Herinneringen aan Betondorp: ‘Acht uur! Acht uur! Geen langer arbeidsduur!’

In 1925 zijn mijn ouders in Betondorp gaan wonen. Ik was toen één jaar oud. In Betondorp waren indertijd wel vijf scholen. Krankzinnig veel wanneer je bedenkt hoe klein het dorp eigenlijk was. Begin jaren ’30, vanaf m’n zesde jaar, ging ik naar de school aan het Huismanshof. Daar haalde m’n moeder me later vanaf toen bleek dat er een NSB-leraar werkte.

Daarna ging ik naar de meest rechter school op het Zuivelplein. Ik weet nog dat we op een moment allemaal onze jasjes aan moesten trekken en in rijtjes van drie met elkaars handjes vast naar buiten gingen. Toen vloog er een zeppelin over het dorp. Ik had nog nooit zoiets gezien. De vrouw van de schrijver Nescio was mijn handwerkonderwijzeres. Van haar leerde ik hoe je de kleine hiel moest breien. Dat was nog eens echte handwerkles. Dit moet ergens tussen 1930 en 1933 zijn geweest.  

Om te spelen in de speeltuin van het Onderlangs moest je lid zijn van de SDAP, of als kind van de AJC. Dat waren wij niet. Mijn ouders waren nog wat linkser en lid van de Onafhankelijke Socialistische Partij, de OSP. Ik kan me de fakkeltochten nog wel herinneren, waarin de arbeiders riepen ‘Acht uur! Acht uur! Geen langer arbeidsduur!’. Ik zat dan op de schouders van mijn vader en riep uit dat ik ‘ook een acht uur wilde’, waarmee ik eigenlijk bedoelde dat ik ook zo’n fakkel wilde. We woonden in een huis in de Veeteeltstraat, vlakbij het Zuivelplein. Dat was een woning van de Algemene Woningbouwvereniging, waar de heer Boonstra de opzichter van was. Hij haalde wekelijks de huur van 4 gulden op en kwam ook wel eens klaverjassen.  

Achteraf was het leven in de wijk ook wel wat benauwd.  Eén of twee keer per week gingen we het dorp uit, bijvoorbeeld naar familie in West. Dan namen we de tram, een kaartje was toen 5 cent. Vanuit het tramraam zagen we wat van de stad. Het voelt ook niet alsof ik in Amsterdam ben opgegroeid; ik ben in Betondorp opgegroeid. Het dorp werd omsloten door weiland, helemaal tot aan de spoorlijn. Je zag haast geen auto’s in Betondorp of echt verkeer. Enkel op zondagen, tijdens de wedstrijden van Ajax. Dan was het dorp net één grote parkeerplaats. Het geloei dat opsteeg uit het stadion hoorde je in heel Betondorp.  

De oorlog was een onzekere tijd. Mijn vader was lid van de verzetsgroep Gerretsen. In Betondorp kreeg dokter Wagenaar de leiding. Hij was werkelijk een groot man. Onder zijn leiding kwam er een schuit uit Friesland vol met levensmiddelen en hij zag erop toe dat de mensen voldoende voedsel kregen. Mijn vader bewaarde valse persoonsbewijzen en voedselbonnen in een ruimte onder de vloer. Die waren niet alleen voor joden bedoeld, maar ook voor de spoorwegstakers. Ik weet nog dat de pers van die bonnen werd aangedreven door een fiets.  

Tijdens de oorlog fietste ik regelmatig naar een nabijgelegen boerderij om melk te halen. De boer wilde alleen aan ons leveren als ik het verzetsblaadje voor hem meenam. Die wikkelde ik dus om de melkfles en daaromheen een dekentje. Ik weet nog goed dat ik een keer bij de Hartveldsebrug, de brug over de Ringdijk, werd aangehouden door Duitse soldaten. Dat was een erg penibele situatie. Met de grootste precisie haalde ik de melkfles uit het dekentje en zorgde ik dat het verzetsblaadje niet te zien was. Gelukkig mocht ik door, maar spannend was dat wel.  

Ook was het door de verduisteringsplicht stikdonker in de avond. Wanneer de maan niet scheen, kon je werkelijk niks zien. Voor de fiets was het enkel toegestaan om een lampje voorop te hebben met een kartonnetje daaromheen. Deze mocht 1 bij 4 centimeter zijn, waardoor er nog maar een dun streepje licht overbleef. Dat was levensgevaarlijk. Zeker omdat in de oorlog de putdeksels omhoogkwamen. Je zag geen hand voor ogen, en menig keer reed je over een onvoorziene putdeksel en lag je zo met je fiets op straat. 

Bij de bevrijding was het dorp krankzinnig versierd. Het zag er allemaal erg rommelig uit, want er was natuurlijk niet veel meer over om mee te versieren. Met allerhande touwtjes, vlaggetjes en gekleurde lampjes die al zigzaggend door de Tuinbouwstraat werden gespannen, werd het dorp toch nog opgeleukt. De huisjes in Betondorp waren toch allemaal vrij klein met dicht op elkaar gepakte straatjes en een of twee slaapkamertjes van 2 bij 4 meter. Tot onze verbazing kwamen daar toch nog heel wat onderduikers uit tevoorschijn. De Canadezen kwamen Amsterdam via de Middenweg binnen, maar dat duurde alles bij elkaar maar een paar minuten.  

M.LIGTELIJN

Beeld header: SDAP-affiche voor de 8-urige werkdag. Het Geheugen/Fré Cohen, SDAP. 

Meer verhalen en herinneringen aan 100 jaar Betondorp zijn te vinden in het Aprilnummer 2022.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Buurten:
Oost
Dossiers:
Buurtherinneringen
Tijdperk:
1900-1950

Gerelateerd

Herinneringen aan Betondorp
Herinneringen aan Betondorp
7 april 2022
Herinneringen aan Betondorp: Turnvereniging Zeeburg
Herinneringen aan Betondorp: Turnvereniging Zeeburg
25 maart 2022
Herinneringen aan Betondorp: de middenstand
Herinneringen aan Betondorp: de middenstand
25 maart 2022