Hier gebeurde het. Muntplein 17 oktober 1877

De ‘muur van Oostmeijer’ op het Sophiaplein – het huidige Muntplein – stond de nieuwe paardentramlijn in de weg. Op de muur prijkte een reuzenadvertentie voor een kledingwinkel en de eigenaar weigerde het huurcontract op te zeggen. Studenten boden een oplossing en stootten de muur op een nacht omver. 

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right

In mei 1877 werd een rijtje huizen tussen Munttoren en Doelenbrug gesloopt dat in de weg stond voor de aanleg van de paardentrambaan. De panden stonden bekend als de Engelse huizen, naar de Britse projectontwikkelaar John Jorden, die in 1624 toestemming had gekregen om vijf huizen te bouwen op de plek waar zes jaar eerder een glasblazerij was ontploft.  

De brand die volgde had ook het grootste deel van de Regulierspoort verwoest, op de westelijke toren na. Naar ontwerp van Hendrik de Keijser was daar vervolgens een sierlijke spits op gezet. Die kennen we nu als Munttoren. Hier werden tussen 1672 en 1674 in het bijgebouw aan de Singelkant munten geslagen, nadat de Franse inval de Utrechtse Munt onbereikbaar had gemaakt. 

Jorden liet de huizen na aan de Presbyteriaanse Diaconie, die ze in 1763 van de hand deed. De eenheid van vijf identieke trapgevels ging daarna al snel door verbouwingen verloren. Een eeuw later liet het stadsbestuur met het oog op de veiligheid het huis naast de toren slopen. De passage tussen de toren en het huizenrijtje was smal en dat leidde tot ongelukken. Veel indruk maakte het dodelijke ongeval van dienstbode Cornelia Sloos in 1860; ze had met haar lichaam de twee kinderen met wie ze wandelde het leven gered toen ze door een koets werden overreden.  

De sloop gebeurde pas in 1865, omdat de Tweede Kamer haar instemming voor onteigening moest geven en dat was een tijdrovende procedure. Het buurhuis van het gesloopte pand kreeg een gewitte blinde muur. Ideaal om een advertentie op te laten schilderen, vond de twintig jaar jonge winkeleigenaar Meindert Oostmeijer. Sinds het overlijden van zijn vader – ook Meindert geheten – een jaar eerder leidde hij een kledingbedrijf in de Kalverstraat, ter hoogte van de huidige Kalvertoren. In 1874 wist hij het muuroppervlak voor vijf jaar te huren als advertentiedrager. 

Officieren van gezondheid 
Het lot van de (nu nog) vier Engelse huizen op wat destijds nog het Schapenplein heette, werd bezegeld toen de gemeenteraad in juni 1876 akkoord ging met de gunning aan de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij (AOM) om een aantal paardentramlijnen aan te leggen. De AOM kocht de huizen op en bood de gemeente er drie aan voor dezelfde schappelijke prijs die ze ervoor had betaald. Vanwege het nog lopende contract van de muuradvertentie was de ondergrond van het vierde pand zelfs gratis. 

In mei 1877 gingen de huizen tegen de grond en werden de Doelen- en de Muntsluis verlaagd en verbreed. Alleen de ‘muur van Oostmeijer’ bleef staan op het nu uitgebreide Schapenplein, dat een maand later herdoopt werd tot Sophiaplein – naar de kort ervoor overleden koningin Sophie, de ongelukkige gemalin van Willem III. Het was een naam die nooit ingeburgerd zou raken en veertig jaar later werd veranderd in Muntplein, na een voorstel van het socialistische raadslid Jos Loopuit. Winkeleigenaar Oostmeijer was echter niet te bewegen het huurcontract van de muur op te zeggen. In de nacht van 16 op 17 oktober schoten feestvierende studenten de gemeente te hulp. 

Op 15 oktober had de Universiteit van Amsterdam haar geboortedag beleefd. Er waren 427 studenten ingeschreven, van wie maar liefst twee derde de medicijnenstudie volgden. De opleiding tot militaire arts was in 1868 van Utrecht naar Amsterdam verplaatst. Omdat leger en marine vanwege de toenemende oorlogshandelingen in Indië, steeds meer behoefte hadden aan ‘officieren van gezondheid’, was die studie aantrekkelijk gemaakt. De staat betaalde de studiekosten en de studenten kregen zelfs een toelage. Die toeloop van medische studenten was de redding voor het Atheneum Illustre geweest, want het studentenaantal was dramatisch teruggelopen sinds de stad verbonden was met het spoor. Afstuderen kon alleen aan een rijksuniversiteit en velen hadden het omslachtig gevonden om in Amsterdam te studeren en dan examen te doen in Leiden of Utrecht. 

Gedrocht der kleingeest 
Studentenvereniging Mavors Medicator (genezing brengende Mars) van de militair geneeskundigen had haar sociëteit sinds mei 1875 in de bovenzaal van het Muntgebouw, waar al twee eeuwen een logement annex café zat. De sociëteit – Machaon genoemd naar de zoon van Asklepios, Griekse god van de geneeskunst – liep de avond van 16 oktober 1877 vol met studenten om de start van de universiteit te vieren. Ook niet-medici waren welkom. 

Het liep tegen drie uur ’s nachts toen student Antoine François Verschuur op een tafel klom met een kabeltouw om zijn nek en in een gloedvol betoog opriep om de muur te gaan slechten. “Zult gij dulden dat het gedrocht van de kleingeest zich plaatst in de weg des vooruitgangs?” De toehoorders duldden het niet en de kroeg stroomde leeg om de aanval op de muur in te zetten.  

Maar die gaf zich niet zo snel gewonnen. Nadat Verschuurs kabel met krammen was vastgezet, lukte het alleen om het bovenste deel naar beneden te trekken. Toevallig lag voor de Geelvincksteeg een schuit met steigerpalen, waarmee de aanval werd voortgezet. Passerende passagierende matrozen schoten de studenten te hulp. De muur bezweek. Meindert Oostmeijer keek gelaten toe, want de politie greep niet in. Een maand later ruimde de gemeente de restanten op. 

Gangmaker Antoine Verschuur was de held van de dag. Hij kwam uit Suriname en genoot onder zijn medestudenten een grote populariteit omdat hij enige gelijkenis vertoonde met de koning der Zoeloes – toen Kaffers genoemd – die zich in die tijd nog succesvol verzette tegen het imperialisme van de Britten. Verschuur bracht het als arts tot geneesheer-directeur van het Marinehospitaal in Den Helder. Bij zijn voortijdig overlijden in 1901 rakelden oud-studiegenoten het verhaal van de val van de muur van Oostmeijer met weemoed op in de krant. 

Beeld: Restant van de kapotgeslagen 'muur van Oostmeijer'; in de verte Hotel Rondeel. Stadsarchief Amsterdam

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Architectuur
Editie:
Oktober
Jaargang:
Rubriek:
Hier gebeurde het
Tijdperk:
1800-1900