Getuigen van bewogen dorpsgeschiedenis

Even de stadse drukte ontvluchten op een warme zomerdag? Rechtsaf voorbij de Schellingwouderbrug ligt het Waterlandse forensendorp Durgerdam. Een (relatieve) oase van rust. Tot de 18de eeuw een dorp van schippers, daarna van vissers, tot de Zuiderzee in 1932 werd afgesloten. Dorpshistoricus Dick Reedijk vertelt de geschiedenis, met als leidraad twee oude luidklokken.

Veel meer dan de dorpskerk is de kapel het beeldmerk van Durgerdam: een schilderachtig vierkant gebouwtje met een koepeltje erop. Het staat in de knik van de Durgerdammerdijk (deel van de kilometerslange Waterlandse Zeedijk) tegenover de kleine landtong IJdoorn, die als een doorn uitsteekt in het water waar het Buiten-IJ overgaat in het IJsselmeer. Waarschijnlijk is dit ook de oorsprong van de plaatsnaam: Ydoornickerdam werd via Durkerdam uiteindelijk Durgerdam.
De kapel heeft de jongste luidklok, maar ook de oudste geschiedenis. In 1499 werd de kapel voor het eerst vermeld. Waarschijnlijk was het gebouwtje allereerst een raadhuis ('dorpshuis'), maar bij gebrek aan een echte kerk (zoals die er wel was in Ransdorp) werden er ook katholieke missen gevierd. De kapel verloor bij de protestantse machtsovername in 1572 zijn religieuze functie, maar bleef wel dorpshuis.

Gerrit Frederiksz
De oudste en bijzonderste klok hangt in de huidige 19de-eeuwse dorpskerk, opvolger van een 17de-eeuwse protestants kerkje. Al in 1572 hadden de Waterlandse dorpen zich tijdens de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spaanse heerser Filips II achter opstandeling Willem van Oranje geschaard, vier jaar eerder dan het grote Amsterdam. De vermaledijde katholieke priesters werden weggestuurd. Maar het dorp kon zich geen eigen protestants godshuis veroorloven. Voor kerkdiensten liepen de Durgerdammers naar Schellingwoude. Vanaf 1623 bestond er ook formeel een kerkgemeente Schellingwoude-Durgerdam, tot de bouw van een eigen dorpskerk in 1642. Blikvanger van dit sobere kerkje was een miniatuurschip: gedenkteken voor de plaatselijke held Gerrit Frederiksz, die in 1639 in de Slag bij Duins een Spaans fregat had buitgemaakt. Nog trotser waren de Durgerdammers op de grote luidklok die in 1672 voor de kerk werd gegoten door niemand minder dan de wereldberoemde Pierre Hemony. Blijkens de ingekerfde tekst gaven twee burgemeesters en twee kerkmeesters de opdracht – kerk en staat waren nog niet gescheiden.

Brand
6 mei 1687 is een zwarte dag in de geschiedenis van Durgerdam. In de vroege ochtend brak een gigantische brand uit, die bijna het hele dorp in de as legde: bijna alle huizen waren nog van hout. Alleen de dorpskerk, de zaagmolen en enkele huizen aan de zuidoostrand van het dorp bleven gespaard. Daar was in een huis de brand begonnen en "door een stijve Oostenwind sterk aangeblazen" overgeslagen op het hele lintdorp. Ook van de kapel bleef niets over en dat was zacht gezegd een probleem. Het was immers de vergaderplaats van het dorpsbestuur en diende overdag als dorpsschool. De schoolmeester was tevens dorpssecretaris. Op 25 augustus werd gedecreteerd dat er binnen acht weken een nieuw dorpshuis moest komen. Zo geschiedde. De nieuwe zag er net zo uit als het oude en heette ook nog steeds kapel.
Bij de brand was ook de bronzen klok van de kapel (die vooral als schoolbel diende) verloren gegaan. Eind 1689 goot de Amsterdammer Gerard Koster in opdracht van de twee burgemeesters van 'Durregerdam' een nieuwe. Net als de herbouw van de kapel werd die nieuwe klok bekostigd uit een in 1687 gehouden loterij. Toen in 1865 Durgerdam een apart schoolgebouw kreeg, kwam in de kapel het politiebureau en vanaf 1920 de visafslag.
De oude dorpskerk intussen raakte zwaar in verval, vooral door een stormvloed in 1825, en werd uiteindelijk in 1840 vervangen door een nieuwe, iets kleiner dan de oude. Het scheepje en Hemony's luidklok keerden daarin terug.

Smeltkroes
Tijdens de Duitse bezetting van 1940-1945 dreigden beide luidkokken toch nog verloren te gaan. De Duitsers hadden grote behoefte aan metalen voor hun oorlogsindustrie. Huishoudens moesten hun koperen artikelen inleveren en kerken hun luidklokken. Wonderlijk genoeg bleef de klok van de dorpskerk gespaard. Op 20 april 1940 liet namens de Nederlandse regering de Inspecteur Kunstbescherming Jan Kalf een plakkaat naast de klok hangen in het Nederlands, Duits, Frans en Engels met de strekking "dat deze kerkklok tot de historische gedenkstukken" behoorde en van vordering werd vrijgesteld. Op de klok werd een grote letter M (van Monument) aangebracht. En zowaar: het werkte.
De luidklok van de kapel had niet dezelfde cultuurhistorische status: gieter Koster kon aan Hemony niet tippen. Deze klok werd op 13 januari 1943 afgevoerd. Maar ook die is aan de smeltkroes ontsnapt. De klok werd na de oorlog in Groningen gevonden en keerde na een kleine reparatie terug naar de kapel.
Zo komt het dat de Durgerdammers nog altijd kunnen luisteren naar de twee eeuwenoude klokken, die zo veel dorpgeschiedenis hebben meegemaakt.

Delen:

Jaargang:
2016 68

Gerelateerd

Rokin: Maria de Medici krijgt groots onthaal, 3 september 1638
Rokin: Maria de Medici krijgt groots onthaal, 3 september 1638
Hier gebeurde het 9 januari 2017
De stad slijt zienderogen
De stad slijt zienderogen
Column 9 januari 2017
Rokin Extra 9: Tussen Spaarpotsteeg en Gapersteeg
Rokin Extra 9: Tussen Spaarpotsteeg en Gapersteeg
Inhoud 1 januari 2017