Hier gebeurde het… Rembrandtplein, 12 januari 1903

Houdini breekt uit politiecel

Op 12 januari 1903 zette de beroemde boeienkoning en illusionist Harry Houdini de Amsterdamse politie te kijk. Het Rembrandtplein stond zwart van de agenten toen hij, aan handen en voeten geketend, door de waarnemend hoofdcommissaris werd opgesloten in een cel van het politieposthuis op de hoek van de Halvemaansteeg. Houdini was geheel naakt, zodat men er zeker van was dat hij geen uitbrekersgereedschap bij zich droeg. Vijf minuten later al had hij zich bevrijd.

De stunt om publiek te trekken voor zijn optreden later die maand in het Rembrandttheater was geslaagd en de reputatie van de beroepsuitbreker kon niet meer stuk. Houdini was in 1874 in Hongarije geboren als Ehrich Weiss en was als kind met zijn familie geëmigreerd naar de Verenigde Staten. Hij kwam uit een orthodox-joods milieu: zijn grootvader was rabbijn en zijn vader was een vooraanstaand lid van de joodse gemeente in Wisconsin, waar hij opgroeide. Hij brak met dat milieu door circusartiest te worden. Zijn naam veranderde hij in Harry Houdini, een eerbetoon aan de Franse goochelaar Houdin wiens memoires hij had gelezen.

Na tal van optredens als acrobaat, bleek Houdini ook de gave te hebben om als illusionist op te treden. Hij combineerde die talenten. Met zijn kleine gespierde lichaam kon hij de onmogelijkste toeren uithalen, zoals zijn arm uit en in de kom manoeuvreren. En met zijn goochelaarstalent kon hij gemakkelijk mensen op het verkeerde been zetten en de aandacht afleiden. Door bij een slotenmaker in de leer te gaan ontwikkelde hij zich vervolgens tot boeienkoning. Zijn geheim was een combinatie van acrobatische behendigheid, fenomenale kennis van sloten én het gebruik van goochelaarstrucs om pinnetjes te verstoppen voor het openen van sloten. Bovendien had hij een goede neus voor publiciteit. Hij maakte er een gewoonte van zich te laten boeien door politieagenten, die dan voor schut stonden als hij zich wist te bevrijden. Toen hij in 1898 wist te ontsnappen uit de extra beveiligde stadsgevangenis van Chicago, was zijn naam als boeienkoning gevestigd.

Gevaarlijke molenwiek

In 1900 besloot Houdini tot een tournee in Europa, die zo succesvol bleek dat hij pas vijf jaar later naar huis terugkeerde. Hij trad de eerste twee jaar afwisselend op in Engeland en Duitsland, en in het voorjaar van 1902 ook in Frankrijk en Oostenrijk. Daarna was Nederland aan de beurt, met een engagement bij het Duitse circus Corty-Althoff waarvoor hij al eerder gewerkt had. Hij liet zich toen als stunt vastbinden aan een molenwiek. Dat liep nog bijna verkeerd af, omdat hij zich verkeek op de snelheid van de draaiende wieken: toen hij zich eenmaal losgewurmd had, kwam hij lelijk ten val.

In dat najaar toerde hij weer door Engeland. Maar elke week in een andere stad, dat begon te vervelen. Daarom nam hij graag de uitnodiging aan om een maand lang in dezelfde stad op te treden: Amsterdam. Het Rembrandttheater, waar hij zijn kunsten ging vertonen, stond er nog geen jaar. De directeur van dat nieuwe theater was Leo Levin, die het aangedurfd had om deze dure attractie in te huren om zijn tent op de kaart te zetten. De andere artiesten die optraden waren blijkbaar van de tweede garnituur, want ze zijn in geen enkel naslagwerk te traceren, zoals Rosa d’Arkansas en Marquis de Sousa. Het ging om Houdini!

Na het voorprogramma van ruim een uur verscheen dan de boeienkoning, die zich door iemand uit het publiek hand- en voetboeien liet omdoen. Een gordijntje onttrok hem aan het gezicht, en terwijl het orkest met opzwepende muziek de spanning opvoerde, wachtte men op het moment dat hij zonder boeien weer tevoorschijn kwam. Maar hij had nog andere trucs die net zo boeiend waren. Zo liet hij zich opsluiten in een kist, die door vrijwilligers uit het publiek dichtgenageld werd. Dat was een goochelaarstruc, want de bodem was niet vastgespijkerd. Houdini zat dan achter zijn gordijntje een boek te lezen om de spanning bij het publiek te laten oplopen.

Bloedende schaafwonden

Moeilijker was het als hij zich liet vastbinden met touwen. Dat ging in Amsterdam bijna mis: iemand had hem zo vastgesnoerd dat hij pas na een half uur met bloedende schaafwonden aan zijn armen achter zijn scherm vandaan kwam. Hij zei toen hijgend in gebroken Nederlands dat degene die hem had vastgebonden, vergeten was dat hij ook een mens was. Omdat zijn reputatie op het spel stond, liet hij zich prompt door een assistent vastbinden en ontdeed hij zich nu voor de ogen van het publiek van de touwen. “Alles van zijne handen was in beweging,” schreef het Algemeen Handelsblad. “Op de meest vreemde wijze draaiden polsen en vingers. Binnen eenige tellen was hij er weer uit. Maar hoe! ’t Ging te vlug om het juist te kunnen zien. Onder daverend applaus viel daarna het scherm.”

Na Amsterdam ging hij naar Rusland en zette er de beruchte tsaristische politie te kijk. “In feite is de politie hier almachtig,” schreef hij zijn broer, “en ben ik de eerste die hen durft uit te dagen. Dat is mijn succes.” Hij verdiende er wel 1000 dollar per week. Voor heel wat minder was hij in september weer actief in Nederland, nu als act bij het paardencircus van Carré. Tijdens deze tour brak hij uit de arrestantencel in het stadhuis van Dordrecht.

Tot zijn overlijden in 1923 – aan de gevolgen van een verwaarloosde blindedarmontsteking – zou Houdini nog heel wat wonderbaarlijke ontsnappingen verrichten. Zijn naam bleef voortleven. In 1977 werd zelfs een opera aan hem gewijd, met muziek van Peter Schat op een libretto van Adrian Mitchell. “Let the people of the world/ shake off their chains,” zong het slotkoor. Houdini was een symbool van bevrijding geworden.

Tekst: Marius van Melle en Niels Wisman
Januari 2007

Delen:

Buurten:
Centrum
Rubriek:
Hier gebeurde het
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Editie:
Januari
Jaargang:
2007 59