Genesis 4 vers 1

Het gebeurde wel eens dat een Amsterdammer bij de notaris aanklopte met een verklaring over een buitenechtelijke seksuele relatie. Soms om lasterlijke praatjes te ontkrachten, soms om een scheiding of alimentatie af te dwingen. Intrigerende akten zijn het. Vooral als onduidelijk blijft wat er zich heeft afgespeeld. Of als prominente stadgenoten ermee te maken hebben.

Op 15 juli 1625 verklaarde Isaack Levi de Bondia, geboren in Bordeaux, bij notaris Laurens Lamberti dat hij Marchea, de dochter van rector Mattheus Sladus, meerdere malen ‘bekent’ had. Hij legde uit wat hij met dat ‘bekent’ precies bedoelde: “Verstaende dat woord bekennen in sulcken sin als genesis 4 vers 1 Adam sijn wijf Eva bekent heeft.” En hij deed uitgebreid verslag van de verschillende locaties in het huis van de rector waar de seks had plaatsgehad: in het voorhuis, het kleine kamertje en zelfs achter de kachel in het bijzijn van dienstbode Stijntje. Voor een Bijbelvaste Amsterdammer liet de verwijzing niets aan duidelijkheid te wensen over: Genesis 4 vers 1 vertelt (in de Statenvertaling) dat Adam “Heva, zijn huisvrouw bekende”, ze werd zwanger en baarde Kaïn.

Lamberti’s verklaring was explosief. Marchea’s vader was een vooraanstaand geleerde, een alom bekende en zeer gerespecteerd man: Mattheus Sladus (1569-1628), geboren als Matthew Slade in Dorset, Engeland, zoon van een dominee. In 1597 vestigde hij zich in Amsterdam; een jaar later werd hij benoemd tot conrector van de Latijnse School in de Koestraat, in 1602 tot rector (veel later zou uitvinder Jan van der Heijden er zijn intrek nemen).

Sladus was een kenner van het Hebreeuws en het Arabisch, en onderhield nauwe contacten met prominente geleerden als Gerardus Vossius en Josephus Scaliger. Hij speelde een belangrijke rol in de kring van ‘Brownisten’, een groep Engelse protestanten in Amsterdam. Zo was hij in 1605 betrokken bij de totstandkoming van de Engelse Hervormde Kerk, die in 1607 de kapel in het Begijnhof toegewezen kreeg. Na het overlijden van zijn eerste vrouw trouwde hij in 1608 met Suzanna de Kampenaer, stiefdochter van Petrus Plancius, de beroemde theoloog, geoloog en medeoprichter van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Zij kregen vier kinderen; Suzanna overleed in 1614.

 

Verbod

Dat Sladus’ dochter seks had met een jongen was sowieso al een pijnlijke affaire, maar dat die jongen Joods was, maakte het misschien nog wel veel erger. Hoewel Amsterdam relatief tolerant was ten opzichte van de Joodse stadbewoners, waren nou juist seksuele relaties tussen Joden en christenen ten strengste verboden. Dat werd in 1616 per keur bepaald. Het was Joden verboden om te proberen christenen naar het joodse geloof over te halen en het was ze verboden om seksueel verkeer met “christenen vrouwen ofte dochteren” te hebben.

Die keur kwam er mede na klachten van de hervormde kerkenraad. Sladus’ schoonvader Plancius zelf had op 28 december 1611 in de kerkenraadvergadering aan de orde gesteld dat het gedaan moest zijn met de “stoutic- of lelickheden” van Joden, die zich volgens hem lasterlijk uitspraken over “de heere Christo” en bovendien veel “diensboden tot het jodendom verleijden”.

Rector Sladus zat er flink mee in zijn maag, want dochter Marchea stond op punt te trouwen. Twee dagen voor Bondia zijn verklaring aflegde, was hem al ter ore gekomen “dat sijne dochter Marchea Slada seer schandelijken nageseijt wert ende ten laste geleijt dat d’selve zijne dochter vleeschelijkcken soude hebben geconverseert met een manspersoon ’t welck een Joode soude sijn”. Om uitsluitsel te krijgen, liet hij de arme Marchea onderzoeken (“visiteren ende besigtigen”), door twee beëdigde vroedvrouwen, Lijsbet Claes en Claesjen Pieters. Beiden kwamen met een conclusie die de verklaring van Bondia tegensprak, namelijk dat Marchea nog “allen tekenen van maechdom volcomen en onbesmet [heeft] dien welcken een jonghe dochter behoort te hebben”: ze was nog maagd.

 

Doofpot?

Had de jongen opgeschept over een verzonnen relatie met Marchea en waren het lasterlijke praatjes die de rector had gehoord? Of was er toch wel wat van waar? Hoe het ook zij, Isaack hield het verhaal – ogenschijnlijk geheel tegen zijn belang in – vol. Op 25 juli getuigde hij er opnieuw uitgebreid over, ditmaal aan de schout. Opmerkelijk genoeg is die verklaring weliswaar bewaard gebleven in het ‘confessieboek’ van de schout, maar de namen van vader Mattheus en dochter Marchea zijn met inkt bewerkt en haast onherkenbaar. Ook de naam van Isaack Levi de Bondia is niet opgenomen in de index met de namen van verdachten achterin het boek. Hebben we hier te maken met een doofpot? Waren er steekpenningen in het spel? Ook het justitieboek, waar veroordelingen in genoteerd werden, biedt geen uitsluitsel, want het boek met de uitspraken van 1625 is verloren gegaan.

Of Isaack en Marchea echt iets met elkaar gehad hebben, zullen we waarschijnlijk nooit weten. En evenmin waarom de jongen het nodig vond zijn verklaring af te leggen. Nog geen twee maanden later ging Marchea in ondertrouw met Isaack – what’s in a name? – van Ravensteijn, “Franse schoolmeester in de Oudezijds Groot School”, ofwel de Latijnse School in de Koestraat. Bij de huwelijkse voorwaarden namen zowel hij als Marchea prominente predikanten mee als getuigen, te weten Casparus Heidanus en Lucas Ambrosius. Het was een vruchtbaar huwelijk: ze kregen ten minste negen kinderen.

Marchea overleed in 1652 op 47-jarige leeftijd. Ze werd net als haar vader in 1628 begraven in de Zuiderkerk. Van Isaack Levi de Bondia ontbreekt na 1625 vooralsnog ieder spoor.

MARK PONTE IS HISTORICUS EN SENIOR-MEDEWERKER BIJ HET STADSARCHIEF AMSTERDAM. MET DANK AAN VRIJWILLIGER FREEK VAN EEDEN.

 

AKTEN PROJECT

Het project Alle Amsterdamse Aktenis een monsterklus. Vrijwilligers hebben er inmiddels al meer dan 400.000 geïndexeerd. Meehelpen of meer weten: www.alleamsterdamseakten.nl

 

Beeld: Rijksmuseum Amsterdam. De jonge visser, tekening van Cornelis Bloemaert II naar een ontwerp van zijn vader Abraham Bloemaert, tweede kwart 17de eeuw. Vissen was destijds een symbool van amoureuze activiteiten. De fuik stelt de valkuil van de verleiding voor: het aas was immers onbetrouwbaar! 

Delen:

Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Juni
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Amsterdamse Akten
Tijdperk:
1600-1700