Hier gebeurde het… Quellijnstraat 64, 16 juni 1980

Bom explodeert in De Pijp

‘Explosie verraadt linkse extremist’, kopte De Telegraaf in chocoladeletters nadat in de nacht van 15 op 16 juni 1980 een huis in De Pijp ten gevolge van ontploffingen bijna geheel was verwoest.

In het pand woonde op tweehoog Henricus Johannes (Henk) Wubben, de landelijk secretaris van de maoïstische Rode Jeugd, een club die zijn maatschappijkritiek op brisante wijze voor het voetlicht placht te brengen. Was de explosie een gevolg van het onhandig bereiden van bommetjes, zoals de politie suggereerde?

Wubben vertelde in 1997 aan Frénk van der Linden in NRC/Handelsblad wat er die nacht gebeurde. “Ik werd om vier uur ’s nachts wakker door een ontploffing. Toen ik de woonkamer binnenliep, zag ik het plafond instorten en een enorme vuurbal op me afrollen. Hitte, lawaai, rook. Ik was bang dat ik zou stikken. Deur van het trappenhuis opengezwaaid: dat stond in lichte laaie.”

Via de achtergevel wisten hij en zijn vriendin Cisca Brakenhoff de vuurzee te ontkomen. “Cisca was in de slaapkamer achtergebleven, waar we uit het raam klommen en vanaf de vensterbank om hulp riepen. (…) Ik liet me zakken en bereikte met mijn tenen een bovenlicht. Met mijn nagels aan de randen van bakstenen hangend kroop ik omlaag. Toen ik eenmaal in een kozijn stond, probeerde Cisca hetzelfde te doen. Dat ging mis. Ik zie haar nog vaak in slow motion voorbijsuizen. Onderweg maakte ze een pirouette. Afgelopen, dacht ik. Maar ze klapte op de rand van een tuintafel, die haar val brak.” Ze bleek slechts lichtgewond te zijn.

Grootste terrorist

Om op adem te komen vertrok Henk naar een politiek geestverwant in Amersfoort en Cisca naar haar ouders in Oudkarspel. Daar worden ze al snel gearresteerd. Cisca werd na een paar dagen al vrijgelaten, en haar vriend kwam ook al tijdens het voorarrest op vrije voeten. Tijdens het proces in de zomer van 1983 werd hij tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld, omdat op zijn onderduikadres twee pistolen en ‘explosieve mengsels’ waren gevonden.

Het Openbaar Ministerie, dat hem ook de explosie in de Quellijnstraat in de schoenen wilde schuiven en anderhalf jaar had geëist, ging in hoger beroep. Dat diende in januari 1985. Dienstdoend officier van justitie mr. L. de Beaufort had grote kritiek op het opsporingsonderzoek van de politie en de als getuigen opgeroepen agenten hadden de zaak niet kunnen verhelderen. “Veel getuigen gaven blijk van een slecht geheugen. Ik denk dat ze nog altijd onder de indruk zijn van de explosie en de sfeer die erna ontstond. De politie leek de hand te hebben gelegd op de grootste terrorist van Nederland. Ik heb kritiek op die sfeer, maar daarmee is het verhaal van Wubben zelf nog niet waar.” De verdachte had namelijk gesuggereerd dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) de hand had gehad in de explosie. De eis luidde nu een half jaar, vanwege overtreding van de vuurwapenwet. Van de explosie werd hij vrijgesproken. Het Amsterdamse Hof vonniste hem tot vier maanden. Hij zou 54 dagen achter de tralies verdwijnen.

Geheim agenten

De uit Eindhoven afkomstige Wubben werd al jarenlang door de BVD in de gaten gehouden. Sinds een spion-in-ruste van deze dienst een paar jaar geleden uit de school klapte, weten we dat allerlei maoïstische groepjes waren geïnfiltreerd door geheim agenten en de BVD zelfs een eigen partijtje had gesticht om het gedachtegoed van de Grote Roerganger uit te dragen. Geradicaliseerde jongeren, zoals Wubben, voelden zich geïnspireerd door de Chinese Culturele Revolutie; terwijl in de Sovjet-Unie de macht in handen was van dinosaurussen, werd in China naar de stem van de jeugd geluisterd – althans, daarvan waren ze overtuigd.

Het kapitalistisch systeem wankelde en hoefde maar een zetje te krijgen om ineen te storten, was de verwachting. Agitatie om de massa in beweging te krijgen, kon daarbij helpen. En enig geweld kon ook wel dienstig zijn om ontwikkelingen te versnellen, vonden de radicaalsten onder hen. Gelukkig heeft dat in Nederland niet tot dodelijke slachtoffers geleid, maar in de Duitse Bondsrepubliek was dat anders. Daar hadden de heethoofden van de Rote Armee Fraktion (RAF) geen scrupules om tegenstanders uit de weg te ruimen.

Juist een vermeende connectie tussen de RAF en Wubben had de laatste tot staatsgevaarlijk persoon gemaakt, in de ogen van de geheime dienst. Hij was namelijk bevriend met Sigurd Debus, die een straf van vijftien jaar uitzat wegens bomaanslagen. Zonder tot de RAF te behoren, maar wel door deze club geïnspireerd, was Debus in Hamburg een eenmansguerrilla begonnen tegen ‘het systeem’. Wubben correspondeerde met hem en dat werd uiterst verdacht gevonden.

Toen in 1986 aan het licht kwam dat de Duitse evenknie van de BVD in 1978 een val had gezet om Debus uit de gevangenis te bevrijden, in een poging om te infiltreren in de RAF, viel bij Wubben het kwartje. Hij was namelijk toen door Duitse ‘vrienden’ van Debus benaderd om aan die actie mee te doen. Hij was er niet op in gegaan. De Duitse overheid voelde zich gedwongen om de gang van zaken toe te geven, inclusief het feit dat was geprobeerd om Wubben erbij te betrekken. Voor hem was dat aanleiding om te proberen de zaak over de explosies in de Quellijnstraat te heropenen. Dat mislukte, want hij was immers voor deze zaak vrijgesproken en zijn belangen waren onvoldoende geschaad.

“Mijn interpretatie”, zei hij tegen NRC/Handelsblad, “is dat ze me eerst via Debus hebben willen kaltstellen; toen dat mislukte mocht ik desnoods aan mootjes.” Aanleiding voor dat interview was het verschijnen van een kritisch boek over Noord-Korea dat Wubben als cultureel antropoloog had geschreven. Zijn anti-kapitalistische overtuiging heeft hij niet verloochenend, maar zijn enthousiasme voor de communistische experimenten in Oost-Azië is aanmerkelijk bekoeld.

Cabaret in Habs

Op de plaats van het verwoeste pand Quellijnstraat 64 en de beide door de explosies bouwvallig geworden buurpanden zou buurthuis Quellijn verrijzen. Een culturele bestemming, die passend is voor deze historische grond. In het souterrain van Quellijnstraat 64 werd namelijk het Nederlandse cabaret geboren. Daar was van de zomer van 1895 tot medio 1904 nachtcafé Het Wapen van Habsburg, bekend als Habs ofwel De Kuil.
Eduard Jacobs (1868-1914) bezong er staande achter de piano de zelfkant van de maatschappij. Hij had in Parijs kennis gemaakt met cabaretchansons en introduceerde deze vorm van kleinkunst in de toen nieuwe buurt De Pijp (officieel buurt IJIJ). Dat was een uitgaansbuurt geworden, met een uitgebreid nachtleven. De daarbij horende prostitutie was een geliefd onderwerp van Jacobs’ vlijmscherpe teksten. Een onderwerp dat in die Victoriaanse tijd uiterst brisant werd gevonden.

Tekst: Marius van Melle en Niels Wisman
Mei 2008

Delen:

Buurten:
Zuid
Editie:
Mei
Jaargang:
2008 60
Rubriek:
Hier gebeurde het
Tijdperk:
1950-2000