Fré Cohen. De vrouw die Amsterdam een gezicht gaf.

Promotiefolders, etiketten, briefkaarten, een nieuw stadswapen en het trouwboekje: Fré Cohen was een van de veelzijdigste ontwerpers in het interbellum, een tijd waarin nieuwe ideeën in vormgeving over elkaar heen buitelden. 

In het voorjaar van 2021 was in het Museum of Modern Art in New York een grote tentoonstelling te zien over radicale vernieuwingen in de kunsten na de Eerste Wereldoorlog: Engineer, Agitator, Constructor. The Artist Reinvented. Tussen de wereldberoemde namen – Rodchenko, El Lissitzky, Mies van der Rohe, Schwitters, Mart Stam, Piet Zwart – bevond zich een grote hoeveelheid werk van de Nederlandse ontwerpster Fré Cohen (1903-1943).  

Dat was voor veel mensen een verrassing. Fré Cohen was in de jaren twintig en dertig een van de belangrijkste grafische ontwerpsters van Amsterdam. Voor de Stadsdrukkerij van de Gemeente ontwierp ze zo ongeveer al het drukwerk van de stad. Ze is letterlijk gezichtsbepalend geweest.  

Fréderika Sophia Cohen kwam uit een arbeidersgezin uit Amsterdam-Oost, waar ze het socialisme met de paplepel kreeg ingegoten. Haar vader was een diamantslijper, Levie Cohen, zeer betrokken bij de Diamantwerkersbond. Het was typisch voor het vooruitstrevende milieu waarin ze opgroeide dat Fré hoewel er nauwelijks geld was naar de MULO kon. En natuurlijk werd ze op haar vijftiende lid van de nieuwe Arbeiders Jeugd Centrale, die net in 1918 was opgericht. 

Arbeiderspers 

Haar grote tekentalent was al vroeg zichtbaar, maar ze belandde in een kantoorbaan bij de kabelfabriek Draka, en volgde ’s avonds lessen in tekenen en schilderen. Draka had een goede reclameafdeling, waar de bekende vormgever Jan Heukelom werkte. Cohen mocht er af en toe iets voor doen. Toen de afdeling werd opgeheven kreeg ze de opdracht een advertentie te ontwerpen, die weer werd opgemerkt door de directeur van uitgeverij Ontwikkeling – de latere Arbeiderspers.  

Daar werd ze in 1923 in dienst genomen. Ze deed kantoorwerk, maar maakte ook ontwerpen voor boekbanden, brochures, krantjes – en de jaarlijkse kalender van de drukkerij, een prestigeopdracht waarmee een drukkerij liet zijn wat hij kon. De beroemde auteur A.M. de Jong was er vol lof over: ‘Onze drukkerij heeft dit jaar gebroken met de traditie en een geheel andere kalender gebracht. De nieuwe heeft zich op zeer gelukkige wijze aangepast aan de moderne eisen en legt in haar smaakvolle verdeling van kleur en lettertype getuigenis af van het kunnen der drukkerij en van de bekwaamheid van Fré Cohen.’  

Om haar kennis van typografie te vergroten volgde Cohen – als enige vrouw – lessen aan de Grafische School. Dankzij een beurs kon ze deeltijdstudent worden aan de Kunstnijverheidsschool in de Metsustraat, waar Van Heukelom inmiddels docent was. Ondertussen was ze lid geworden van de Socialistische Kunstenaars Kring, opgericht in maart 1927. Ze probeerde werk te doen voor de SDAP en de vakbonden, maar de concurrentie was groot, in socialistische kringen. Voor de AJC verzorgde ze echter al vanaf 1922 vrijwel al het drukwerk, en ze deed veel voor de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs (SDVC). 

Saartje Wip 

Het echte werk begon pas toen ze meedeed aan een besloten prijsvraag voor het ontwerp van de Gemeentekalender van 1929. In de jury zat Henriette (‘Jet’) van Dam van Isselt, referendaris van het Bureau Kunstzaken van de Gemeente, die al vroeg haar oog op Cohen had laten vallen en haar achter de schermen flink steunde. Cohen won de prijsvraag. Van Dam van Isselt stelde vervolgens een functieomschrijving op voor een ontwerper bij de Stadsdrukkerij die Cohen op het lijf geschreven was.  

W.F. Gouwe, hoofd van het Instituut voor Sier- en Nijverheidskunst, beval haar aan als iemand die ‘... de typografische verzorging van verschillende boekwerken met succes op zich heeft genomen, terwijl zij het talent heeft om daaraan de gewenschte grafische versiering en illustratie toe te voegen. Wij meenen dat mej. Cohen voor een werkkring als door U bedoeld stellig mag worden aanbevolen’. Daarmee kreeg van Dam van Isselt haar zin. Fré Cohen werd op 1 september 1929 aangesteld. Haar functie zou bestaan uit het verzorgen van al het ‘lopende werk’ van de gemeente: drukwerk, omslagen, formulieren, brochures, alles.  

Cohen was klein van stuk, beweeglijk – haar medewerkers in de Stadsdrukkerij noemden haar ‘Saartje Wip’ – ijverig, bedrijvig en veelzijdig. Als ontwerpster had ze het rijk alleen, maar ze bemoeide zich ook met de techniek van de drukkerij, de lay-out en de lettertypes. Daar waren de heren in de drukkerij niet altijd van gediend, en ook niet dat ze soms letterlijk op de stoel van de directeur of het hoofd Kunstzaken ging zitten. Ze kon ongeduldig zijn, en autoritair, maar de waardering voor haar werk was groot.  

Zoals de tentoonstelling in New York liet zien was haar productie voor de gemeente enorm. Ze maakte voor Handelsinrichtingen promotiefolders voor de haven en Schiphol; voor Electriciteitswerken advertenties, omslagen voor prijscouranten en folders; voor de Woningdienst omslagen voor rapporten; voor Onderwijs etiketten voor schoolschriften, voor de Stadsreiniging briefkaarten die het gebruik van de nieuwe openbare prullenbakken uitlegden. En verder ontwerpen voor giroboekjes voor de gemeentelijke girodienst, een standaardontwerp voor de jaarlijkse dienstverslagen, een getuigschrift voor de ULO en gestileerde stadswapens voor de gemeentekalender. Ook ontwierp ze, in goudopdruk, het ‘trouwboekje eerste klas’. De gemeente was er zeer tevreden over: een ruim overzicht van haar werk werd ingezonden naar een tentoonstelling in het Kunstnijverheidsmuseum in Zürich. 

Exil-literatuur 

Die succesvolle jaren duurden tot februari 1932. Door de crisis werd de Gemeente toen gedwongen haar baan op te heffen, met de belofte: ‘... mochten zich nieuwe opdrachten voordoen dan zal in de eerste plaats mej. Cohen daartoe worden uitgenodigd.’ Als freelancer had Cohen het daarna zo mogelijk nog drukker. De Stadsdrukkerij bleef haar, zoals beloofd, benaderen met opdrachten voor affiches, folders, brochures voor het derde eeuwfeest van de Universiteit, een omslag voor de programma’s van de Stadsschouwburg, boekjes over Schiphol enzovoort. Ze ontwierp de verpakking van Inventum-ventilatoren en maakte koppen voor rubrieken in vrouwenbladen  

Door het opkomende fascisme in Duitsland werd Cohen sterker bewust van haar Joodse identiteit en ze maakte in toenemende mate werk voor Joodse kranten en tijdschriften. Zij ontwierp bijvoorbeeld materiaal voor een Noodfonds voor Joodse vluchtelingen, en in opdracht van uitgeverij Querido omslagen voor boeken van gevluchte Duitse schrijvers, de zogenaamde Exil-literatuur. Voor Querido maakte ze in een paar jaar niet minder dan zeventig boekbanden.  

De tijd waarin Cohen als ontwerper volwassen werd en haar eigen weg vond, was buitengewoon dynamisch: allerlei nieuwe ideeën in kunst en vormgeving buitelden over elkaar heen, en de techniek – zeker in de drukwereld – ontwikkelde zich snel. Haar innige relatie met de socialistische zuil was vanzelfsprekend belangrijk, maar ze was toch vooral een idealiste, die uiting wilde geven aan het streven naar vrijheid, zelfontplooiing en gemeenschapsgevoel zoals ze dat als meisje had leren kennen in de AJC. Het doet haar persoonlijkheid en talent te kort om haar zo maar in een vakje neer te zetten. 

Wendingen 

Binnen de Gemeente Amsterdam werkten veel architecten en vormgevers die onder het containerbegrip Amsterdamse School worden samengepakt. Binnen deze stroming bestonden flinke verschillen in opvatting en stijl. Cohen zal zeker veel gekeken hebben naar het toen al beroemde tijdschrift Wendingen, van architect-vormgever Th. H. Wijdeveld, die meer dan eens haar concurrent was bij het binnenhalen van gemeenteopdrachten. De opmaak van Wendingen was bij elke uitgave anders, en werd bepaald door het onderwerp – de ene keer was dat ‘Japan’, de andere keer ‘schelpen’.  

Even invloedrijk als de Amsterdamse School was de tegenhanger ervan, die Nieuwe Zakelijkheid werd genoemd. Vooral in kringen van fotografen was dat een belangrijke stroming. De montages die Cohen in 1931 maakte voor een informatiebrochure over de haven van Amsterdam, met scherpe diagonale lijnen en verknipte foto’s, kun je onder die noemer scharen. Een van haar kalenders in die stijl werd echter bekritiseerd, omdat die ‘wat al te veel de Wendingenstijl’ zou vertonen.  

Toen Fré Cohen in de jaren dertig als freelancer in haar onderhoud moest voorzien werd haar werk veelvormiger: soms strak en zakelijk, soms uitgesproken decoratief en romantisch, bijvoorbeeld als het een ontwerp voor de omslag van een spannend jongensboek betrof. Voor Cohen moet vooral het ‘socialistische’ principe hebben gegolden, dat schoonheid ook in het leven van de arbeiders aanwezig moest zijn, en dat een vormgever met weinig middelen ook het eenvoudigste drukwerk kwaliteit kon geven.  

Ook internationaal kwam er belangstelling. Ze werd in 1934 uitgenodigd om in Engeland zeven lezingen te houden over ‘Modern Lay-out in Holland’, wat haar niet makkelijk viel (ze sprak slecht Engels). Die voordrachten gingen vergezeld van een expositie. Cohen ging in op de vele stijlen die het moderne Nederlandse drukwerk te zien waren, van de Amsterdamse School tot Wendingen, en steeds uitte ze haar opvatting dat ook gewone gebruiksvoorwerpen things of beauty dienden te zijn. 

Vergif 

Haar laatste folder, De Haven van Amsterdam, is van 1941. De Gemeente Amsterdam mocht Cohen daarna geen opdrachten meer geven. De regeringscommissaris bepaalde zelfs dat al het gemeentelijk drukwerk weer moest worden voorzien van het oude, uit 1898 daterende stadswapen. Het gebruik van het moderne, gestileerde wapen dat Cohen had ontworpen, was niet langer toegestaan.  

Een tijdje gaf ze nog les op de Joodse Kunstnijverheidsschool Van Leer, boven de Hollandse Schouwburg. Maar toen haar vader en andere familieleden werden opgepakt en op transport gezet dook ze onder, eerst in Amsterdam en daarna in Diemen, Winterswijk en Rotterdam. Op 10 juni 1943 werd ze op een schuiladres in Borne gearresteerd. Onderweg naar het bureau nam ze het vergif in dat ze altijd bij zich droeg, en stierf in een ziekenhuis in Hengelo. Ze werd daar op de Joodse begraafplaats begraven. Haar atelier werd ontruimd door de SD. Veel van haar werk was gelukkig in veiligheid gebracht.  

  

Met dank aan Alice Roegholt. Het Amsterdamse School Museum Het Schip organiseert vanaf 2 november 2021 een grote expositie over Fré Cohens leven en werk. 

 

 

 

 

 

 

Delen:

Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Oktober
Jaargang:
Rubriek:
Markante Amsterdammers