Hier gebeurde het: Veldslag Jordaankroegen

Het Jordaan Cabaret van Tilly Kalkhoven was in de jaren dertig dé plek om de Amsterdamse volkscultuur te leren kennen. De massale toeloop naar haar café-cabaret in de Tuinstraat stond andere uitbaters helemaal niet aan. Op 25 augustus 1935 kwam het tot een uitbarsting. 

Hard en meedogenloos ging het eraan toe in de zomer van 1935, toen de klanten van twee concurrerende Jordaankroegen elkaar in de haren vlogen. De politie moest eraan te pas komen om de strijdende partijen in de Tuinstraat te scheiden. De rel draaide om 'Tante Tilly' Kalkhoven, initiator van het succesvolle Jordaan cabaret.

Tilly Kalkhoven (1897-1991) was notabene geboren in Rotterdam, dochter van een sigarenmaker annex bierbottelaar annex uitbater van een café chantant. Als zuigeling verhuisde zij mee naar Amsterdam, waar de familie zich vestigde in uitgaanswijk de Pijp. Vanaf haar 14de trad zij al op tijdens buurtfeesten en kermissen. Zo deed zij een sluierdans en een act waarbij ze een lied zong met duiven op haar hoofd en schouders die op commando heen en weer fladderden. Met een losse leiband in de hand zong ze de tranentrekker Ik ben mijn lieve Pukkie kwijt.

Impresario ‘ome’ Bram Gosschalk zag wel wat in het duivenmeisje. Hij stuurde haar als ‘Neerland’s jongste soubrette’ mee met cabaretgezelschappen, zoals dat van Louis Davids. Rond 1916 deed Kalkhoven komische zangrollen. Na haar huwelijk met cabarethouder Bernard Feldberg, met wie ze vier kinderen kreeg, vervolgde ze haar optredens. Ze verzorgde tussenprogramma’s in bioscopen en speelde in revues zoals Dat snap je niet, met onder anderen Corry Vonk.

In 1928 stopte Tilly Kalkhoven met optreden. Met man en kinderen verhuisde ze naar Medan op Sumatra in Nederlands-Indië, tot ze zich daar zo stierlijk begon te vervelen dat het gezin repatrieerde. In Amsterdam speelde ze een ‘terugkeervoorstelling’ met Henvo’s Revuegezelschap. Een jaar later – 1934 – begon ze haar eigen café-cabaret in Tuinstraat 68, waar ooit in een manufacturenhandel de latere warenhuisoprichter Anton Dreesmann het vak leerde. Kalkhoven trad ook op in het Jordaan Cabaret, net als haar achttienjarige dochter Lilly.

Hadsjee!

Inspiratie deed ze op in Parijs: zo importeerde ze uit Montmartre de ‘apache mode’, met zwierige rokken, wilde dansen en het veelvuldig uitroepen van changez!, door haar verbasterd tot hadsjee! De levensliedzangers, komieken, muzikanten en volkse typetjes van het Jordaan Cabaret waren een doorslaand succes: het kleine zaaltje puilde soms uit met 100 verhitte bezoekers. Voor f 0,50 kon je er ook een middagmaal nuttigen. Op de muziekavonden heette ‘Tante Tilly’ de bezoekers welkom, ze presenteerde het programma en zong liedjes waarmee ze ieder publiek stil kreeg.

In de crisistijd en kort na het gewelddadige Jordaanoproer (1934) was er behoefte aan luchtige volkshumor en onschuldige liedjes. Kalkhoven nam haar Jordaan Cabaret – nu ook weer met duiven – mee het land in en voor de radio. In Zandvoort opende ze tijdelijk een zomerfiliaal. Ze zorgde ervoor dat haar medewerkers een dik belegde boterham verdienden door op allerlei manieren publiek te lokken. Hotelportiers en taxichauffeurs brachten met de ‘Kalkhoven-express’ drommen dronkaards, provinciaalse feestbeesten en geïnteresseerden in de lokale volkscultuur naar haar tent.

Terug in Amsterdam kreeg haar Jordaan Cabaret de naam als dé plek om de echte Amsterdamse volkscultuur te leren kennen. De massale toeloop van ‘vreemdelingen’ gaf scheve ogen bij andere uitbaters. Zij moesten het doen met de gebruikelijke hangjassen: waarom zetten al die provincialen het niet in hún kroegjes op een zuipen? Aangevoerd door de concurrerende kroegbazin en buurvrouw Alie Kuyper kwam er een hetze tegen Kalkhovens horecazaak op gang.

Tussen de rijders die de klanten aanbrachten, boterde het al evenmin: op 29 juli 1935 ontstond er een gewelddadige vechtpartij tussen twee leden van de chauffeursfamilies. Met boksbeugels en ploertendoders gingen zij elkaar te lijf in Kalkhovens café en op straat. De politie voerde charges uit; rond middernacht keerde de rust weer. Twee ernstig gewonde vechtersbazen moesten naar het ziekenhuis en vrijwel het gehele meubilair was kort en klein geslagen, tot en met buffet, lampen en stoelen aan toe. Overal lagen bloedspetters.

Straatgevecht

Een maand later was het opnieuw raak. Aanstichter ditmaal was ‘Rooie Toon’, een aanhanger van de Kalkhoven-partij. Op zondagavond 25 augustus vond Toon dat er “maar weer eens geknokt moest worden”. Hij ging naar het café van Alie Kuyper, op de hoek van de Tuinstraat en de Eerste Egelantiersdwarsstraat. Zij weigerde hem te tappen, wat Toon aanleiding gaf om de 35-jarige cafébazin “enkele tanden” uit de mond te slaan. Zijn opgetrommelde vrienden en de aanhang van Alie troffen elkaar op straat. De Tuinstraat was het middelpunt van het oorlogsterrein en stroomde vol met publiek en nog meer vechtersbazen. Gealarmeerde politiemannen probeerden het straatgevecht te sussen, maar de menigte keerde zich tegen hen. In de nasleep van het bloedig neergeslagen Jordaanoproer waren ze hier geen graag geziene gasten. Met de wapenstok wisten de agenten de vechtende partijen tijdelijk uiteen te drijven. Behalve scheldwoorden (“moordenaars, rotzakken, secreten”) kregen zij bloempotten, stenen, flessen en zelfs een rijwiel toegeslingerd. Het werd ze teveel. In het nauw gedreven schoten zij hun vuurwapens leeg, waarna een overvalwagen het resterende volk verjoeg. Drie gewonde cafémensen moesten met schotwonden in dij, been en borst naar het Binnengasthuis. Rooie Toon kreeg een aanklacht wegens geweldpleging aan zijn broek.

De nu deels tandeloze Alie Kuyper hield het voor gezien. Ze doekte haar kroegje op en ging samen met haar man vis venten. Tilly Kalkhoven had een langere adem. Ze verhuisde haar Jordaan-concept eerst naar het Rembrandtplein en later naar de Lange Niezel, en bleef rondreizen met haar Jordaan Cabaret. Ook in de oorlog speelde ze door, maar financieel ging het beroerd. Ze was inmiddels gescheiden en hield in haar eentje het Jordaan Cabaret – nu op de Nieuwendijk – en vervolgens een muziekcafé in de Van Woustraat. Artiesten als trompettist Ado Broodboom maakten er ook ‘ritmische muziek’, ondanks het Duitse jazzverbod.

Concertgebouw

Na de bevrijding probeerde Kalkhoven vergeefs het Jordaan Cabaret nieuw leven in te blazen in een café in de Paardenstraat – er was weinig aanloop. In 1951 trouwde ze, inmiddels 54 jaar oud, een drie jaar jongere kelner, met wie ze even in Den Haag woonde, om in 1955 terug te keren naar Amsterdam. De uitvindster van het Jordaan Cabaret bleef jarenlang uit zicht, tot ze in 1983 nog eenmaal schitterde met andere Jordaanartiesten in het Concertgebouw.

Tekst: Marius van Melle & Maarten Hell

Beeld: Nationaal Archief, fotograaf Anefo van Oorschot. Tante Tilly temidden van haar gasten

Juli-augustus 2021

Delen:

Buurten:
Jordaan
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
Rubriek:
Hier gebeurde het
Tijdperk:
1900-1950