Herinneringen: Piet van Sloten, onze volkstuinen

Mijn ouders woonden vanaf 1910, het jaar waarin zij trouwden, in het toen net nieuwe huizenblok aan de Tweede Kostverlorenkade, op nummer 2, tweede etage. Ze hadden ook een volkstuin, aan de overkant van de brede Kostverlorenvaart.

We liepen langs het Slatuinenpad. Een prachtig pad, omzoomd door vrij brede sloten. In de grassige randen stonden knotwilgen en bloeiden, het seizoen volgend, klein hoefblad, speenkruid, paardenbloem, dotters, boterbloem, fluitenkruid. Van knotwilgtwijgen kon je in het voorjaar fluitjes snijden, maar dat lukte nooit echt goed.

De tuinderhuizen langs het Slatuinenpad waren vaak ten dele van hout op stenen fundering, houten schoeiingen langs de sloten, in de voortuintjes de naam van de eigenaar met aanduiding van het grondoppervlak, doorgaans ‘1 weer’ [strook land tussen twee sloten, red.]. Terug naar huis was ik verbaasd bij het hek van de Wiegbrug te lezen: ‘Kom der gemeente Amsterdam’. Ik begreep het woord ‘kom’ niet. Maar na de annexatie van 1921 behoorde ook Sloten tot de gemeente Amsterdam.

Van die eerste volkstuin weet ik niet veel meer. Het was een klein, ongeorganiseerd tuingroepje, we hadden er een prieel van hout en rietmatten met een vaste tafel en wat zit- en ligstoelen. Er was een appelboom en altijd waren er snijbloemen, in ieder geval asters en gladiolen, viooltjes, maar ook groente.

Begin jaren twintig moesten we er weg, maar er werd een nieuw terrein gevonden bij de Krommert, een bocht in de Admiraal de Ruijterweg waar de Krommertsloot onderdoor liep en de Jan Evertsenstraat begon. Het nieuwe complexje lag bij wat nu Pieter van der Doesstraat heet. De tuin was via de Krommertsloot bereikbaar en we verhuisden per boot. Vader zaagde het prieel doormidden en laadde al onze spullen op een platte schuit en zo voeren we door de Krommert, met links de hoge huizen en Senefelder aan de Admiraal de Ruijterweg, rechts de achterkant van de Maarten Harpertszoon Trompstraat, achter de Reinier Claeszenstraat langs. Het was een mooi plekje, waar ik mijn eigen eerste tuintje kreeg. Mijn broer Johan en ik mochten wel eens pinda’s kopen, die we er samen oppeuzelden.

Maar de bebouwing rukte op. In 1929 verhuisden we helemaal voorbij Sloterdijk naar de IJpolder. Vader richtte met een aantal bevriende amateur-tuinders de naamloze vennootschap Tigeno op (Tuinieren Is ons Genoegen), die een flinke lap kleigrond van een boer huurde, de grond verkavelde, een flinke schuur bouwde, paden aanlegde enz.

Vader voerde de hoofdadministratie thuis. We hebben er goede tijden beleefd. Ik kreeg als dertienjarige mijn eigen tuintje met onder andere een prachtige pioenroos, die altijd begin juni veel grote rode bloemen had. Hij woonde tot zijn dood in 1962 in het huis op de Tweede Kostverlorenkade 2-II. Tot vijf jaar daarvoor bleef hij tuinieren.

Geschreven in 1999, met dank aan Jozet van Sloten

Tekst: Piet van Sloten

Beeld: Nationaal Archief, fotograaf J.D. Noske. Beeld van een volkstuin

Juli-augustus 2021

 

OOK GOEDE HERINNERINGEN AAN EEN STUKJE AMSTERDAM? WIJ LEZEN ZE GRAAG. ZIE WWW.ONSAMSTERDAM.NL VOOR DE VOORWAARDEN.

Delen:

Buurten:
West
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
Rubriek:
Herinneringen
Tijdperk:
1900-1950 1950-2000