Herman Hertzberger

De Amsterdamse architect Herman Hertzberger is de nestor van de Nederlandse architectuur. In de wereld van de bouwkunde kent iedereen hem, al was het maar vanwege de inspirerende colleges die hij bijna 30 jaar aan generaties studenten in Delft gaf. Ook daarbuiten lieten velen zich meeslepen door zijn formidabele lezingen waarvan hij er honderden heeft gegeven. Hij sprak dan over hoe de mens in alle uithoeken van de aardbol en in alle perioden van de beschaving op zoek is geweest naar een gebouwde omgeving waarin hij zich behaaglijk voelt.

Wie nu op een regenachtige dag, terwijl het verkeer voorbijraast, langs de studentenflat aan de Weesperstraat komt – het jeugdwerk waarmee Hertzberger doorbrak – zal zich misschien niet kunnen voorstellen dat het juist het streven naar behaaglijkheid is dat hier in beton is gestold. Al jaren functioneert het gebouw nauwelijks meer zoals de architect het bedoeld heeft; het is door de tijd ingehaald. Je zou kunnen zeggen dat Amsterdam de Weesperstraatflat niet goed meer begrijpt.
Hertzberger is een kind van Amsterdam-Zuid. Hij werd er op 6 juli 1932 geboren als zoon van een Joodse huisarts en een niet-Joodse moeder. Zijn vader werkte vooral onder vluchtelingen uit Duitsland, die zich aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog massaal in de wijk vestigden. Het milieu waarin hij opgroeide was progressief-liberaal, intellectueel, cultureel onderlegd en zonder noemenswaardige problemen van materiële aard. Herman bezocht het Montessori Lyceum – later zou hij veel gebouwen voor dit schooltype ontwerpen.
In een uitvoerig interview met Arcam-directeur Maarten Kloos vertelde Hertzberger, toen 75, dat zijn belangstelling voor de gebouwde omgeving is ontwaakt toen hij als kind buiten moest blijven wachten terwijl zijn vader bij patiënten op visite was. Dan kon hij de rijke architectuur van Berlages Plan Zuid op zich laten inwerken. Met het werk van Le Corbusier, die hem zeer zou beïnvloeden, kwam hij als tiener in aanraking.
Zijn ouders hadden aanvankelijk wat reserves tegen een loopbaan als architect en zagen hun zoon liever een commerciële weg inslaan, maar gingen overstag onder voorwaarde dat hij de beste studie zou volgen die er in Nederland bestond: Delft, dus. Hij hikte hij daar aan tegen de traditionele opvattingen die nog de boventoon voerden, maar genoot van de diepte die de discussies konden bereiken. In 1958 studeerde hij af bij Marius Duintjer (van de Nederlandsche Bank op het Frederiksplein).

Op menselijke schaal
Meteen zetten Hertzberger een eigen bureau in Amsterdam op, aanvankelijk in de zolderwoning die hij en zijn vrouw betrokken aan de Stadhouderskade, maar spoedig aan het Jonas Daniël Meijerplein. Vrijwel onmiddellijk na zijn afstuderen vroeg zijn belangrijkste leermeester Aldo van Eyck (van het Burgerweeshuis aan het IJsbaanpad) hem voor de redactie van het belangrijke architectuurtijdschrift Forum (niet te verwarren met het gelijknamige literaire tijdschrift) – vooral vanaf dát moment de belangrijkste spreekbuis van de nog jonge structuralistische beweging in de architectuur.
Deze vooral in Nederland invloedrijke richting staat haaks op het functionalisme: het moderne bouwen dat de toon aangaf bij de aanpak van de woningnood in het van de oorlog herstellende Nederland. Functionalisten hielden de doelmatigheid hoog in het vaandel, terwijl structuralisten begrippen als herbergzaamheid, historische betekenis, menselijke schaal en gebruikersparticipatie voor het voetlicht brachten. Zij deelden gebouwen op in kleinere, voor het individu te behappen fragmenten die bijna als in een labyrint samenhingen: een soort microstad. Voor structuralisten is een gebouw een skelet waar de gebruikers hun eigen ‘programma’ aan moesten hangen.
Goede architectuur moest begrijpelijk, benaderbaar en laagdrempelig zijn. Ze moest bijdragen aan de sense of place: recht doen aan de plek waar een gebouw staat. Het gaat vooral om wat erin gebeurt – wonen, werken of studeren – niet om het gebouw zelf. “Het leven moet het gebouw stempelen”, was het credo van de ook in taal vindingrijke Hertzberger. Hij droomde zelfs van “nieuwe slums”, een naam met voor hem een gunstige klank omdat gewone mensen daar bouwkundig hun eigen gang kunnen gaan.
“Een gebouw moet een atmosfeer uitstralen die niet afschrikt doordat het te mooi is”, zei de zelfverzekerde, toen 35-jarige Hertzberger in 1967 tegen de Volkskrant toen hij de architectuurprijs van de gemeente Amsterdam kreeg voor zijn studentenhuis aan de Weesperstraat. Laagdrempeligheid was het belangrijkste uitgangspunt bij deze flat voor 250 studenten: de stad liep er als het ware in door. “De straat, het voor ieder toegankelijke, alles verbindende element, moet in het gebouw doordringen.”

Een straat in de lucht
Op de vierde verdieping, waar appartementen voor gehuwde studenten waren, had hij dat principe letterlijk genomen: er is een ‘straat in de lucht’ van bijna vier meter breed, een in principe openbare ruimte die uitnodigt tot burencontact. Daarmee werd het bouwvolume verdeeld in geledingen, een centraal begrip in het werk van Hertzberger: compartimenten, fragmenten, onderdelen die in hun samenhang het gebouw vormen. Onderling verbonden, maar tot op zekere hoogte ook los van elkaar. De al jaren geleden verdwenen mensa op de begane grond was er niet alleen voor studenten, maar ook voor andere Amsterdammers, net als de academische boekwinkel en het café. Als geboren optimist had Hertzberger ook alvast een schetsontwerp gemaakt voor een veel groter complex, dat ook een flink deel van de Nieuwe Keizersgracht (om de hoek) in beslag nam.
De uitgangspunten voor de Weesperstraatflat wortelen in de jaren zestig en zeventig. Dat ze in het grimmige heden naïef of zelfs ‘decadent’ (aldus Rem Koolhaas) worden gevonden, hoeft geen betoog. Het oorspronkelijke ontwerp is in de loop van de tijd dan ook op vele plaatsen aangetast, niet bepaald tot enthousiasme van Hertzberger. Kort na deze flat ontwierp hij overigens een soortgelijk complex bij de RAI, dat nooit werd uitgevoerd.
Eigenlijk hetzelfde principe paste Hertzberger toe bij De Drie Hoven in Slotermeer, een in 1975 opgeleverd wooncentrum voor mensen op leeftijd (die toen nog ‘bejaarden’ werden genoemd). Hij brak met de opzet van traditionele bejaardenhuizen, waar ouderen zoveel mogelijk werden afgezonderd en in categorieën onderverdeeld omdat zoiets voor de verzorging het efficiëntst zou zijn. Hertzberger probeerde juist de vele barrières in zulke instellingen te slechten. In De Drie Hoven woonden zelfstandige en hulpbehoevende ouderen door elkaar en er was een gemeenschappelijk plein in het midden. Begin dit jaar is het grotendeels afgebroken. Alleen het verzorgingshuis van Hertzberger staat er nog; het wordt in de loop van de komende maanden opgeknapt.

Internationale doorbraak
De gebouwen van Hertzberger willen vooral gewóón zijn. Mooie gebouwen werden in vroeger tijden gebouwd voor koningen en goden, gewone mensen rommelden maar wat aan en bleven hun omgeving voortdurend aanpassen. Zijn gebouwen borduren daarop voort. Daarom hebben ze ook iets ruigs en onvoltooids. En zijn ze van grijs beton, niet perfect afgewerkt met dure materialen, zoals moderne kantoorgebouwen, want dat sluit alleen maar af. Gevraagd naar zijn ideaal zei Hertzberger eens ooit iets te willen bouwen “dat zo simpel en zo vanzelfsprekend en zo doeltreffend is als een gewone mus.” Soms wordt voor deze manier van bouwen de term ‘brutalisme’ gebezigd.
Die aanpak wordt geïllustreerd door het revolutionaire kantoor voor Centraal Beheer in Apeldoorn uit 1972, opgebouwd uit aan elkaar geschakelde vierkanten van negen vierkante meter. Een veel bewonderd gebouw, toonbeeld van het structuralisme. Het betekende de internationale doorbraak van Hertzberger, die veel in het buitenland bouwde en doceerde. Het ‘antimonumentale’ ontwerp waarmee Hertzberger in 1967 meedeed aan de roemruchte prijsvraag voor een nieuw Amsterdams stadhuis, ademt dezelfde sfeer en is te beschouwen als voorstudie van het Centraal Beheergebouw.
De utiliteitsbouw vormt het leeuwendeel van Hertzbergers werk. Vaak met een cultureel aspect. Hij is de man van Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht (1979), dat hij als een van zijn geslaagdste ontwerpen beschouwt en dat twee jaar geleden tot zijn spijt vrijwel geheel is gesloopt. Uiteraard werd hij ingeschakeld voor het Amsterdamse Muziekgebouw, nog voordat bekend was dat het aan de IJ-oever zou komen. Maar het project ontaardde in vervelende ruzies met de opdrachtgever. Ook was hij gegadigde voor de nieuwbouw van het Stedelijk Museum.
Maar woningen bouwde Hertzberger ook wel: in 1982 bijvoorbeeld aan de Haarlemmer Houttuinen. Over dat project is hij wat minder tevreden, bekende hij eens, omdat het “misschien een vlaag van truttigheid bezit.” Daarin speelt het gebruik van baksteen een rol, want dat ontaardt immers vaak in een “vorm van verraad aan de moderne tijd.” Een bijzondere plaats in zijn oeuvre heeft het monument ter nagedachtenis van de ramp met de Boeing in de Bijlmermeer, dat hij samen met zijn dochter ontwierp, de kunstenares Akelei Hertzberger, en de Zwitserse landschapsarchitect Georges Descombes.

Scholen voor de leerlingen
Hertzberger is goed in scholen. Handelsmerk is het ontbreken van gangen en de hoogstens rudimentaire aanwezigheid van lokalen. Hertzbergers scholen zijn microstadjes voor de leerlingen, waar de juf van haar voetstuk is gestoten. Het hele land staat er vol mee en er komen er nog steeds bij. Amsterdam heeft er ook een paar. In de eerste plaats de twee Apolloscholen (Montessori- en Willemsparkschool) uit 1983, waarvoor hij in 1985 de Merkelbachprijs kreeg. Basisschool De Evenaar in de Indische Buurt (1986) leverde hem ook de volgende editie van de Merkelbachprijs op. Verder zijn er nog het Montessori College Oost (1999) en basisschool De Eilanden (Bickershoek, 2002).
Hertzbergers jongste Amsterdamse project is niet mis: het hoofdkantoor van Waternet uit 2005, in samenwerking met partner Laurens Jan ten Kate, op een van de mooiste plekken aan de Amstel. In de twee torens, die met elkaar zijn verbonden zijn door vier bruggen, werken meer dan 1000 mensen. Bijzonder is dat de belangrijkste verdieping niet zoals gebruikelijk bovenin zit, maar halverwege.
Hertzberger is inmiddels 79 en in het bezit van een niet te tellen aantal prijzen en onderscheidingen. Maar afscheid genomen van zijn werkzame leven, heeft hij nog steeds niet. Wel wordt Architectuurstudio Herman Hertzberger door anderen geleid en heet het sinds 2007 anders: Architectuurstudio HH architects and urban designers. Een hele mond vol. Nog geregeld staat hij voor een ongetwijfeld geboeide collegezaal. En volgens een peiling van een vakblad wil 65% van de Nederlandse architecten Hertzberger heel graag eens aan bod zien komen in het tv-programma Zomergasten.

Tekst: Sjaak Priester

Januari 2002

Delen: