Hagedoornplein, 6 november 1921. Een 500 ponder op de Sint-Ritakerk

Er leek weinig zegen te rusten op de Sint Ritakerk in Amsterdam-Noord. Nog tijdens de bouw trof een orkaan het katholieke godshuis, en in de Tweede Wereldoorlog een bom. Toch legt de kerk pas het loodje door de ontkerkelijking. 

De geschiedenis van de parochie van de Sint Ritakerk in Amsterdam-Noord begint in 1918. De katholieke woningbouwverenigingen Dr. Schaepman en Het Oosten bouwden goedkope woningen voor hun leden die boven het IJ waren neergestreken. Voor kerkgang en religieus onderwijs moesten deze katholieke noordelingen echter een flink stuk lopen, naar de overzijde of naar de Augustinuskerk in Nieuwendam. Uitkomst bood een hulpkerkje aan de Laanweg, net als de parochie vernoemd naar de vijftiende-eeuwse Italiaanse Heilige Rita van Cascia (zie kader).  

Dit bood algauw onvoldoende ruimte voor het groeiend aantal parochianen en de kerkbestuurders bedachten een ambitieus nieuwbouwplan. Van de gemeente kochten ze een strook grond van ruim 15.000 vierkante meter langs het Noordhollandsch Kanaal. Op dat reusachtige terrein moest een voor deze contreien zeldzaam grootschalig katholiek complex verrijzen: een zusterklooster met kapel, vijf scholen, enkele woningen en een groot kerkgebouw met pastorie. 

Als architect van de Sint Ritakerk was de autodidact Alexander Jacobus Kropholler aangetrokken. Vanaf zijn bekering tot het katholicisme in 1908 had deze bouwmeester zich toegelegd op kerkenbouw, zoals een – slechts gedeeltelijk voltooid – katholiek gebouwencomplex in Scheveningen. De aannemers van de Ritakerk moesten naar bisschoppelijke voorschriften eveneens uit katholieke kring komen, ‘tenzij hun prijsopgaven te hoog zouden zijn’.  

Luchtserpent 
Op 23 mei 1921 legde pastoor J. Kok informeel alvast een eerste steen neer voor het complex van kerk, scholen en klooster. Op 13 juli volgde de officiële eerstesteenlegging, waarbij een heilige mis werd opgedragen. Pastoor Kok verwachtte een groot publiek, maar dat was geen probleem, want ‘het terrein is groot genoeg voor half Amsterdam’. 

Vier maanden na de eerstesteenlegging was de bouw half voltooid, toen een felle orkaan opstak. Op 6 november 1921 woedde deze noordwesterstorm vanaf het middaguur tot in de kleine uurtjes in Amsterdam en omgeving. Dakpannen vlogen alle kanten op, 23 bomen raakten ontworteld, vaartuigen in de houthaven raakten op drift en schippers verkeerden in nood.  

Een vissersschuit uit Durgerdam was zelfs gezonken in de woeste baren van het IJ, doch de kapitein wist zichzelf in veiligheid te brengen op de strekdam. Minder gelukkig was een bejaarde man, die een zware hoofdwond opliep toen een rukwind hem in de Vijzelstraat tegen de vlakte sloeg. Aan de Zeeburgerdijk sneuvelden de barakken van de quarantaine-inrichting, waar gelukkig geen patiëntjes aanwezig meer waren. 

In Noord trof de stormwind de Ritakerk in aanbouw. Opgetild door de wind ramde een steiger de boogspanningen die het dak droegen, en richtte zo een ravage aan. Saillant was het feit dat de orkaan ook de oude hulpkerk aan de Laanweg schade wist te berokkenen toen een boom door het dak viel.  

Een dag na de storm kwam de verslaggever van De Tijd de schade opnemen bij de Ritakerk. Zonder kap stond de tempel in aanbouw er mistroostig bij, maar ‘de muren met de vele, lange en toegespitste vensters hebben het luchtserpent weerstand kunnen bieden’. Pastoor Kok collecteerde zich suf en stuurde een bedelbrief aan de katholieke dagbladen, in de hoop op gulle gevers. Zo haalde hij voldoende op om de schade te laten herstellen en de bouw van het complex te voltooien. Op 15 april 1922 kon de deken van Amsterdam, monseigneur Th.J. Bosman, de kerk inzegenen. Hij herinnerde zijn gehoor aan de ‘vele offers’ die gebracht waren gedurende het bouwproces. 

Fokker-bombardement 
Hierna brak een vruchtbare periode aan in de geschiedenis van de Sint Ritaparochie. Dankzij een voortdurende toestroom van kroostrijke gezinnen steeg het aantal parochianen en kerkbezoekers. Tijdens speciale vieringen moest de koster zelfs klapstoeltjes in de gangpaden bijzetten, zo druk kon het in de Ritakerk zijn. Ook op zaterdag 17 juli 1943, toen de parochie haar vijfentwintigjarige bestaan vierde, zat de kerk vol mensen.  

Honderden kinderen, familieleden en onderwijzers waren aanwezig voor een feestelijke misviering, tot plotseling het luchtalarm afging. Bij een poging van de geallieerden om de nabijgelegen Fokkerfabrieken te bombarderen, troffen hun bommen abusievelijk de Van der Pek- en Vogelbuurt. Een ‘500 ponder’ sloeg een krater van zeven meter doorsnee en drie meter diepte in de kerkvloer, midden tussen de feestgangers.  

Twee kinderen en negen volwassenen kwamen door de bom om het leven. Ook het naastgelegen Sint-Rosaklooster en de Stephanuskerk aan de Kamperfoelieweg raakten beschadigd bij het Fokker-bombardement, waarbij in totaal meer dan tweehonderd doden en honderden gewonden vielen.  

Openbare Bibliotheek 
Bij de onmiddellijk aangevatte herstelwerkzaamheden aan de Ritakerk raakte ook nog eens een arbeider zwaargewond na een val van zijn steiger. Het parochiebestuur greep het herstel aan om enkele bouwkundige wijzigingen door te voeren in het kerkgebouw. Zo lieten zij het schip verlengen en de toren vervangen. Dit alles naar ontwerp van Kees van Moorsel, een leerling van de wegens collaboratie in opspraak geraakte architect Kropholler. 

In de decennia van de Wederopbouw daalde het aantal parochianen van de Ritakerk langzaam maar gestaag, als gevolg van ontkerkelijking. Het nu te ruime kerkgebouw kreeg in 1973 de Openbare Bibliotheek als onderhuurder in een zijvleugel. De nieuwe pastoor, Jan van Bohemen, deed zijn best om de vergrijzing en uitdunning van zijn geloofsgemeenschap tegen te gaan. Zo zocht hij toenadering tot de Surinaamse gemeenschap, maar de parochie bleef overwegend ‘wit en grijs’. 

Tijdens de stadsvernieuwing in de jaren tachtig keerden de meeste parochianen na hun herhuisvesting niet terug naar Noord. Nieuwe gezinnen – met geen of andere geloofsovertuigingen – kwamen voor hen in de plaats. In 1995 sloot de Ritakerk haar deuren, tegelijk met het emeritaat van de laatste pater Van Bohemen.  

Tijdelijk zaten er de kantoren van de Amerikaanse filmmaatschappij Universal Studio’s, naast de reeds genoemde bibliotheek. In 2020 vestigde BUNK Amsterdam een budgethotel in het voormalige kerkgebouw, met plaats voor 296 gasten in 106 kamers, een restaurant en freelance-werkplekken. 

 

HEILIGE RITA
De heilige Rita, naamgeefster van de veelgeplaagde kerk in Noord, was in 1381 geboren in Roccaporena, een dorpje bij Cascia in het midden van de Italiaanse laars. De legende wil dat in haar kinderwiegje een eerste wonder geschiedde: bijen bezochten haar mond en voedden haar met honing. Eenmaal volwassen had ze een bruut van een man en twee zonen – liever zou ze toetreden tot het Maria Magdalenaklooster. Die wens ging in vervulling toen haar man werd vermoord en haar zonen bloedwraak zworen: haar gebed dat haar jongens dan maar moesten sterven, werd verhoord.  

Op haar sterfbed in het klooster liet ze, midden in de winter, een bloeiende roos plukken, een laatste mirakel. Paus Urbanus VIII verklaarde Rita zalig in 1628; haar heiligverklaring volgde in 1900 door Leo XIII. Ze is herkenbaar aan het stigma op haar voorhoofd, een nooit heelbare wond die zou zijn veroorzaakt door een doorn uit Christus’ kroon. De heilige Rita geldt als patrones van hopeloze gevallen en ongelukkige huwelijken en haar bijstand wordt eveneens ingeroepen bij examenvrees. 

 

Delen:

Buurten:
Noord
Editie:
November
Jaargang:
Rubriek:
Hier gebeurde het
Tijdperk:
1900-1950