Het huis dat Sebo bouwde. Vijftig jaar Indonesisch restaurant Sama Sebo

Restaurant Sama Sebo en café De Posthoorn vormen samen één zaak met twee gezichten. Op P.C. Hooftstraat 27 stap je een bruin café binnen, om de hoek in de Hobbemastraat een Indonesisch restaurant. Twee werelden, die vijftig jaar geleden werden verbonden door Gea Kok (78) en de in mei 2009 overleden Sebo Woldringh. 

Sebo Woldringh is 23 als hij in 1956 in de korte documentaire A midnight in Amsterdam van Bing Crosby Productions uitlegt wat een rice table is.* Hij laat aan Amerikaanse kijkers zien wat er ’s avonds zoal te doen is in de Dutch capital. Een rijsttafel bestaat uit dertig gerechtjes, zegt Sebo in onberispelijk Engels, waaronder rijst, spit roasted pork with peanutsauce, kip met sojasaus, zoetzure gerechtjes en kroepoek. Alles tezamen bij Restaurant Bali, waar hij dan nog werkt, ongeveer drieënhalve dollar.

Na een opleiding aan de Hogere Hotelschool was Sebo Woldringh in 1952 begonnen als gastheer in het fameuze restaurant in de Leidsestraat. Hij bleek een horecaman in hart en nieren. Geboren in 1932 in Den Haag, maar verwekt in Nederlands-Indië, waar zijn vader (hij heette ook Sebo) als marineofficier gelegerd was. Eind jaren zestig kwam er een abrupt einde aan zijn tijd bij Bali. “Het restaurant werd, afgezien van Sebo zelf, geleid door zijn moeder Dini, haar broer Max Elfring en diens zoon Max jr.”, zegt Gea Kok, de ex-vrouw van Woldringh. “We hielden in die tijd van uitgaan, soms haalden we na sluitingstijd de hele nacht door. Maar Sebo hield ook van uitslapen. Toen hij weer eens te laat op zijn werk verscheen, werd hij geschorst.”Dat was in 1969.

Hij zocht soelaas bij Gea, van wie hij in die tijd gescheiden van tafel en bed leefde. Zij was met hun in 1963 geboren zoontje Sebo Jan verhuisd naar haar ouders. Gea spoorde haar ontredderde ex aan om samen een eigen zaak te beginnen. Moeder Dinie steunde hem financieel. Biermagnaat Freddy Heineken, met wie Sebo bevriend was, hielp hem bij de zoektocht naar een locatie. Zo konden Sebo en Gea, die zich weer hadden verzoend, in november 1969 De Posthoorn (‘Sherry Inn, Tearoom en Restaurant’) overnemen van Antonia Hartman-Hemmerlé. Dit etablissement bestond al sinds 1894 en was zo bekend dat ze besloten de naam te handhaven. Ook aan het interieur veranderden ze niets.

 

Kroketjes

Nu, vijftig jaar later, ziet het café er nog precies zo uit als toen. Het glas-in-loodraam, met een postkoets en de naam De Posthoorn. Koperen potten en pannen boven de bar en aan de wand een tegel met de aloude horecawijsheid ‘Vriendelijkheid is een kosteloze investering met het hoogste rendement’. Onveranderd is ook de ouderwetse Amsterdamse cafésfeer. Stamgasten en personeel begroeten elkaar joviaal met een klap op de schouders en vrijwel iedereen spreekt elkaar aan met ‘jongen’ en ‘vriend’.

Na de overname in 1969 bleef één personeelslid van De Posthoorn er werken: barman Dick Niehoff, die in de jaren vijftig lid was van de zanggroep The Fouryo’s, met hits als Zeg niet nee (heeheehee). Gea nam ook de geboren Hagenees Fred Heimans in dienst. De twee barmannen bepaalden tientallen jaren de huiskamersfeer. Niehoff overleed in 2000, Heimans nam eind 2017 na bijna 47 jaar afscheid. Gastheer Sebo Woldringh was het gezicht van de zaak. Hij was er altijd. Gea aanvankelijk ook, totdat hun huwelijk medio jaren zeventig definitief strandde. 

Het menu was niet metéén Indisch. Eerst werd nog Hollandse pot geserveerd. Kroketjes en zuurkool, zoals in De Posthoorn al tientallen jaren gebruikelijk was. Maar Sebo wilde er, na zijn verleden bij Restaurant Bali, absoluut een Indonesisch restaurant van maken. Voorzichtig introduceerde hij in januari 1970 de eerste sateetjes en bordjes rames. Personeel van Bali – onder wie gastheer Izaak Wattinema en zijn vrouw Rieka, de kokkin – verkaste in 1971 naar De Posthoorn. Rieka Wattinema (1937-2018) was in Nederland een beroemdheid als Indische keukenprinses. In 1980 opende ze zelf in Blaricum restaurant Merpatis.


Sama

Aan De Posthoorn ontbrak nog maar één ding: een Indisch klinkende naam. “Ik vroeg Sebo wat ‘met’ of ‘bij’ in het Maleis was”, vertelt Gea. “Dat was ‘sama’. De naam Sama Sebo ontstond als een exotische verbastering van Chez Sebo.” Zo komt het dat de zaak sinds 1970 twee namen draagt. In café De Posthoorn worden zonder opsmuk ‘bordjes Sama Sebo’ – nasi of bami rames – en rijsttafels geserveerd. Aan de andere kant begint het Indonesische restaurant met linnen tafelkleden en – voornamelijk Indische – obers in gebatikte hesjes. 

De broers Sebo Jan (55) en Daniël Woldringh (49) zijn tegenwoordig samen de eigenaars. Daniël werkt er officieel sinds zijn 21ste, maar stond al eerder vaak met zijn vader achter de bar. Sebo Jan – voorheen econoom in het bedrijfsleven – kwam er een paar jaar geleden bij. Een piepjonge Sebo Jan verscheen eind jaren zestig als jochie in het populaire reclamespotje voor King Corn-brood: het schattige ventje dat bij Japie wilde gaan wonen, omdat bij Japie wèl King Corn op tafel kwam. 

Daniël is zo ongeveer in de zaak geboren. “Ik was acht maanden zwanger en in het café aan het werk, toen de bevalling voortijdig op gang kwam”, zegt zijn moeder Gea. Hij ontpopte zich als de geboren opvolger van zijn vader. Net als ooit zijn ouders woont hij met zijn partner Jeannette boven de zaak. Sebo Jan zegt: “Daniël is het hart en de ziel van de zaak. Hij is er altijd. ’s Ochtends snijdt hij het vlees voor de satés, hij doet de inkopen en is, net als onze vader, de perfecte gastheer. Ik houd me bezig met de zakelijke kant: personeel, contracten, leveranciers en administratie. Mijn broer is the good cop, ik ben the bad cop.”

 

Engeltjes

Ajax is hier overal. Boven de ingang van De Posthoorn prijkt op de eerste verdieping een levensgrote foto van Daniël in een Ajax-shirt. Achter de bar hangt een Ajax-shirt met de tekst ‘Kampioen 2018/2019 - # 34’. Johan Cruijff schreef ooit in het gastenboek: “Amsterdam staat bekend om een heleboel redenen: Rijksmuseum, Ajax, grachten, enzovoorts enzovoort. Maar als je wilt eten, is de uitschieter Sama Sebo.” De hele wereld was er te gast, lijkt het wel. Tina Turner, David Bowie, Randy Newman, Rex Harrison, Woody Allen, Muhammad Ali en de astronaut Dave Scott zetten hun handtekening in een van de gastenboeken. Ook prinses Christina en Jorge Guillermo lieten hun namen achter – Christina zonder haar koninklijke titel. 

We lezen loftuitingen van Nederlandse beroemdheden als Jan Wolkers, Jaap van Zweden, Herman Brood, Corneille, Ed. van Thijn, Jan Cremer, Sylvia Kristel, Hans Teeuwen, Glennis Grace, Eberhard van der Laan. Wie niet, eigenlijk? Oud-premier Dries van Agt schreef: “Dank te zeggen, is wat mij thans past. Hulde en dank van een glunderende gast.” Jeroen Krabbé noteerde op 8 mei 1978: “Om de zorgen en het verdriet rond de dood van Ko van Dijk te vergeten, zijn we hier rust komen zoeken (en lekker eten) en dat is volkomen gelukt.” Rutger Hauer: “De laatste keer dat zulke engeltjes zó over mijn tong piesten, was tijdens de draaiperiode van Max Havelaar in Indonesië.” André Hazes: “Bedankt, het was perfect – met liefde voor de garderobemadam.” Liesbeth List in 1977: “Wat heb ik heerlijk gegeten en ik kan het weten, want ik kom uit Bandoeng.” 

 

Warmhoudpannetjes

Freddy Heineken was een van de trouwste klanten. Sebo Jan: “Meneer Heineken zat altijd aan ‘zijn’ tafel. Het enige tafeltje in de kroeg. Dan pakte hij zwijgend een bierviltje. Uiteraard een Heineken-bierviltje. Hij schreef op de achterkant welke gerechten hij wilde en gaf het zwijgend aan de barman. Zo ging het altijd.” Nadat de ontvoerde biermagnaat op 30 november 1983 was bevrijd, stuurde hij nog dezelfde avond vanuit zijn woning in Noordwijk een auto met warmhoudpannetjes naar Sama Sebo. “Van die campingdingen”, zegt Sebo Jan. “Mijn vader heeft die pannetjes gevuld met het favoriete eten van meneer Heineken. Uiteraard zonder rekening. Later die avond kwam er een telefoontje: ‘Seeb, hartelijk dank. Je hebt me op een idee gebracht. Ik laat binnenkort in meer restaurants van die pannetjes bezorgen en geen horecaman durft mij iets te berekenen.’” 

Sinds zijn ontvoering kwam Heineken nog slechts sporadisch bij Sama Sebo, immer vergezeld door beveiligers. “Dan kwamen er twee Cadillacs voorrijden, waarvan één met draaiende motor voor de deur bleef staan”, vertelt Sebo Jan. “Maar ja, Willem Holleeder en Cor van Hout zaten hier soms ook. Dat vond meneer Heineken niet zo leuk, maar mijn vader weigerde niemand. Hij zei altijd tegen ongure gasten: ‘Gewoon rustig eten, hè jongens. Als jullie iets uit te vechten hebben, doen jullie dat maar buiten.’” Boven de vaste tafel van Freddy Heineken brandt nog altijd een kaars bij een foto van de ruim tien jaar geleden overleden Sebo Woldringh. Traditie staat hier hoog in het vaandel. Zijn twee zoons zetten café en restaurant in zijn geest voort. 

ANNE-ROSE MATER-BANTZINGER IS JOURNALIST.

 

A MIDNIGHT IN AMSTERDAM: https://www.youtube.com/watch?v=KiOybT4_Wtw

 

Kader

De rijsttafel? Hollandse opschepperij

De rijsttafel is geen authentiek Indisch gerecht. Nederlanders in Indië hebben de rijsttafel 'bedacht' als overdadige versie van de Indische 'selamantan' (feestmaaltijd). Nederlandse notabelen lieten uit gastvrijheid en/of opschepperij in Indië zo veel mogelijk gerechten tegelijk op tafel serveren.

De Indische keuken schoot in de jaren twintig van de vorige eeuw wortel in Den Haag. Vanuit de residentie werd Nederlands-Indië bestuurd en hier hadden bij de kolonie betrokken bedrijven hun hoofdkantoor. Restaurant Tampat Senang aan de Laan van Meerdervoort was in 1922 het eerste Indische restaurant van Nederland. In 1946 openden de gebroeders Elfring verderop aan de Badhuisweg in Scheveningen Hotel-Restaurant Bali. Zes jaar later volgde een tweede restaurant, in Amsterdam, Leidsestraat 95. Henri – ‘Dagboekanier’ – Knap schreef op 27 juni 1952 in Het Paroolenthousiast: “We bestellen rijsttafel. Snel worden alle gerechten, die erbij horen, in kleine schalen opgediend.”Bali in de Leidsestraat bestaat al jaren niet meer. Erfopvolger Sama Sebo is nu het oudste Indonesische restaurant van Amsterdam.

 

Anne-Rose Mater-Bantzinger

December 2019

 

Beeld; fotograaf Hans van den Bogaard

Delen:

Buurten:
Zuid
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Editie:
December
Jaargang:
2019 71
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950 1950-2000 Vanaf 2000