Hier gebeurde het... Diemerdam, 1 oktober 1787

Bij het krieken van de dag op maandag 1 oktober 1787 werden de Amsterdammers opgeschrikt door “dreigend gebalder” van kanonnen. De Pruisen hadden de aanval geopend op de ring van versterkingen rond de stad. Ze kwamen het gezag van stadhouder Willem V herstellen, dat door de patriotten danig was aangetast. Op de batterij Diemerdam hielden de patriotse soldaten hun adem in. Zou Muiden standhouden? Kon de opmars vanuit het zuiden worden gestuit?

 

De versterking bij de Diemerdam was vanaf 5 juli opgeworpen bij de Diemerzeedijk ter hoogte van de uitwateringssluis van de Diem. Een week eerder had een vrijkorps prinses Wilhelmina, de echtgenote van de stadhouder, de doortocht naar Den Haag belet bij Goejanverwellesluis. De spanning steeg. De Oranjepartij schreeuwde moord en brand over deze ‘majesteitsschennis’ en de prinses vond het genoeg reden haar broer, de koning van Pruisen, tot actie aan te zetten.
Voor de bouw werden zo’n 800 houten palen aangevoerd, wallen opgeworpen voor twee batterijen – wat onhandig van elkaar gescheiden door de Kleisloot – en vijf kanonnen geplaatst. De patriotse dominee van Diemen, Bernardus Bosch, werd aangesteld als directeur van de kanonniers. De vurige woorden waarmee de versterking werd ingewijd waren waarschijnlijk van hem: Ik blixem aan het IJ/ en donder met kartouwen/ door Diemens schutterij,/ zo Monster Dwingelandij/ van Willem van Nassauwen/ hier naderen durft aan het IJ.
Willem dorst inderdaad niet, maar liet het over aan zijn zwager, die op 13 september een leger van 25.000 man de Republiek liet binnenvallen. Twee dagen later werd Utrecht door de verdedigers ontruimd waarna zij zich achter de Hollandse Waterlinie verschansten – een linie die echter door de droge zomer lang niet perfect was. De hoofdmacht van het Pruisische leger trok zonder veel tegenstand te ontmoeten Holland binnen.

Weilanden stonden blank
Al snel werd Amsterdam van twee kanten bedreigd. Op 21 september zaten de Pruisen al in Abcoude en Baambrugge. Daarop besloot de bezetting van de batterij Diemerdam naar de stad te vluchten, aangezien hun stukken naar Muiden gericht stonden en niet naar het zuiden, vanwaar men inmiddels de aanval verwachtte.
Het liep anders. De divisie van generaal Von Kalkreuth kwam toch vanuit het oosten en rukte aanvankelijk snel op. Maar inmiddels was het flink gaan regenen en stonden de weilanden rond Amsterdam blank, zodat alleen hooggelegen wegen en dijken te gebruiken waren. En dat was in het voordeel van de verdedigers. De Pruisische opperbevelhebber stond nu een wapenstilstand toe voor onderhandelingen. Die begonnen op 23 september in het Pruisische hoofdkwartier te Leimuiden.
Een week later waren ze mislukt. De wapenstilstand liep weer af. Ondertussen was er verder gewerkt aan de versterkingen. Zo had majoor Herman Daendels de Duivendrechtsebrug laten afbreken en er batterijen laten opwerpen. Militair ingenieur J. Guichenon de Chatillion verbeterde de batterij bij Diemerdam.
Nog voor de wapenstilstand afliep op 30 september, verjoegen de verdedigers bij de Vinkenbrug (waar de Muiderstraatweg de Korte Diem kruist) tot tweemaal toe de Pruisische verkenners. Dat was maar goed ook, want de ruiterij die de wacht hield iets verderop bij Diemerbrug (ter hoogte van de katholieke kerk De Hoop), wist de drank zo goed te raken dat het mikken op de vijand twijfelachtig was. Met zijn dertigen sloegen ze op stadskosten in twee weken tijd voor 250 gulden aan drank naar binnen, waaronder 215 flessen wijn.

Ooggetuige doet verslag
De eerste oktober barstte de strijd echt los. Ooggetuige was schipper Jan Hessels Visser, die op zijn kotter De Hector de monding van het IJ moest bewaken. “Smorgens de clocke halff vijff uuren hoorden wij eerst te Muiden en vervolgens genoegzaam tegelijk op diverse plaatsen zwaar canonneeren, en ook met klijn geweer schieten. Aan den Amstel, en onder Diemen, ontstond hierdoor brand, hetgeen tot den avond aanhield – de overwinning te Muiden en onder Diemen hebben wij duidelijk kunnen zien dat volkomen aan onze zijde was, wijl den vijand voorbeeldelijk en gelijk het waare Batavieren eijgen is beschooten wierd en tot verre aan geene zijde van Muiderberg terugge wierd gedreven.”
Vooral bij de kruising van de Weespertrekvaart en de Bijlmerringsloot, waar toen het Weesper Tolhek stond, en bij de Duivendrechtsebrug werd hevig gevochten. De aanvallers moesten zich daar terugtrekken. Maar aan de andere kant van de stad ging het mis. Op de Amstelveenseweg bij de Kalfjeslaan hield de daar ingerichte batterij het enkele uren vol, tot ze in de rug werden aangevallen door per boot overgezette Pruisen. De krijgslist over het water van de Haarlemmermeer slaagde ook in Halfweg, waar de verdedigers volledig verrast werden. De Pruisische opperbevelhebber kondigde daarna een wapenstilstand af en er volgden onderhandelingen met Den Haag (met de prinses en de Staten van Holland).

Opknapbeurt jongeren
De op 4 september gereedgekomen “houten loges” voor de manschappen in Diemerdam waren niet meer nodig. Op 10 oktober gaf Amsterdam zich over; de stad werd gehuld in oranje en de politieke afrekening kon beginnen. Pruisen bouwde de Brandenburger Tor om de overwinning glans te geven.
Toen het stadhouderlijk paar enkele jaren later toch de plaat moest poetsen, bleef de versterking bij Diemerdam in de militaire belangstelling staan. In 1799 werd zij nog onder handen genomen, toen een Engels-Russische invasie via de Zuiderzee dreigde (maar over de Noordzee kwam). Eind 1805 en vervolgens in 1810 werd de batterij naar een plan van generaal Krayenhoff aanzienlijk uitgebreid. De hinderlijke sloot tussen de batterijen werd verlegd. Napoleon kwam de zaak op 21 november 1811 inspecteren en was er zowaar content over.
In de loop van de 19de eeuw bleef het geheel een militair object, zonder dat er veel aandacht aan werd besteed. Dat veranderde toen de plannen opkwamen voor de Stelling van Amsterdam. Van 1886 tot 1896 werd Diemerdam omgebouwd tot een kustbatterij die de IJmonding moest bewaken, samen met Fort Pampus en de batterij op IJdoorn bij Durgerdam. Van 1914 tot augustus 1917, tijdens de mobilisatie vanwege de Eerste Wereldoorlog, hielden dienstplichtigen de wacht in wat nu officieel het Werk aan het IJ heette. Een naam die maar niet wilde beklijven omdat men bleef spreken van Fort Diemerdam. Daarna nam het militair belang af, al helemaal na de afsluiting van de Zuiderzee. In 1954 trok Defensie zijn handen ervan af.
Sinds kort is er nieuw leven in de brouwerij. Met Europees geld en de inzet van kansarme jongeren is een houten horecagebouw neergezet dat aan het eind van de zomer opengaat. Onder meer het munitiegebouw uit 1896 is hersteld. In de nabijgelegen gerestaureerde boerderij Zeehoeve heeft Dienst Werk en Inkomen een ‘diagnosecentrum’ ingericht om jongeren aan klussen te helpen om werkervaring op te doen. Om de eigen batterij op te laden, zoals met het opknappen van deze voormalige kustbatterij.

Meer weten? Zie: www.stelling-amsterdam.nl, www.stichting-mega.nl en www.stadsherstel.nl.

Beeld: Verdediging van Amsterdam bij de aanval der Pruisen. Stadsarchief Amsterdam.

Delen:

Buurten:
Zuid-Oost
Dossiers:
Politiek
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
2012 64
Rubriek:
Hier gebeurde het
Tijdperk:
1700-1800