Fluisterende muren: Levantplein

De afgunst groeide alras nadat het Oostelijk Havengebied een eeuw na haar ontstaan uit de as was herrezen en de voormalige KNSM-kantine een glorieuze makeover had ondergaan. Zo fulmineerde redacteur Hanneloes Pen in Het Parool van 24 maart 2001: “Dikke winst ex-kraker op gratis 'broedplaats'”. Maar niemand kon vermoeden dat het woon-werkcomplex - dat in uitstraling niet onderdoet voor de ING-schoen aan de Zuidas - in tien jaar tijd zo absurd veel meer waard zou worden.

Toen Colette in 1993 in het markante pand op het zieltogende KNSM-eiland trok, was haar man Martin er al tien jaar bezig met verbouwen. Inmiddels zijn ze net drie maanden geleden met pijn in het hart weer verhuisd. “Het was een geweldige plek om te wonen. Alles was één grote open ruimte. Maar met opgroeiende kinderen waren we toe aan een echt woonhuis, met aparte kamers. We hebben nu lichtknopjes op de plek waar je het verwacht, net een hotel. Alles doet het. Maar ik kijk met weemoed terug op ons Pippi Langkous-huis.”

Enkele jaren nadat de KNSM de Levantkade in 1979 had overgelaten aan weer en wind, kraakten jonge kunstenaars de voormalige bedrijfskantine. En raakten er hevig verliefd op. Verenigd in de Stichting Edelweiss sloten zij in 1991 een overeenkomst met de gemeente: zij konden het pand kopen voor het symbolische bedrag van één gulden met de verplichting tot renovatie volgens de geldende bouwkundige eisen. Alleen de erfpacht van (omgerekend) rond de €120.000,-. moest betaald. Deze constructie werd wel vaker toegepast bij verwaarloosde gebouwen met een groot achterstallig onderhoud. Ook bijvoorbeeld de Vondelkerk in de Vondelstraat en het kantinegebouw van de Koninklijke Hollandsche Lloyd op de Oostelijke Handelskade bleven zo bewaard voor de stad.

Daarmee begon voor de acht bewoners een megaklus. Offertes van aannemers voor renovatie liepen in de miljoenen, dus werd besloten alles zelf te doen. Scheidingsmuren werden opgetrokken, glaspartijen en puien vervangen, het levensgevaarlijke blauwe asbest verwijderd, water, gas, elektra, keukens, wc-potten en douches geplaatst.

De toegang tot de verschillende appartementen vormde het grootste probleem. Een galerij mocht niet van de brandweer, zodat ieder appartement een eigen ingang moest hebben. En zo kreeg gebouw Edelweiss, toch al geen standaardontwerp door de hoge poten waarop de opstal rustte, er een karakteristiek element bij: elke wooneenheid kreeg ontsluiting via een buitentrap onder het gebouw. In de decimetersdikke vloeren werden gaten gedrild en op de sloop werden ijzeren trappen uit een ontmanteld olieplatform gekocht.

Met de jaren nam de bewoonbaarheid van het pand toe, maar het duurde lang voordat het écht comfortabel werd. Verwarmen was een ramp in de ruimtes van zes meter hoog en 1200 m3 wooninhoud. Colette: “Al ons geld ging in de vele verbouwingen zitten en je stookte je de ziekte. We joegen er in de winter al gauw €1000,- per maand doorheen.”

Koffie voor een duppie

Of het er koud was? Nee, dat herinnert bootwerker Kees Roest zich eigenlijk niet. Maar wie hier de hele dag buiten werkte, als lader en losser van de zeeschepen, was al snel tevreden wanneer hij ergens binnen z’n boterham kon eten. Tot eind jaren vijftig schaftten de 400 KNSM-arbeiders in de werkloodsen, de timmerlieden in de timmerloods, de lassers in de loods voor scheepsonderhoud en ga zo maar door. Alleen het hogere personeel, de directieleden, chefs van staven en doktoren, nuttigde gezamenlijk de lunch in een eetzaal boven Loods 6.

In 1956 schonk het personeel aan de 100-jarige KNSM de beeldengroep Amphitrite. Op haar beurt tastte de rederij tastte diep in de buidel en liet een personeelskantine neerzetten. Een prachtige, ruime zaal. Een doorbraak, die van het werkvolk op slag gewaardeerde personeelsleden maakte, aldus de heer H.G. Heuzeveldt, oud-vice-voorzitter van de Raad van Bestuur KNSM.

Omstreeks 1960 werd het gebouw in gebruik genomen. Kees Roest was er verguld mee. “We noemden het de Nieuwe Kantine. Het was pure luxe. Daarvoor was je blij als je een onderkomen had om je boterham op te eten. Je koffie dronk je op de kade. Dan kwam er iemand langs met een koffiekan en kocht je voor een duppie een kop koffie. In de Nieuwe Kantine waren warme dingen te krijgen: soep, een gehaktbal. En je kwam er iedereen tegen. Er werden personeelsfeesten georganiseerd, Sinterklaas, toneeluitvoeringen...”

Op 16 mei 2009 zal de godin van de zee Amphitrite na dertig barre jaren van ontluistering en verstoting - eerst in de opslag en later naar het Oosterdok - haar water weer laten stromen op het KNSM-eiland. De fontein wordt feestelijk in werking gezet, het geschenk van het KNSM-personeel is dan weer terug.

De voormalige bedrijfskantine is eveneens in alle luister hersteld. Vrijwel alle kunstenaars van het eerste uur die de Nieuwe Kantine weer lieten bloeien, zijn weg, uitgevlogen naar nieuwe uitdagingen en andere delen van de wereld. Hun opvolgers zijn van een ander slag. Het zijn mensen uit de reclamewereld, de mode, internetondernemers. Zij hebben stuk voor stuk diep in de buidel moeten tasten, tussen €600.000,- en krap één miljoen, om een “unieke kosmopolitische loft” te bemachtigen. Duur wonen blijft het, ook voor hen. De makelaar rept op de verkoopsite over vaste maandlasten van gemiddeld €2.231,- per maand. Maar het is dan ook een van de mooiste plekken van het eiland.

Tekst: Annegriet Wietsma

Mei 2009

Delen: