Herman Stok, Nederlands eerste én beroemdste dj

Iedereen boven een zekere leeftijd kent Herman Stok (92). Twee VARA-programma’s maakten hem in de jaren zestig wereldberoemd in eigen land: Tijd voor Teenagers op de radio en Top of Flop op televisie. Zeventig jaar leefde hij samen met Kees van Maasdam, die voorjaar 2019 op 91-jarige leeftijd overleed. 

Herman Stok en Kees van Maasdam woonden lang op de Prinsengracht. Het stierf er van de katten, die hun tuintje hadden ontdekt als een ideale kattenbak, en dus legde de tuinman er – legaal – schrikdraad omheen. Op een keer kwamen ze thuis, hing er een poes in dat schrikdraad, dood. Een logeerkat, de buren hadden even niet opgelet. Een politieagent, gealarmeerd, wilde hem er niet uithalen. 

De volgende dag wist De Telegraaf op de voorpagina: ‘VARA-presentator zet katten onder stroom’. Stok herinnert zich de kop uit augustus 1974 woordelijk. Scheldpartijen op het Amstelveld, honderden brieven: “Ze moesten je pik afhakken.” Gerrit Komrij heeft hem later nog “hoogbejaarde kattenmepper” genoemd. “Nou ja”, zegt Stok, “dat is dan nog een eer.” Ze konden er niets aan doen. Het was een doorgebrande transformator. Zijn wijze grootmoeder zei: “Vuil water gaat je deur voorbij.”

Stok en Maasdam gingen weg van de Prinsengracht toen het bovenhuis leegkwam. Er zouden misschien lawaaiige buren in komen, opknappen werd te duur, parkeren steeds moeilijker. Hun masseur attendeerde ze op Gaasperdam. Dat was een verademing. Een ruime, lichte flat, alles gelijkvloers, leuk balkon. Karin Bloemen kocht de Prinsengracht.

Herman Stok is geen Amsterdammer van huis uit. Hij is in Rotterdam geboren. Na het bombardement in 1940 verhuisde het gezin naar Den Haag, waar zijn vader een betrekking kreeg, maar als hij nu naar Rotterdam gaat, voelt hij: hier hoor ik eigenlijk. Inclusief die moderne koopgoot en de Lijnbaan. Zijn ouders kwamen uit gegoede milieus. Opa deed in granen met Rusland. Kwam in het gekkenhuis, toen hij dacht dat hij Jezus op aarde was. Twee dienstbodes in huis, netjes praten, algemeen beschaafd Nederlands. Thuis luisterden ze nog naar de pathefoon (voorloper van de grammofoon, red.), bakelieten 78-toerenplaten, en de radio. Vader, een trotse man, werkte bij de Holland-Amerika Lijn. Er waren zes kinderen – Herman is de derde. 

 

Tafelmanieren

Was vroeger alles beter? “Anders”, zegt Stok. Zo is hij nog opgevoed met tafelmanieren. Met twee woorden spreken: “Ja, mevrouw.” De deur openhouden. “Toen de openbaarheid in mijn leven kwam, radio, televisie, vond ik dat je netjes moest verschijnen, en al helemaal op het scherm, wat tegenwoordig ook niet meer noodzakelijk is. Dat was bij ons thuis gewoonte.” Voor Top of Flop kocht hij zijn kleren – zelf betalen – bij Kuppers in de Leidsestraat. De coltrui die hij er kocht, legde de winkelier in de etalage: na de uitzending gingen die er aan de lopende band uit. Iedereen noemde hem altijd Herman. Nog steeds wel, in de supermarkt, oudere mensen: “Hé, Herman.” 

Amsterdammer is Stok wel in zijn politieke opvatting. Altijd links geweest. De laatste keer stemde hij GroenLinks, omdat het gekonkel van de PvdA met de VVD hem niet aanstond: “Ze breken álles af wat sinds Drees in deze maatschappij is opgebouwd.” Met zijn nieuwe burgemeester, Femke Halsema dus, is hij wel tevreden.

Van boekhouder bij een Hilversumse groothandel in groente en fruit werd hij ’s lands populairste deejay. Hij was de eerste ook. “Die jongen wordt heel beroemd”, had een vriendin van zijn oma al rond 1937 gezegd. Zijn collega Co de Kloet zei ooit: “Hij heeft iets aan z’n kont hangen waarvan we niet weten wat het is.” Overal was hij populair, zonder er moeite voor te doen. Wel zorgde hij er altijd voor voorkomend te zijn. In zijn sportwagen bij een zebrapad hield hij keurig in: ga uw gang. De keurige gepolijste jongen. Nooit een ellebogenjongen. De Kloet bedacht Tijd voor teenagersTop of Flop kwam uit Engeland. De tv-quiz Wie wat waar uit 1974 was een idee van Ellen Blazer. Anderen boden hem iets aan en hij vulde dat kennelijk goed in. 

Herman Stok stond naast de groten der aarde, The Beatles, bijvoorbeeld, maar voor hem was het ‘gewoon’ werk. “Na het interview met The Beatles bleef ik niet hangen, ik ging lekker gauw naar huis.” Als hij te hard ging, stuurde Kees hem bij. Kees hield hem nederig. “Idolen erop nahouden, hij was er wars van.”

 

Saucijzenbroodje

Kees van Maasdam ontmoette hij in 1950. Hij zag hem een keer in de trein. Leuke jongen wel. Op 12 juni, maandagmorgen, Stok had net nougatchocolaatjes gekocht, zag hij in de Herenstraat in Hilversum diezelfde jongen uit de stomerij komen. Dacht: verrek, dat is-ie, hoe kom ik met hem in gesprek? Kees had het in de gaten. Herman was achter hem aan gefietst, hij stopte en groette. Kees: “Zullen we vanavond een kopje koffie drinken met een saucijzenbroodje bij de Karseboom aan de Groest?” 

Herman: “Een saucijzenbroodje. Hoe geil kon je ’t hebben!?” Het was echt liefde op het eerste gezicht, wederzijds. Kees had een nieuw kosthuis nodig, mocht van Hermans moeder bij hen intrekken. Herman was nog niet ‘uitgekomen’ tegenover zijn ouders, ze wisten van niks, dat heeft nog vijf jaar geduurd. Kees bracht zijn eigen bed mee, maar daar heeft hij nooit in geslapen, Herman had een tweepersoonsbed. Zijn moeder zei wel eens: “Ik wou dat iedereen zo sliep als Kees, ik hoef het alleen maar recht te trekken.” Ze moesten wel de wekker zetten, want zijn vader bracht iedereen thee met een beschuitje op bed. Dan moest Kees natuurlijk wel in zijn eigen bed liggen.

Kees van Maasdam werkte bij de VARA, met Gabri de Wagt, in het radioprogramma Op de disselwagen. Hij bracht Herman binnen als invaller. Eerder werkten ze bij een door Kees opgericht idealistisch omroepje in Haarlem, de JARO. Daar woonden ze bij Kees’ ouders. Die wisten dat Kees en Herman homo waren. Een rare gewaarwording voor Herman. Zelf wist hij het vanaf zijn zestiende, zeventiende jaar. Hij had het wel met meisjes geprobeerd, maar dat lukte dan weer niet. Vóór Kees waren er niet echt jongens in zijn leven geweest. Door zijn populariteit, later, had hij wel altijd meiden achter zich aan. In de Kalverstraat vluchtte hij winkels binnen.

 

Kaartvriendin

Niemand wist natuurlijk dat hij homo was, daar werd niet over gesproken. Zelfs Ischa Meijer was er in een interview niet over begonnen. De eerste die dat deed was Jojanneke Claassen van Het Parool. Ze zei: “Ik maak een groot interview, over je mooie grachtenhuis en je auto, maar dan moet ik schrijven dat je alleen bent, terwijl dat niet zo is. Ik wil schrijven dat je homo bent.” Herman zei: “Moet je doen. Geen bezwaar.” Hij ging het niet, zoals Jos Brink, van de daken roepen. Daar had hij geen trek in. 

Openbaar ambassadeurschap voor homoseksualiteit is inmiddels wel weer zéér nodig, vindt Stok. Met de invloed van buitenaf, van ‘de nieuwe Nederlander’ en zijn religie is er minder tolerantie. Je leest het toch regelmatig: in elkaar geslagen of erger. Die Gay Pride, de Canal Parade, met al die jurken, in het openbaar lopen zoenen: daar heeft hij niks mee. Maar het moet wel kunnen. Je moet als homo hand in hand kunnen lopen. Kees en hij hebben hun hele leven samen nooit een homo-onvriendelijke bejegening gehad. 

Inmiddels is zijn wereldje klein, sinds de dood van Kees. Vroeger stond de telefoon niet stil. Nu gaan er dagen voorbij dat hij niet overgaat. Of een oude kaartvriendin belt een dag vóór zijn verjaardag, bang dat ze hem vergeet. Denkt hij: ze zet het in een boekje.

Stok leest de krant, al worden z’n ogen slechter. Radio luistert hij minder, al heeft hij er lang gewerkt; zondags Cor Bakker op Radio Noord-Holland. Hij probeert wel zo veel mogelijk op de hoogte te blijven van nieuws en commentaar. Daar praat hij met vrienden over. “Uit de omroeptijd heb ik helemaal geen vrienden meer. Eén nog. We bellen elkaar: ‘Heb je ’t gehoord? Die is dood, en die is dood.’” Een Matthijs-van-Nieuwkerksalaris kreeg hij niet: voor Top of Flop 250,- per keer. Moest hij alles van doen. En door de pensioenopbouw is het nog steeds geen vetpot.

 

Stoofaal

In de kamer staat een cd-rek vol klassieke en lichte muziek. Herman en Kees hielden van Michael Bublé, Frank Sinatra, Ella Fitzgerald. Ook Rob de Nijs wel. De goeie zangers. Stok: “Ik heb de Gouden Harp gekregen voor mijn vijf jaar durende programma Wie in ’t Nederlands wil zingen. Alles. Van Robert Long, goed bevriend mee, tot Jaap Fischer, de latere Joop Visser. Boudewijn de Groot? Minder. Die vond zichzelf chiquer dan de rest: koele man.”

Hij voelt zich een jonge vent, is zeer zelfredzaam, maar ziet om zich heen hoe ellendig het leven van ouderen kan zijn. Schrikbarend, alleen al in zijn omgeving. Er zit bij hem in de flat een mevrouw van 92, totaal dement. “Al een jaar zijn ze bezig haar opgenomen te krijgen. Zo iemand moet vier keer tekenen dat ze in een gesloten inrichting wil. Ze is een gevaar voor zichzelf.”

Voor Kees deed hij veel mantelzorg: steunkousen aantrekken, rug wassen. Dat ging hem nog goed af. Buurtzorg was niet nodig. Herman doet zelf boodschappen, kookt. Thuis geleerd. Stoofaal. Organiseert nog etentjes, rustig voor zes personen. Alles in laag tempo. Siësta, ’s avonds een wijntje, tien uur naar bed, om half acht er weer uit. Krant halen beneden, lekker ontbijtje. Opletten, bij de les zijn: wat heb je nodig, wat moet je doen? Als hij ziet dat er vorst en sneeuw wordt verwacht, of met de hitte van deze zomer, haalt hij voor zes dagen boodschappen in huis. 

Uitgaan is er niet meer bij. Hij had nog wel eens naar een matinee in het DeLaMar gewild, maar dat komt er dan niet van. En hij heeft niets tegen een rollator, goed tegen het vallen, maar zo’n apparaat geeft toch iets van decorumverlies. Het is wat hij noemt: ‘huis op dak’, een hoop soesa. Tja. Lichamelijk gaat het minder, maar geschift is hij gelukkig niet. “Het leven is prima. Echt.”

MAURITS SCHMIDT IS JOURNALIST. DIT PORTRET IS GEBASEERD OP ZIJN INTERVIEW MET HERMAN STOK IN HET BLAD ARGUS VAN 4 SEPTEMBER 2018.

Oktobernummer 2019

Beeld: Herman Stok, vermoedelijk begin jaren zeventig, ter hoogte van zijn huis aan de Prinsengracht met zijn Fiat 1500 cabriolet. Op de achtergrond de Duifbrug van de Reguliersgracht. Privécollectie Herman Stok

Delen: