Het schrijverscafé: Café de Zwart bestaat een eeuw

Spuistraat 334 is het adres van een legendarische kroeg. Vele markante klanten hebben in Café de Zwart hun glaasjes gedronken. Het stond lang bekend als schrijverscafé, maar ook politici en journalisten waren er veelvuldig te vinden.

“Geen betere plek om de klantenkring van Athenaeum Nieuwscentrum te observeren dan het terras van Café de Zwart op het Spui. Is dat niet Gerrit Komrij? Verdomd. Met een zuur gezicht bestudeert de schrijver de uitgestalde tijdschriften, maar het aanbod kan hem kennelijk niet bekoren. […] En loopt daar niet H.J.A. Hofland?”, schreef Frenk der Nederlanden in Het Parool, in 1994. Theodor Holman had op dezelfde plek, een paar jaar eerder, Joop den Uyl zien zitten: “Joop zat te praten met een paar voor mij onbekende politici – ik meen dat Hans van Mierlo daarbij was – en plotseling zag hij Julius Vischjager [hoofdredacteur van de eenmanskrant The Daily Invisible, KvG] uit Athenaeum komen. ‘Jezus!’, hoorde ik Joop zeggen. ‘Ik moet weg.’ Hij greep naar zijn hoofd en zei: ‘Maar ik heb nog niet betaald... Dan ga ik maar even naar de wc!’ En onder luid gelach rende hij naar achteren.”

Café de Zwart, Spuistraat 334 – niet te verwarren met Café Zwart, Dam 15 – ligt aan de Heisteeg, hartje Amsterdam. Voordat het pand een café werd, was hier de bakkerij van Bertus Stracké gevestigd, gespecialiseerd in ‘luilakbollen’. In 1917 maakte Cornelis Giebels er een tapperij-slijterij van. Onze geschiedenis begint in 1921, wanneer Willem Jacobus de Zwart (1889-1964) eigenaar wordt en er Café de Zwart begint. Hij zet de vergunning op naam van zijn zoon Dirk (1919-1980), die op zijn beurt opgevolgd wordt door zoon Onno (1952). In 2000 verkoopt Onno het café aan barman Bram Volkers en Evelien van Houten, die het bijna twintig jaar later overdoen aan de huidige eigenaars, Jeroen van Huffel en zijn zus Mireille.

Uitsmijter

Vanaf het terras van De Zwart hadden de heren schrijvers, politici en journalisten – het zijn vrijwel uitsluitend heren die de geschiedenis van De Zwart bevolken – uitzicht op gebeurtenissen die nationaal, zelfs internationaal de aandacht trokken. In de jaren zestig waren daar de provo’s en hun happenings bij het Lieverdje, het beeldje van Carel Kneulman op het Spui. In augustus 1965 kregen de happenings van anti-rookmagiër Robert Jasper Grootveld geen vergunning van de politie. Veertig agenten zetten het Spui bij het beeldje af “om ordeverstoring en verkeersbelemmering te beletten”.

Het waren vooral “jonge meisjes en jongens van anarchistische en rechtlijnig gelovige huize” die naar het Spui kwamen, schreef Roel van Duijn in zijn memoires, maar de horeca rond het pleintje had er geen vertrouwen in. De Telegraaf meldde: “De heer W. J. de Zwart heeft gistermiddag een bespreking gevoerd met commissaris P. L. Landman. ‘Ik heb hem gevraagd een oogje op onze zaken te willen houden. Ik vind het prachtig als de politie ons van het nozemgeweld wil verlossen, maar hoop daarbij dat ze tevens een oogje in het zeil op onze zaken houdt’, aldus de heer De Zwart.”

Als het Spui volliep, belde de eigenaar van naaste buur Café Hoppe de politie en deed om elf uur de deur dicht. De Zwart zette een uitsmijter aan de deur en liet na elven alleen vaste klanten binnen, die “eersterangs voor het raam mochten plaatsnemen”. Het verschil tussen Hoppe en De Zwart was zeer groot. Hoppe trok “jonge advocaten in snelle pakken, bankemployés, studenten in blauwe blazers en vrouwelijke clientèle met parelkettingen”, aldus Kester Freriks (2019). Wie bij Hoppe kwam, kwam nooit in De Zwart, en vice versa. De twee cafés waren van elkaar gescheiden door de smalle Heisteeg, maar “... wat feitelijk maar een hink-stap-sprong was, vereiste zevenmijlslaarzen om de afstand tussen de twee kroegen te overbruggen”.

Thuiskomen

Het was Onno de Zwart die in 1996 een denderend feest organiseerde ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het café, met een optreden van de ooit wereldberoemde Georgie Fame. Om de feestvreugde te verhogen stelden Arjan Peters en Mirjam Rotenstreich het boekje Nooit op zondagsamen, met bijdragen van stamgasten als Jean-Paul Franssens, Kester Freriks, A.F.Th. van der Heijden, Anthony Mertens, Jean-Pierre Rawie, Andreas Sinakowski, P.F. Thomése en Joost Zwagerman. Geen van hen was overigens Amsterdammer van geboorte, wat ook gold voor andere vaste klanten als Gerrit Komrij, Sjaak Priester, Michael van der Vlis, Vic van de Reijt, Hafid Bouazza, Dick Matena, Allard Schröder en David Barnouw. Wél geboren in Amsterdam was culinair journalist Johannes van Dam, die er tot zijn overlijden elke dag zijn krantje kwam lezen.

De kwaliteit van het café zat en zit in het vertrouwde, een gevoel van thuiskomen. Ben ten Holter typeerde De Zwart in zijn Groot Amsterdams Kroegenboek (1967): “Door deze onvergankelijkheid van de omgeving krijgt ook de bezoeker een gevoel van tijdloosheid, gesteund door een met liefde getapt pilsje, wat menigeen ‘noodlottig’ werd. Hier kan men zich onttrekken aan de realiteit en een wereld creëren, zoals men die graag zou hebben.”

Joost Zwagerman droomde ooit (Nooit op zondag) dat hij per ongeluk eigenaar was geworden van het café: “Geen slechte klanten, dat maakte ik wel op uit de bestellingen die ze plaatsten, maar een sfeer, een stemming… geen wonder dat het De Zwart heette.” Hij stelde zich voor dat hij de boel rigoureus veranderde en er een modieus, wit café van maakte, net als Oblomov en Richter. “Met elke vrijdag kinky parties, [...] allerlei geile acts inhuren met veel travestie, speciale fetisj-avonden met iedereen verplicht in lak, leer of rubber.”

Toontje Ladder

Dat gebeurde allemaal niet. Het interieur bleef vrijwel onveranderd, inclusief de Portugese mozaïekvloer uit 1930, het roodbruine tochtgordijn en de oude granieten toog, al werd die een jaar of vijftien geleden vervangen door een houten kopie. De piano verdween wel: “Daar achterin stond ooit ook de piano”, herinnerde P.F. Thomése zich in Nooit op zondag. “De sleutel ervan was nog steeds in het bezit van dr. Anton Vestificus, kenner van de laat-Romeinse geschiedenis, maar in het café beter bekend als Toontje Ladder, omdat hij met zeven liter bier in zijn pens achteloos de zoetste melodieën uit de doorrookte toetsen streelde.”

Het kon erg druk zijn in De Zwart, beschreef A.F.Th. van der Heijden in Asbestemming (1994). “We dronken [...] grote, koude glazen bier met het bijna kauwbare schuim, waar De Z. het patent op heeft. Het kleine café liep nu, halfzes, snel vol. Er vormden zich steeds meer groepjes, die soms als tandraderen in elkaar grepen, met ellebogen en schouders elkaar aan het draaien brengend, en je moest niet vreemd opkijken wanneer je, na zo’n draaibeweging, opeens tot een ander gezelschap behoorde. Het overkwam mij tussen mijn zesde en zevende herenpils.”

Schrijver Andreas Sinakowski, in Oost-Duitsland geboren, vond er in 1994 onverwacht asiel: “Pas toen ik een keer geen geld op zak bleek te hebben en de hoogmogende heren van Café de Zwart mij met de aristocratische minzaamheid van bankiers die het beste met je voorhebben krediet gaven, voelde ik me in 'Holland' echt thuis. Mijn Amsterdam, geprezen zijt gij. Het is het grootste, mooiste dorp van de wereld. En De Zwart is zijn parel.”

Vrijdagavond

Een paar jaar geleden werd ‘het schrijverscafé’ in Het Parool door Maarten Moll ten grave gedragen. “Wie nu op vrijdagavond langs de cafés schuimt, zoekt tevergeefs naar een kluitje (vooral) schrijvende mannen. Die scène bestaat niet meer. […] De jeugdige generatie schrijvers schrijftvooral. Jammer voor de ‘gewone’ caféganger; schrijvertjes kijken is er niet meer bij.” Maar ze zitten er nog wel in De Zwart, al zijn ze niet makkelijk te herkennen. In het Boekenweekgeschenk van 2019, Jas van belofte, schreef Jan Siebelink: “In dit café zitten twee echte schrijvers, enkele halve schrijvers en verder lieden die geen schrijver zijn, maar het wel denken.”

Tekst: Ko van Gemert

Beeld: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam. Café de Zwart. Links: Hoppe, Spui met ingang Heisteeg, augustus 1984. Vervaardigd door Frans Busselman

Juni 2021

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Editie:
Juni
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950 1950-2000 Vanaf 2000