Herinneringen: Verzetsstrijder Johan van Hulst

De onthulling van het Namenmonument aan de Wibautstraat heeft bij heel veel mensen herinneringen opgeroepen aan de oorlog en de Holocaust. Ook bij mij, hoewel mijn familie geen slachtoffer is geworden van die moordmachine. De herinnering heeft te maken met prof. dr. Johan van Hulst, die in 2018 op 107-jarige leeftijd overleed.

In de oorlog werd Van Hulst directeur van de Hervormde Kweekschool aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam. Het gebouw herbergt nu het Nationaal Holocaust Museum. Zijn grootste bekendheid heeft hij niet gekregen als hoogleraar en lid van de Eerste Kamer, maar als redder van zo’n zeshonderd joodse kinderen uit de Hollandse Schouwburg. In dat voormalige theater zaten joodse gezinnen vast voordat ze op transport gingen naar Westerbork en de vernietiging. Hun kinderen, soms nog baby’s, werden aan de overkant ondergebracht, in een crèche die aan de kweekschool grensde.

Samen met de leidster van de crèche, Henriëtte Pimentel, en enkele docenten van de kweekschool zorgde Van Hulst ervoor dat af en toe kinderen konden ontsnappen. Peuters en kleuters werden meegenomen als de tram door de Middenlaan extra langzaam de Hollandse Schouwburg voorbijreed om zo het zicht op de creche te blokkeren, of over de schutting van de achtertuinen getild. Daarna 'verdwenen' ze  naar onderduikadressen. Dankzij een ingenieus systeem van vervalsingen in de administratie kregen de Duitsers geen argwaan.

Begin jaren zestig heb ik een aantal keren van Van Hulst les gehad, als hij inviel voor een afwezige docent. Zijn standaardvraag luidde steevast: ‘Waarover willen jullie dat ik het ga hebben?’ En je kon het zo gek niet bedenken of de erudiet vertelde erover, uit zijn hoofd: over Nebukadnezar, het Dagboek van Willem de Clercq, de onderwijsmethode van Montessori. Over alles sprak hij, behalve over de oorlog. Van Hulst behoorde in die tijd tot het grote leger der zwijgzamen. Geen woord over de redding van joodse kinderen, geen enkele verwijzing naar de besmette Hollandse Schouwburg waarop we in de klas uitzicht hadden en die in 1962 officieel Gedenkplaats werd. Nooit over het verzet. Wij vroegen er ook niet naar, want wij hebben het niet geweten. Pas heel veel later verbrak Van Hulst het zwijgen. ‘Niet zie ik voor me de kinderen die we gered hebben. Ik zie voor me de kinderen die we niet hebben kunnen redden.’

‘Waarover willen jullie dat ik het ga hebben?’ Daarover, mijnheer Van Hulst. Daarover.

Dick de Scally

Meer Buurtherinneringen

Beeld: Van Hulst (rechts) als Kamervoorzitter in gesprek met premier van Agt en minister van Binnenlandse Zaken Wiegel,11 december 1979. Nationaal Archief/Koen Suyk.

 

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Buurtherinneringen
Rubriek:
Herinneringen
Tijdperk:
1900-1950 1950-2000