Huis gered waarin Etty Hillesum haar oorlogsmemoires schreef

Het voormalige woonhuis van de joodse schrijfster Etty Hillesum wordt een gemeentelijk monument. Dat heeft het college B en W vandaag besloten. Met het besluit is het huis waar Hillesum haar dagboeken schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog gespaard voor de sloop.

Wie door de Gabriël Metsustraat fietst en goed oplet, kan naast de voordeur van nummer 6 een houten plaquette zien hangen: ‘In dit huis schreef Etty Hillesum haar dagboeken. 1941-1942.’ Een jaar later werd de joodse studente Etty Hillesum (1914-1943) in Auschwitz vermoord. Haar dagboeken, waarin ze schrijft over haar weigering de nazi’s te haten en haar rotsvaste geloof in God, zijn in vele talen uitgegeven en wereldberoemd. Toch was er even sprake van dat haar huis gesloopt zou worden. Het moest plaatsmaken voor luxe appartementen. 

 

Protest

Veel mensen vonden dat hiermee een kostbaar stukje Amsterdamse geschiedenis verloren ging. Maatschappelijke organisaties en erfgoedverenigingen protesteerden, buurtbewoners startten een petitie en stadsdeel Zuid probeerde via een spoedprocedure de woning nog snel tot erfgoed te verklaren. Vandaag werd bekend dat dat is gelukt: het pand aan de Gabriël Metsustraat is nu een gemeentelijk monument en mag niet worden gesloopt. Een mooi moment om Etty Hillesums dagboeken, uitgegeven onder de titel Het verstoorde leven, nog eens te herlezen. 

 

Niet bang

Op aanraden van haar therapeut en minnaar ‘S.’ begint Etty Hillesum in 1941 met het bijhouden van een dagboek. Tot haar dood in de gaskamers van Auschwitz krabbelt ze ‘pagina’s vol blauwe lijntjes’ vol met haar gedachten over zichzelf en over de tijd waarin ze leeft. Bijzonder is daarbij hoe ze blijft weigeren de nazi’s te haten. ‘Misdadig is alleen het systeem, dat deze kerels misbruikt’, schrijft ze wanneer ze zich moet melden bij de Gestapo. 

 

Bijna ongelooflijk is ook Etty’s vastberadenheid alles te aanvaarden wat God voor haar bedoeld heeft. Ze weigert onder te duiken, weigert zich te onttrekken aan wat zij het ‘Massenschicksal van het Joodse volk’ noemt. Ondanks alles blijft ze geloven dat zolang ze een ‘innerlijke kracht’ bezit, ze nooit werkelijk kapot zal gaan. ‘Boven dat ene stuk weg, dat ons blijft, is ook de volledige hemel’, schrijft ze in 1942. De volgende zomer meldt ze zich vrijwillig voor een transport naar Westerbork, hoewel ze zich geen illusies maakt over wat haar daar te wachten staat. Tegenover de verschrikkingen van de Holocaust stelt Etty Hillesum de weigering om bang te zijn. 

 

Een studente in Amsterdam

Het was gemakkelijk geweest om het dagboek te laten verworden tot een eindeloze stroom overpeinzingen en mooie bespiegelingen over God, de ellende van de oorlog en de zin van het leven die ondanks alles blijft bestaan. Dat dat niet gebeurt is knap. Etty Hillesum slaagt erin de lezer niet te laten vergeten dat zij, los van al haar grote gedachten, ook gewoon een 28-jarige studente is, met een zeurende moeder en een groot bureau dat uitkijkt over het Museumplein. Filosofische verhandelingen over het kennen van de eigen ik sluit ze af met een monter: ‘en nu ga ik een meloen kopen op de markt’. Overpeinzingen over de sombere toekomst van Europa worden even onderbroken om commentaar te leveren op het lawaai dat haar ouders maken beneden in de gang. 

 

En dan is er ook nog Amsterdam. De stad en de dagboeken zijn met elkaar verweven. Etty fietst door de Apollolaan, brengt een vriend naar het Centraal Station en maakt een praatje met haar professor Sociologie op het Museumplein. Ze slentert over de Zuidelijke Wandelweg en ontmoet haar minnaar op een bankje aan de Stadionkade. Het zijn allemaal vertrouwde plekken. Juist daarom maakt het zoveel indruk wanneer opeens de oorlog die plekken binnendringt: De professor die ze spreekt op het Museumplein zal zich diezelfde avond wanhopig een kogel door het hoofd jagen. In maart 1942 moet ze plotseling omlopen omdat de Zuidelijke Wandelweg officieel geldt als park, met een bordje ‘verboden voor Joden’ op de voorste boom gespijkerd. De vriend die ze naar het Centraal Station brengt, gaat daar op transport naar Westerbork. 

 

In 1942 schrijft Etty dat ze graag ‘kroniekschrijver van deze tijd’ zou zijn. In haar dagboeken is ze inderdaad chroniqueur van bezet Amsterdam. Grote gedachten over de aanwezigheid van God, gecombineerd met van een bordje ‘Verboden voor Joden’ op een boom aan de Zuidelijke Wandelweg. Dat is wat haar dagboeken zo indrukwekkend maakt. 


 

Beeld header: Erfgoed Heemschut

Delen:

Buurten:
Zuid
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Actueel

Gerelateerd

6 mei 1937. Opening van de Bosbaan
6 mei 1937. Opening van de Bosbaan
Actueel 6 mei 2020
Het Bijbels Museum gaat op reis
Het Bijbels Museum gaat op reis
Actueel 16 maart 2020