Humphrey Mijnals: Surinaamse profvoetballer in Nederland

Humphrey Mijnals was een van de eerste Surinaamse profvoetballers in Nederland. Hij werd beroemd door een legendarische omhaal in zijn debuut voor Oranje op 3 april 1960 tegen Bulgarije. De ‘Surinaamse voetballer van de eeuw’ kreeg veel lof, maar discriminatie was nooit ver weg.  

Het zal weinig profvoetballers gebeuren dat ze worden gescout door een dominee. Het overkomt Humphrey Mijnals. Hij wordt geboren in 1930 in het bauxietstadje Moengo en verhuist op 12-jarige leeftijd met zijn ouders naar Paramaribo, waar het gezin zich in de volksbuurt Frimangron vestigt. Met zijn broers heeft hij een hechte band. Samen sluiten zij zich aan bij de populaire voetbalvereniging Robin Hood. Humphrey valt op en gaat samen met zijn broer, keeper Stanley, in 1955 spelen bij Pernambuco in Brazilië. Dat avontuur duurt kort: Humphreys vrouw (ze zijn net getrouwd) heeft heimwee en ze gaan na een half jaar al weer terug naar Suriname. 

Dominee Eep Graafland, werkzaam in Paramaribo voor de Evangelische Broedergemeente, houdt van voetbal en ontdekt de gebroeders Mijnals. Hij tipt de Utrechtse club Elinkwijk, waarmee hij contacten onderhoudt. Humphrey vertrekt in 1956 naar (het ijskoude) Nederland om er te gaan voetballen. Mijnals krijgt 15.000 gulden ‘tekengeld’ van Elinkwijk, zijn club Robin Hood ontvangt een transfersom van 3.000 gulden. Spoedig volgen zijn drie jaar jongere broer Frank, Michel Kruin (ook uit 1933), Erwin Sparendam (1934) en Charley Marbach (1936). Ze vormen bij Elinkwijk het ‘klavertje vijf’. 

Handschoenen en een ijsmuts 
Humphrey speelt zeven seizoenen in de verdediging van Elinkwijk, daarna enige tijd voor DOS. In het overwegend witte Nederland van 1956 is hij natuurlijk een opvallende figuur. Later vertelt hij dat een mevrouw in een bus hem kort na zijn komst in Nederland gevraagd had: ‘Heeft u ook zwart bloed?’ Zijn adequate antwoord: ‘Heeft u dan wit bloed?’ 

Al in zijn eerste wedstrijd voor Elinkwijk, die hij speelt met handschoenen aan en ijsmuts op, krijgt hij te maken met discriminatie. Als hij geblesseerd op een brancard het veld wordt afgedragen, hoort Mijnals een toeschouwer roepen: 'Plak een postzegel van 15 cent op z’n kont en stuur hem terug!’ Ook voetballers laten zich niet onbetuigd, zo bijt Abe Lenstra hem toe: ‘Vieze vuile zwarte, ga terug naar je land!’ Het lijkt Humphrey onberoerd te laten. Het is niet leuk, maar het hoort erbij, laat hij dikwijls weten. 

Op 3 april 1960 debuteert Humphrey Mijnals in het Nederlands elftal tegen Bulgarije, in het Amsterdamse Olympisch Stadion. Aangezien hij al voor Suriname is uitgekomen, moest hij drie jaar wachten tot hij voor Oranje geselecteerd kon worden. Hij speelt op de positie van de afwezige Cor van der Hart. Samen met hem debuteren Ajacieden Henk Groot en Bennie Muller. Coach is Elek Schwartz. 

De wedstrijd is historisch, allereerst vanwege het feit dat het de eerste wedstrijd is waarin een Surinaamse speler meespeelt in Oranje, maar daarnaast vanwege de opzienbarende omhaal waarmee Mijnals een bal wegwerkt, die na een doelpoging van een van de Bulgaren via de lat weer het veld in komt. De fotograaf van Sport en Sportwereld, die naast het doel zit, knipt op precies het juiste moment af. De foto gaat de hele wereld over. 

De beste van de debutanten 
Na de wedstrijd wordt Humphrey ‘gehuldigd’. Het ANP bericht: ‘Hoog op de schouders van tientallen heeft Humphrey Mijnals zijn aandeel in de grote 4-2 zege gevierd. Ovaties daalden van de tribunes. Zijn oranjetrui dook op boven de deinende hoofden. De grote spil schokte op en neer boven de juichende bewonderaars, schokte van ontroering om dit onthaal. In de kleedkamer was een gelukkige Elek Schwartz: “Hij was de beste van de debutanten. Hij heeft beslist verdere kansen.”’ 

De volgende dag zijn de kranten vol lof. Zo schrijft Faas Wilkes in De Telegraaf dat het ingrijpen van Mijnals doorgaans resoluut en beheerst was. Misschien hield hij een enkele maal de bal te lang vast, ‘maar dat is dan toch het enige dat ik van hem ten nadele zou kunnen zeggen’. En de Volkskrant concludeert: ‘Alle eer voor Humphrey die een Nederlandse defensie, die weifelend en tastend van start ging, in de tweede helft tot een soliede elastische linie wist te smeden.’ 

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat niet iedereen even enthousiast is. Zo laat de gerenommeerde hoofdredacteur van Sport en Sportwereld, Kick Geudeker, weten ‘dat Mijnals de oorzaak was van onrust in de verdediging. Zijn speelwijze die hij altijd toepast is geen goede. Een stopper moet nuchter, massief en droog spel leveren, nimmer risico nemen en zich aan fantasterijen te buiten gaan. Dit mist Mijnals ten enenmale en juist grote risico’s nemen vormt een der kenmerken van zijn spel.’  

Hij voegt er nog aan toe: ‘Wat wij niet willen is een voetbalprestatie afwegen tegen de achtergrond van rassendiscriminatie, hetgeen de laatste tijd te veel is gebeurd. Wij vrezen dat Mijnals’ verkiezing voor een deel onder deze invloed tot stand is gekomen, hetgeen wij betreuren, niet in het minst voor Mijnals zelf.’ 
Een paar weken na deze wedstrijd schrijft een verslaggever van het Nieuwsblad van het Noorden: ‘Na afloop van die interland vroeg ik Humphrey of hij tijdens de strijd tegen de Bulgaren zenuwachtig geweest was. “Ik ben nooit zenuwachtig,” antwoordde hij en lachte zijn witte tanden bloot.’ 

Sigarenwinkeltje 
Bij het debuut van Mijnals in Oranje in 1960 is het elftal nog volslagen wit. Het zal nog zeker twee decennia duren voor de inbreng van Surinaamse spelers als Ruud Gullit, Frank Rijkaard, Gerald Vanenburg de normaalste zaak van de wereld wordt. Maar Humphrey Mijnals is de eerste. Hij speelt nog twee keer in Oranje, tegen België en Suriname.  

Aan zijn carrière in het Nederlands elftal komt abrupt een einde na een oefentrip naar Zuid- en Midden-Amerika. Tegenover een journalist doet hij zijn beklag over het vertoonde spel en selectiebeleid, tot ongenoegen van de KNVB. Bovendien wordt hem min of meer het 2-1 verlies tegen de Belgen verweten. 

Voor het Surinaams nationale team komt hij daarna nog zo’n 45 keer uit. Mijnals blijft nog lang betrokken bij het voetbal, onder meer als speler, leider en trainer van de Utrechtse club Faja Lobi, die geheel bestaat uit leden met Surinaamse roots. Daarnaast begint hij als zovele oud-profs van zijn tijd een sigarenwinkeltje en gaat later als administratief medewerker aan de slag. 

In 1999 wordt Mijnals – en niet een van de wereldberoemde voetballers met een Surinaamse achtergrond die na hem kwamen – verkozen tot Surinaams voetballer van de eeuw. Mijnals’ omhaal zal daarbij vast hebben geholpen. Op 27 juli 2019 overlijdt hij, 88 jaar oud. In 2020 richt de KNVB de commissie Mijnals op. Deze heeft tot doel inclusiviteit te bevorderen en racisme tegen te gaan. 

Beeld: De beroemde omhaal van Mijnals. Harry Pot, Anefo/Nationaal Archief.

Delen:

Dossiers:
Sport
Editie:
Juni
Jaargang:
Rubriek:
Markante Amsterdammers
Tijdperk:
1950-2000