns, dan komen essen, platanen, populieren en eiken. Iepen staan opvallend vaak in de grachtengordel, essen en esdoorns in parken, de snelgroeiende populieren in de nieuwere wijken.
Kaljee is een iepenliefhebber. Hij schreef in Iep of olm. Karakterboom van de lage landen (2009): "De iep vind ik persoonlijk niet alleen het mooist, ze is ook de taaiste onder de stadsbomen. Het wortelgestel is van een soort elastiek, dat krijg je niet zomaar kapot. Mijn favoriete boom is de olifants-iep op de hoek van de Panamalaan en de Cruquiusweg. Een iep van meer dan honderd jaar oud met een olifantenslurf. Daar is ooit een vrachtwagen tegenaan geknald. Er is een stellage gebouwd om hem te redden. Met succes, zelfs de afgelopen januaristorm heeft hij goed doorstaan."
Iep, linde, populier, plataan, kastanje, es en wilg: de keus was lang beperkt. De onverbiddelijke stedelijke omgeving stelde zo haar eisen en slechts weinig boomsoorten zijn daar tegen bestand. Maar ook het aanbod hield niet over: boomkwekers begonnen pas eind 20ste eeuw te experimenteren met nieuwe soorten, ook met exoten, 'bomen van buiten'.

Watercipres

"We gingen van alles uitproberen. In de Van der Pekstraat en de Karel du Jardinstraat de watercipres, maar die bleek niet bestand tegen strooizout en drukte de fietspaden omhoog. In de herfst lieten ze in één keer hun naalden vallen, tot gruwel van de bewoners. De palm redde het evenmin. Ooit plantten we er een paar op het schoolplein langs de Leeuwendalersweg in Bos en Lommer. Eentje stond al snel in de fik, ze bleken heel brandbaar. En ze waren niet bestand tegen het veranderende klimaat."
Ook de traditionele stadsbomen hebben het soms zwaar. De iepziekte heeft vanaf 1925 voor veel problemen gezorgd. Pas in de jaren zeventig is de remedie gevonden. Kaljee: "Sinds een jaar of twee hebben we veel last van essentaksterfte. Jonge takken worden aangetast door een schimmel uit Polen. Er is nog geen remedie tegen. In het Amsterdamse Bos zijn al honderden essen noodgedwongen gekapt. Op de Kalfjeslaan ook. Hoewel we proberen het historische karakter van deze plekken te respecteren, plantten we daar voorlopig maar geen essen meer terug."
Hoe ziet 'bomenburgemeester' Hans Kaljee de toekomst van de Amsterdamse boom? "Het weer wordt extremer. Bomen moeten bestand zijn tegen hitte en strenge vorst, tegen heftige regenbuien en stormen. Niet toevallig zijn de overlevers de bomen die in het verleden hun bestaansrecht al hebben bewezen, de iep, de linde, de plataan. Daar blijven we mee experimenteren. Van de iep alleen al staan in de stad zo'n zestig soorten uit alle werelddelen. Vijftien zeer bijzondere soorten langs de Plantage Middenlaan, voor de Hortus."
Alles goed en wel: tot 2025 komen er zo'n 50.000 woningen bij, hoe blijft Amsterdam groen? Kaljee: "Stadsarchitecten als Van Eesteren en Berlage hadden ideeën over hoe stad en natuur samengingen, over hoe de stad er vijftig jaar later uit moest zien. Het Amsterdam van nu moet op haar beurt een nieuw toekomstbestendig beeld zien te ontwikkelen."

Delen:

Jaargang:
2018 70

Gerelateerd

A.L. Snijders’ jonge jaren in Amsterdam
A.L. Snijders’ jonge jaren in Amsterdam
Markante Amsterdammers 14 november 2018
250 jaar hotel Stad Elberfeld
250 jaar hotel Stad Elberfeld
Verhaal 14 november 2018
De man die de Jeruzalemkerk bouwde: dominee Piet le Roy
De man die de Jeruzalemkerk bouwde: dominee Piet le Roy
Verhaal 14 november 2018