Het Geheim van de smid is…

Zoals ieder kind van mijn leeftijd ben ik opgegroeid met rijmpjes en versjes. Van alle kanten kwamen ze op je af. Als ik mijn oma vroeg wat we aten, zei ze: “Husse, met je neus ertussen.” Maakte je een opmerking over het eten, dan was het: “Heeft aangebrand ook pootjes, juffrouw Aagt.” En als mijn vader op zondagmorgen de radio had uitgezet, kwam de dominee van Lekkerkerk voorbij. Die werd niet lekker in de kerk en begraven onder een grote zerk. Dit alles onder het motto: Ik kan rijmen en dichten/ zonder het hemd van mijn gat te lichten. De gezongen kinderrijmpjes kregen we natuurlijk ook mee, Kortjakje met haar zilverwerk, Jan Huigen in zijn ton, Groen is ’t gras, de lijst is eindeloos.

En net op het moment dat we uitgekeken raakten op die versjes diende zich een heel nieuw genre aan, rechtstreeks van de straat. Wij jongens van de Bos & Lommer waren misschien geen straatschoffies, maar straatjongens waren we wel en de grappen en versjes die tot ons kwamen, hadden zich naadloos aan ons aangepast. Scabreus waren ze, vaak op het pornografische af, verboden en strikt geheim, en voor zover ik weet alleen voor jongens. Geen vrouw die ik ernaar gevraagd heb, wist uit eerste hand waarover ik het had. De mop van Neuken en Dieper? Nooit van gehoord. Zeg je: “Ken je de mop van de Indiaan?” Geen reactie. Als ze oud genoeg zijn, kunnen ze The Yellow Rose of Texas soms meezingen, maar dat dit lied geschreven is om Op een bed met stalen veren te laten klinken, weten ze niet. Meiden! Soep kan je ervan koken.

De versjes kenden vaak twee versies. Een die je alleen onder vriendjes liet horen, de ander voor iets openlijker gebruik. Van Kaatje ging eens water halen was de ‘nette’ versie meteen de ‘vieze’: “Kaatje ging eens water halen/ in een hele diepe put/ kwamen zeven Arabieren/ grepen Kaatje bij haar k…eurig net gestreken bloesje.” Voor een net versje nog erg genoeg. De broek van Doris Day wordt in de nette versie volstrekt onschuldig: “Ik wou da’k was/ de broek van Doris Day/ Was ik de broek van Doris Day/ dan liep ik altijd met haar mee/ ik wou d’ak was/ de broek van Doris Day.”

Keurig, maar hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk draaide het allemaal om Het Geheim van de Smid. Dat ik als jongen kennelijk zo vaak op muren en stoeptegels heb gekrijt, dat ik zijn geheim na al die jaren nog probleemloos ontsluier: Het Geheim van de smid is DIT!

 

Guus Luijters

Maartnummer 2020

 

Delen:

Buurten:
West
Editie:
Maart
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Column
Tijdperk:
1950-2000