Hier gebeurde het… Slotervaart-Noord, 16 april 1999

Buurtvaders voorkomen rottigheid

Op 16 april 1999 maken negen Marokkaanse vaders voor de eerste keer ’s avonds een rondje in Slotervaart-Noord, vanouds beter bekend als Overtoomse Veld. De buurt rond het August Allebéplein is sinds een jaar regelmatig in het nieuws door overlast van Marokkaanse jongeren. De vaders maken zich zorgen over de beeldvorming rond Marokkanen in Amsterdam en willen de sfeer in de buurt verbeteren. Ze krijgen al snel bekendheid als de eerste ‘buurtvaders’ van Nederland.


“Over het trottoir lopen vier mannen. De jongens die zich die avond op het speelplein hebben verzameld, vallen stil als ze voorbij lopen en grijnzen van onder hun petten. Dit zijn de zelfbenoemde ‘buurtvaders’ uit Amsterdam Overtoomse Veld. De handen losjes in de zakken. Hier een hoofdknik, daar en handdruk.” Monique Snoeijen van NRC Handelsblad doet in de krant van 14 mei 1999 verslag van een rondje. Sinds een maand lopen de buurtvaders dan inmiddels tussen acht uur ’s avonds en één uur ’s nachts door zo’n vijftien straten in Slotervaart-Noord. Het zijn vrijwilligers en in het weekend zijn ze soms ook wat langer op pad. Over media-aandacht hebben ze niet te klagen, maar als ze de balans van vier weken opmaken, blijkt er niet eens zo veel gebeurd te zijn. “Ingegooide ruiten van een school, gesneuvelde ruiten van een leegstaand winkelpand, een auto met kapotte ramen en een garage vol spullen die ’s nachts open stond. In actie komen betekent in zo’n geval: politie bellen.”


Het initiatief komt van de Marokkaanse sociaal-culturele vereniging Al Mawadda. Aanleiding zijn de rellen die de buurt een jaar eerder meemaakt als een wijkagent op het August Allebéplein vrij hardhandig overgaat tot arrestatie van een jongen die naast een brandende prullenbak staat. Diezelfde zwoele lenteavond van 23 april 1998 staan tientallen Marokkaanse vaders en zo’n 150 jongeren tegenover de politie. Er worden stenen gegooid, de politieknuppels komen tevoorschijn, televisiezender AT5 is erbij en het loopt uit op elf gewonde agenten, een paar gewonde buurtbewoners en vier arrestanten. De gearresteerde jongen blijkt later niets met de prullenbakbrand te maken te hebben, maar iedereen weet nu dat er van alles mis is tussen de politie en een groep Marokkaanse jongeren in de wijk. De rellen rond het August Allebéplein trekken in het hele land de aandacht. De vaders van Al Mawadda denken dat een hoop rottigheid voorkomen kan worden als er ’s avonds meer toezicht komt op straat. Zo was het in hun herinnering vroeger ook in Marokko en dat werkte.


Snel respect


De buurtvaders willen zichtbaar aanwezig zijn en jongeren aanspreken op hun gedrag. Als het nodig is, nemen ze contact op met ouders om die te wijzen op hun verantwoordelijkheid. De ruimte van Al Mawadda in de Marius Bauerstraat wordt het vaste ontmoetingspunt. Al snel nadat de negen van 16 april het spits hebben afgebeten, melden zich in totaal 26 vaders aan. Het zijn zowel Marokkanen van de eerste generatie als jongere vaders. Ze komen in de Marius Bauerstraat bij elkaar, drinken thee, leggen een kaartje en doen in groepjes hun ronde in de buurt. “We maken alleen een praatje als het nodig is; als ze maar zien dat we er zijn”, zegt buurtvader van het eerste uur Abderahim Arrihani in de Volkskrant van 26 oktober 1999 tegen verslaggever Weert Schenk. “We scherpen de sociale controle aan. Voorheen werden dagelijks de ruiten van de Piet Mondriaanschool ingegooid. Zo erg is het niet meer. Toen we met vakantie waren, gingen de ruiten weer in.” In het begin worden de buurtvaders door jongeren nog wel uitgemaakt voor ‘verraders’, maar volgens Arrihani is er al snel respect. “De jongens zien dat we de problemen oplossen met praten. En dat het ons niet aangaat als ze drinken of blowen. Ze zijn enthousiast, ze willen buurtzonen zijn.”


Na de eerste onwennige reacties wordt het plan van de buurtvaders in de media zeer positief ontvangen. De Telegraaf schrijft in het begin aarzelend over een ‘burgerwacht’, Trouw zet in met ‘vaderwacht’ en NRC houdt het op ‘surveillanten’, maar al snel is de ‘buurtvader’ een begrip. Scepsis is er ook. In het televisieprogramma Middageditie voorspelt een Utrechtse ‘deskundige’ dat de Marokkaanse buurtvaders het hoogstens een half jaar vol zullen houden. Het stadsdeel en de politie steunen de buurtvaders van het eerste uur meteen enthousiast. Ze krijgen al snel mobiele telefoons en speciale jassen, waaraan ze tijdens hun rondes voor iedereen herkenbaar zijn. Ze mogen de kleur en het opschrift zelf uitkiezen, maar het moet volgens alle betrokkenen vooral niet gaan lijken op een burgerwacht. Met de Hein Roethofprijs in 2000 en de European Crime Prevention Award in hetzelfde jaar komen de buurtvaders ook financieel wat ruimer in hun jasje te zitten. Oprichter M. Farjani mag sinds de lintjesregen van 2004 Lid in de Orde van Oranje Nassau noemen. Het ontbreekt bepaald niet aan erkenning. Tot uit Zweden komen nieuwsgierige beleidsmakers kijken hoe ze het in Slotervaart-Noord aanpakken.


Strohalm


Het mooiste is wel dat het idee wordt overgenomen in andere Amsterdamse buurten en in de rest van het land. In allerlei Nederlandse gemeenten gaan buurtvaders ’s avonds op stap en dat zijn niet alleen Marokkaanse. Zelfs in België staan buurtvaders op. Onderzoekers Marjan de Gruijter en Trees Pels van het Utrechtse Verwey-Jonker Instituut stellen in 2005 vast dat het initiatief van de vaders van Slotervaart-Noord in dat jaar inmiddels is overgenomen op zo’n dertig plaatsen in Nederland. In het grimmige klimaat dat ontstaat na de aanslagen door moslimterroristen in New York en Washington op 11 september 2001, lijkt het concept van de buurtvaders één van de weinige strohalmen waaraan buurtwerkers en politici zich kunnen vastklampen. In hoeverre het ook daadwerkelijk lukt de overlast terug te dringen, is moeilijk vast te stellen.


De laatste jaren is er in het stadsdeel Slotervaart ook kritiek op de buurtvaders te horen. Het officiële beleid tegen de overlast die een kleine groep jongeren veroorzaakt is harder geworden. De aanpak van de buurtvaders sluit daar niet op aan. Duidelijk is dat ook zij een harde kern van deze jongens niet bereiken en dat de problemen in de buurt er de afgelopen tien jaar niet minder op zijn geworden. De buurtvaders wordt verweten dat ze teveel binnen thee zitten te drinken en te weinig de straat op gaan. Het oordeel van stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch is niet mals: ze zijn onderdeel van het probleem geworden en kunnen beter gaan werken, lezen we in het in juni bij uitgeverij Bert Bakker gepubliceerde boek Staatssecretaris of crimineel. Het smalle pad van de Marokkaan van journalist Paul Andersson Toussaint.


Het wordt er niet eenvoudiger op doordat de buurtvaders er geen behoefte aan lijken te hebben hun werk formeel te evalueren. “Wij zijn vrijwilligers en richten ons meer op straat en hebben geen tijd voor allerlei papierenwerk”, zegt één van de buurtvaders van Al Mawadda in het rapport De toekomst van het buurtvaderschap van het Verwey-Jonker Instituut uit 2005. Hij weet desondanks zeker dat overlast en criminaliteit in de buurt zijn afgenomen. "Door onze aanwezigheid voelen de bewoners zich meer veilig dan een paar jaar geleden."


Tekst: Marius van Melle en Niels Wisman


Oktober 2009


Delen: