Kaarslicht en knoflookboter: Franse bistro's in de jaren '60-'80

Vanaf de jaren zestig veroverden bistro’s de harten van Amsterdammers. Met biefstuk op houten borden en uiensoep bij kaarslicht waanden de eters zich in een geromantiseerd Frankrijk. 

‘Als specialiteit (…) geldt al jaren de onvergetelijke “Entrecôte Portugais”. Deze wordt opgediend met een kruidige saus van tomaat, knoflook, champignons en paprika. Ook hier net als in elke andere bistro krijgt men het gerecht op “de plank”. Maar er kan desgewenst een uitzondering worden gemaakt door te vragen het diner op een “gewoon” bord te serveren. (…) De ambiance van deze bistro is typisch “bistro”.’  

Journalist Joop van Loon schreef in 1978 over Bistro Chez Fredèric op de Spiegelgracht 27 in zijn gids met adressen van Amsterdamse restaurants. De bistro was in zijn tijd zo populair, dat het type eetgelegenheid zelfs de titel van het boek haalde: Restaurant-Bistroboekje Amsterdam. Maar wat was een typische bistro? Waarom werd hij zo populair in de hoofdstad? En wat heeft de horecafamilie Fagel ermee te maken? 

Goede Franse leven 

In de naoorlogs periode veranderden de eetgebruiken van Nederlanders enorm. Zat men in 1960 nog aan de aardappelen-groente-vlees met griesmeelpap toe, twintig jaar later was Nederland al de richting ingeslagen van de huidige onuitputtelijke keuze van gerechten en ingrediënten uit de hele wereld.  

Een van de eerste stromen met nieuwe ingrediënten, gerechten en smaken kwam uit Frankrijk. In kranten, tijdschriften en boeken schreven onder anderen culinair journalisten Wina Born en Lydia Winkel over het goede Franse leven vol lekker eten en drinken. Supermarkten introduceerden Franse producten bij een groter publiek, zoals camembert, brie, roquefort en betaalbare wijn. Met succes: in 1980 dronk de Nederlander vier keer zo veel wijn als in 1965. 

Ook het buiten de deur eten veranderde: afgezien van de kantinelunch op werk en bezoek aan de broodjeswinkel, was uit eten gaan geen Nederlandse traditie. Er bestond een aantal betere restaurants, maar die werden slechts bezocht door een kleine groep mensen en buiten die elite was er weinig belangstelling voor; zo was er in 1957 in de pers geen aandacht voor de toekenning van de eerste Michelinsterren in Nederland. Uit een enquête uit 1960 bleek dat 85 procent van de bevolking zelden of nooit in een restaurant at.  

Dit begon te veranderen. Het Chinees-Indische restaurant is het bekendste voorbeeld van de democratisering van het restaurant in Nederland, maar ook de bistro – eenvoudige, knusse, op Frankrijk-geïnspireerde eetplekken – maakte een restaurantbezoek laagdrempeliger. In 1980 at nog maar 26 procent van de ondervraagden bijna nooit in een restaurant. 

 

Verder lezen? Dat kan in het decembernummer. Abonnees ontvangen dit nummer van Ons Amsterdam omstreeks 2 december in de brievenbus! Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je vóór vrijdag 2 december 23:59 aan dan ontvang ook jij dit nummer thuis.

Ja graag! Arrow right


 

Delen:

Editie:
December
Jaargang:
Rubriek:
Tijdperk:
1950-2000

Gerelateerd

De augurkenkoning: Kesbeke en het zuur
De augurkenkoning: Kesbeke en het zuur
Voorproefje 14 november 2022
Alles uit eigen keuken: Eetsalon Van Dobben
Alles uit eigen keuken: Eetsalon Van Dobben
Voorproefje 14 november 2022