Hier gebeurde het... Brachthuijzerstraat, 4 december 1975

Moluks gijzelingsdrama

Op donderdag 4 december 1975, om tien over twaalf ’s middags, renden zeven gewapende Molukse jongeren in de leeftijd van 22 en 23 jaar het Indonesisch consulaat binnen. Dat was gevestigd in een rustig straatje in Amsterdam-Zuid tussen de Koninginneweg en de Valeriusstraat, vernoemd naar een in het begin der 19e eeuw beroemde blinde organist. Het was het begin van een gijzelingsdrama dat zich tot vrijdag 19 december zou voortslepen.

Het idee voor de gijzeling van het consulaat was een paar dagen eerder bedacht door zes vrienden uit Bovensmilde, die iets wilden doen om hun geestverwanten te steunen die een trein bij Wijster hadden gekaapt. Onder hen was een broer van een van de treinkapers. De zevende woonde in Amsterdam waar hij als organisator van popconcerten werkte. Die had tevoren een kijkje genomen in het pand en kunnen constateren dat er behalve het consulaat-generaal ook twee Indonesische reisbureaus gevestigd waren. Dat er ook een schooltje voor Indonesische kinderen was gevestigd, daar kwamen de gijzelnemers pas achter toen ze het gebouw binnen waren gevallen. Dat was de eerste tegenvaller voor de actievoerders, waarvan er drie op een pedagogische academie zaten. De tweede was dat de consul-generaal afwezig bleek, want die zat in Den Haag te vergaderen op de ambassade over de treinkaping. De inzet van de hele onderneming, om met deze troef de Indonesische regering te dwingen om de Molukkenkwestie serieus te nemen, was dus al direct mislukt. Het was een impulsieve actie van heethoofdige jongeren die vonden dat ‘ze iets moesten doen.’ De voorbereiding ervoor was nogal knullig: ze hadden op het VVV-kantoor nog de weg naar het consulaat moeten vragen. Maar ze voelden zich een hele piet, gewapend met stencils en – gestolen – schiettuig en bovendien vervuld van een onwrikbaar geloof in de juistheid van het politieke ideaal van een vrije Zuid-Molukse Republiek (Republik Maluku Selatan, afgekort RMS).

Dramatische ontsnapping uit de postkamer

Van vrijheidsdrang was menigeen die plotseling met een gijzeling werd geconfronteerd ook vervuld. Bij het binnenstormen van de zeven was al een dame van het paspoortenbureau op de begane grond erin geslaagd naar buiten te rennen. Er zouden nog meer mensen weten te ontsnappen. Vier medewerkers van het consulaat hadden zich verschanst in de postkamer op de tweede verdieping met een raam aan de Valeriusstraat, een kamer die door de overvallers aanvankelijk over het hoofd was gezien. Nadat twee van hen zich via een aan een radiator vastgemaakt touw in veiligheid hadden weten te brengen, ging het mis. Ze werden ontdekt, er werd geschoten en de derde kreeg tijdens de afdaling een kogel in zijn buik. Hij werd door politieagent Dietz in veiligheid bracht. Hij zou het, in tegenstelling tot de vierde Indonesiër overleven. Deze man, E. Abedy (52), kon door het geschiet geen gebruik van het touw maken, sprong in de richting van een matras die buurtbewoners hadden neergelegd, maar kwam er helaas naast terecht. Hij zou een paar dagen later aan zijn verwondingen overlijden.

Een uur voor deze dramatische ontwikkeling waren er vijf kinderen vrij gelaten in ruil voor een televisie- en radiotoestel. Het inmiddels op het Hoofdbureau van Politie op de Marnixstraat ingerichte Beleidscentrum met burgemeester Samkalden en procureur-generaal Hartsuyker had hiermee ingestemd omdat ze zich niet voor konden stellen dat er in dat gebouw geen media-apparatuur was. Die bleek er ook te zijn, ontdekten de gijzelnemers later.

Middels de NOS-radio, die nog voor de politie de straat had afgezet een provisorische studio had ingericht in de nog steeds bestaande antiekwinkel naast het consulaat, werd bekend dat er 16 kinderen en 25 volwassenen werden gegijzeld [drie dagen later zou er nog een tevoorschijn komen]. Reporter Kees Buurman had tijdens de uitzending de afdeling voorlichting van het consulaat gebeld en een bezetter aan de lijn gekregen. Al die mensen zaten nu opgepropt in de vergaderkamer van de consul op de eerste verdieping. Minister van Justitie Van Agt liet direct aan dit soort externe contacten een eind maken. Hij stuurde psychiater Dick Mulder, werkzaam bij justitie, naar Amsterdam om het contact met de bezetters te onderhouden. Dat zou een goede zet blijken te zijn, want met diens gesprekstechniek zou hij een sleutelrol spelen in de gekozen vertragingstactiek van de beleidsmakers.

De volgende dag voerden de gijzelnemers de druk op door op het balkonnetje onderwijzer Saka Datuk met de dood te bedreigen. De foto van deze scène, gemaakt door Nico Koster, zou de wereld overgaan en bij World Press Photo in de prijzen vallen. Door urenlang in ondergoed op dat balcon in de vrieskou te staan – later in gezelschap van twee anderen – zou hij longontsteking oplopen. De Amsterdamse ziekenfondsarts dr. Fanggiday, gegijzeld toen hij net het gebouw had betreden om zijn daar werkzame vrouw af te melden wegens ziekte, zou een paar dagen later de gijzelaars weten te bepraten om hem samen met een hartpatiënt vrij te laten.

Samkalden houdt het hoofd koel

Een snelle oplossing was er niet en de spanning liep op, tot er Molukse bemiddelaars actief werden. De belangrijkste van hen was dominee Samuel Metiary, leider van de Molukse eenheidspartij, die de jongens ook vanwege zijn kerkelijke functie kende. Hij stelde zich militanter op dan ir. Joop Manusama, die als leider van de RMS-regering-in-ballingschap al jaren tevergeefs probeerde internationale steun te krijgen voor een vrij Molukken. Die dag nog werden er zeven kinderen vrijgelaten. De resterende vier kinderen mochten op 9 december gaan in ruil voor een gesprek tussen Metiary en een Indonesische ambassaderaad.

Naarmate de actie voortduurde, werd het geduld van de beleidsmakers steeds meer op de proef gesteld; zeker nadat de treinkaping op zondag 14 december was afgelopen. De onvermoeibare Samkalden, die aan een paar uur slaap genoeg had, hield het hoofd koel en wist met steun van minister-president Den Uyl gewelddadig overheidsingrijpen te voorkomen. Toen dat toch dreigde toen uit een afgeluisterd gesprek tussen bezetters opgemaakt werd dat er executies zouden plaatsvinden, haalde Samkalden de druk van de ketel. Hij bleek het maleis namelijk meer machtig te zijn dan de vertaler die de politie had ingeschakeld.

Voor de bezetters gold nu nog alleen het voorkomen van gezichtsverlies bij een overgave. Dat Van Agt bereid was Manusama aan te horen, hielp daarbij. Dreigend was de situatie binnen het gebouw niet meer. Er werd zelfs – met consulaire champagne – de verjaardag van een Molukker en Indonesiër gevierd.

Op vrijdagmiddag 19 december om half twee gaven de bezetters zich over. Ze zouden tot zeven jaar worden veroordeeld. Indonesië besloot na dit drama het consulaat te sluiten. Als ‘De Bracht’ werd het pand vervolgens een begrip bij de Amsterdamse Kruisvereniging. Maar nadat die organisatie een nieuw hoofdkantoor had betrokken op de Arlandaweg kreeg het deels weer een Indonesische functie. Men kan er weer terecht voor een vliegticket van Garuda of een visum; ook zit er een cosmetische kliniek.

Juli-Augustus 2004

De bezetting en gijzeling in het Indonesische Consulaat in Amsterdam door Zuid-Molukkers. Vanochtend verscheen één van de gijzelaars geblindoekt en met een snoer om de hals 15 minuten op het balkon van het consulaat. Links de Zuidmolukse vlag die door de bezetters is buiten gehangen. 5 december 1975, Collectie Stadsarchief Amsterdam.

 

Delen:

Buurten:
Zuid
Rubriek:
Hier gebeurde het
Jaargang:
2004 56

Gerelateerd

Hier gebeurde het... Boerenwetering, 27 november 1906
Hier gebeurde het... Boerenwetering, 27 november 1906
Hier gebeurde het 1 oktober 2004