Hollands Welvaren. Gekaapt schip financiert kleuterschool

Op Berenstraat 7 wordt in 1828 de eerste bewaarschool van de stad geopend, een gratis kleuterschool voor arme kinderen. De school is gefinancierd door de Quakergemeenschap, met geld van dubieuze herkomst.  

In de eerste jaargang van dit blad in 1949 schreef Pieter Hoogland over ‘Amsterdams Welvaren’ in de Berenstraat, de eerste bewaarschool van de stad. Het geld voor de stichting van dat schooltje kwam uit Engeland, uit Quakers-kringen, maar hoe die voorgeschiedenis in elkaar zat wist Hoogland niet precies. Een groot tekstbord in de gang van het gebouwtje, aangebracht in 1864, gaf ook geen uitsluitsel. 

Die geschiedenis begint in de Vierde Engelse Oorlog, die uitbrak in 1780. De vijandelijkheden spelen zich vooral af op zee. Nederlandse schepen zijn vogelvrij, en niet alleen voor de reguliere Britse marine. Ook particuliere reders kunnenkaperbrieven aanvragen, letters of marque, waarmee ze legaal jacht mogen maken op schepen van de vijand. Met succes: in één rampzalige maand verliest de Republiek zestig schepen met een totale waarde van vijftien miljoen gulden. 

Begin juni 1781 meldt de Noordhollandsche Courant dat het schip Hollands Welvaren onderweg van Curaçao naar Amsterdam ‘door de Engelsche is genomen’ en ‘zo men zegt te N. Jork opgebragt’. Twee maanden later, op 1 augustus 1781, heeft de krant Scots Magazine meer informatie. Men schrijft dat twee particuliere kaperschepen, de Eleonora en de Nancy, een Nederlands schip hebben buitgemaakt, de Hollandse Welvaert, onderweg van Curaçao naar Amsterdam met een lading suiker, koffie, tabak en indigo. De kapers hebben het schip naar de Ierse havenstad Limerick gebracht voor reparaties. 

 

Op de vingers getikt 

Omdat de buit aanzienlijk is laten de twee eigenaren van de Nancy het gekaapte schip direct verzekeren. De ene eigenaar is de Amerikaanse zakenman John Warder, de andere de kapitein van de Nancy, Samuel Smith. Smith heeft de kaperbrief aangevraagd.  

Met het schip loopt het slecht af. De Utrechtse Courant schrijft op 5 september 1781 dat Hollands Welvaren van Limerick onderweg naar Londen ‘... door 2 Americaansche Kapers op strand [was] gejaagd en aldaar verbrand’. Of dat ook werkelijk de toedracht is, is onbekend, maar de reders van de Nancy krijgen in elk geval het verzekerde bedrag uitbetaald. Warders aandeel in de verzekeringssom is 2000 pond en zijn uitkering bedraagt na aftrek van premie en kosten 1833 pond, al met al een zeer groot bedrag. 

 

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right

John Warder is geboren in Philadelphia in 1751, de elfde in een gezin van twaalf kinderen. Volgens de familie had hij geen sympathie voor de Amerikaanse revolutie en is daarom verhuisd naar Londen, waar hij in zaken gaat en in 1779 trouwt. Warder is een gelovig man. Hij was lid van de Devonshire House Monthly Meeting, een genootschap van Quakers, de ‘Gemeenschap van Vrienden’.  

Als Warder zijn deel van de verzekering int wordt hij door de ‘overseers’ van het genootschap op de vingers getikt. Een van de fundamentele beginselen van de Quakers is immers dat zij geweld strikt afwijzen. Het is de leden verboden om wapens te dragen en dus ook om van een oorlog te profiteren. Dat is hier duidelijk het geval.  

Sociaal werk 
Warder laat het verzekeringsgeld daarom op een aparte rekening storten. Een commissie wordt benoemd die op zoek zal gaan naar de Amsterdamse eigenaars van Hollands Welvaren om de schade te vergoeden. Warder stribbelt aanvankelijk tegen, beweert dat hij niets had geweten van Smiths kaperbrief, maar moet uiteindelijk zijn geld definitief vaarwel zeggen.  

In afwachting van een regeling wordt het door een stichting belegd. Als Warder tegen het eind van de eeuw terugkeert naar Amerika is er nog niets mee gebeurd; in 1818 is het kapitaal aangegroeid tot zo’n 7000 pond, losjes omgerekend zo’n 360.000 euro.  

Pas in 1824 dient zich een oplossing aan. De commissie komt in contact met de Amsterdammer Jean Etienne Mollet, in de annalen van de Londense Vrienden verengelst tot ‘John Stephen Mollet’. Mollet is van oorsprong een Zwitser, en een ware Europeaan. Hij is in Duitsland opgeleid voor de handel, trouwt in 1801 met Sophie Reine Cotta, de dochter van een bekende uitgever, en vestigt zich met haar in Marseille.  

Daar komt hij in contact met de Franse aristocraat Etienne de Grellet du Mabilier, die ooit voor de Franse Revolutie via Nederland naar Amerika is gevlucht en daar Quaker is geworden. Samen beginnen ze in Marseille een ziekenverzorgingsdienst en organiseren er de Quaker-gemeenschap.  

In 1816 vertrekt Mollet via Londen naar Amsterdam waar hij een baan in een handelsonderneming heeft gevonden. In Amsterdam is de Quaker-gemeenschap dan op sterven na dood. De zondagse bijeenkomsten in het Quakerhuis aan de Keizersgracht worden nauwelijks meer bezocht. Mollet probeert de Maandvergadering van de Vrienden nieuw leven in te blazen met lezingen en sociaal werk. 

Infant School 
Jean Etienne Mollet is zeer maatschappelijk betrokken. Zijn vooruitstrevende ideeën gelden vooral de verbetering van het lot van gevangen. Hij wordt secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging voor de Zedelijke Verbetering van Gevangenen en publiceert daar lange notities over. Hij pleit voor individuele opsluiting, voor het opleggen van taakstraf in plaats van gevangenisstraf, het belonen van goed gedrag, voor heropvoeding en, uiteindelijk, voor vergeving.  

Hij schrijft: ‘Indien de gevangene (...) zich in waarheid boetvaardig toont, en hij daarvan ook doet blijken door een onderworpen, ootmoedig, bescheiden en arbeidzaam gedrag, gedurende zijn verblijf in den kerker, heeft hij dan niet de vergeving verdiend, die hem beloofd was? (...) Behoort men niet gelijktijdig hem de helpende hand te reiken [in] het verkrijgen van een eerlijke betrekking, waarin hij zich onmisbaar dagelijks brood kan verschaffen, zonder de toevlucht te nemen tot zijn voormalige dwalingen?’ 

In 1824 is Mollet in Londen om in de arme wijk Spitalfield in het East End de pas opgerichte Infant School te bezoeken. Een dergelijke school zou in Amsterdam van enorme betekenis voor de armenzorg zijn, zegt Mollet tegen de Londense Vrienden. De Warder-commissie stelt het genootschap in juni 1824 voor uit het kapitaal van de stichting zo’n school te financieren. 

Het duurde nog vier jaar voordat er een geschikt gebouw wordt gevonden. In 1828 huurt Mollet in de Berenstraat een pand en daar gaat een jaar later, bijna vijftig jaar na de kaping van de Hollands Welvaren, de eerste Bewaarschool van Amsterdam van start. Er worden dertig kinderen van twee tot zes jaar van behoeftige ouders opgenomen. Het onderwijs is volledig gratis. John Warder maakt dat overigens net niet meer mee: hij overleed in 1828. 

In 1829 wordt het huis aangekocht voor 281 pond.  

Getuigenis tegen oorlog 
Het eerste verslag aan de Vrienden in Londen meldt dat de belangstelling voor het schooltje groot is, er is een lange wachtlijst. Uit het fonds van Warder worden alle kosten betaald, waaronder het salaris van de opzichteres en twee assistenten, alles onder de ‘watchful care’ van ‘our valued friend, John Stephen Mollet’.  

In 1832 komt Etienne de Grellet – door de Londenaren Stephen Grellet genoemd – op bezoek, en hij rapporteert dat de school floreert. De schoolleidster manifesteert zich volgens Grellet als een ware moeder en Christen tegenover de jonge kinderen; ‘onze getuigenis tegen oorlog wordt door deze daad van rechtvaardigheid en naastenliefde hoog verheven.’ Overigens neemt de school kinderen van alle religieuze gezindten op, behalve de ‘Israelitische’.  

Ook een kleindochter van John Warder zal de school bezoeken. Ze schrijft: ‘Elke morgen is er een levendig toneel te zien, als de kinderen met hun roze wangetjes arriveren, alle ogen gericht op de wijzer van de klok in school, met het opschrift “Let op den Tyd”. In de twee lokalen zijn hun stemmen te horen in het openingsgezang, en later kun je zien hoe ze met armen en handen zwaaien, net als de windmolens die in Holland zo’n bekend gezicht zijn.’  

Ze meldt dat op de eerste verdieping portretten hangen van Quaker-voormannen William Allen en Samuel Gurney, de gevangenishervormster Elisabeth Fry en van ‘J.S. Molett’ – Etienne Mollet.  

Gevelsteen 
In de jaren daarna meldt Mollet dat er in navolging van de school in de Berenstraat nog meer bewaarscholen worden ingericht. Bij zijn dood in 1851 zouden het er al zo’n twintig zijn. Na zijn overlijden neemt schoonzoon Daniël Boissevain zijn rol als beschermheer over.  

In 1864 laten de Vrienden de architect Pieter Hamer het pand verbouwen in typisch ‘Engelse’ of ‘Willem II-gotiek’. Dan wordt boven de deur de afbeelding aangebracht van de driemaster waarmee de hele geschiedenis begonnen was.  

Op drie plekken in de gevel zijn de initialen van John Warder te zien. Merkwaardig is dat onder die gevelsteen de naam ‘Amsterdams Welvaren’ te lezen is. Het kan zijn dat de school eerst ‘Hollands Welvaren’ heette, maar dat iemand zich, bij de verbouwing in 1864, in de naam vergist heeft.  

In 1922 komt de school in gebruik bij de Vereniging voor Christelijk Volksonderwijs. Die verbouwt de bovenwoning tot klaslokaal en richt later zelfs de zolder in als lokaal. In 1979 wordt het 150-jarig bestaan gevierd; het pand blijft tot 1980 een school. Inmiddels is het inwendige sterk verbouwd voor een bezinnings- en trainingscentrum. 

Februari 2022

Beeld: De gevel van Amsterdam's Welvaren
Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Onderwijs
Editie:
Februari
Jaargang:
Tijdperk:
1700-1800 1800-1900
Rubriek:
Verhaal