Erfenis van de moord op Feikje de Haan

Waar heeft hij je gestoken?’

De gewelddadige dood van de 36-jarige Feikje de Haan, gescheiden moeder van twee kinderen, schokte de bewoners van de Spaarndammerstraat in december 1917. “Haar fout was dat zij speelde met mannen”, klonk het op het proces tegen de dader. Een eeuw later stelt haar achterkleinzoon het beeld bij aan de hand van foto’s en documenten.

Het fotoalbum toont een mooie, volslanke vrouw met een zachte blik onder een donkere haardos. In de ateliers van Geveke aan het Sarphatipark, Lukera op de Ceintuurbaan en Labohm op de Nassaukade liet ze zich in de jaren tien van de twintigste eeuw geregeld portretteren. Telkens gaat ze zorgvuldig en modieus gekleed. Op één foto draagt ze een kanten kapje met oorijzers, dat waarschijnlijk verwijst naar haar afkomst. Feikje de Haan heet ze, geboren in Leeuwarden op 20 mei 1881. Ze was pas 36 toen ze in de Amsterdamse Spaarndammerstraat met messteken om het leven werd gebracht. 

Haar achterkleinzoon Hans Pijst trof de foto’s aan in een koekblik onder de gootsteen van zijn vader, geruime tijd na het overlijden van Hans’ oma, de dochter van Feikje de Haan, Leeuwke Lucia van Feggelen. Zij was warm en inspirerend, maar nooit spraken ze over de moord. De vondst van de foto’s en enkele documenten zette Pijst op een speurtocht naar het verleden. Hij kent zo langzamerhand alle verslagen en hij heeft de processtukken gelezen. 

Het is moeilijk bijgedachten te vermijden onder het bekijken van de prachtige foto’s van zijn overgrootmoeder en zijn grootmoeder. Neem die van 20 mei 1912, haar 31ste verjaardag: Feikje, met de ogen bijna gesloten, is omringd door boeketten, als in een rouwkamer. Ze woonde sinds een halfjaar op de Hogeweg in de Watergraafsmeer. “Zij was op ’t gebied der liefde vrije begrippen toegedaan en deze stelden haar in staat een groot huis in die gemeente te bewonen”, heette het naderhand. Was ze een prostituee, vroeg Pijst zich af.

 

Verhuizingen

Het aantal Amsterdamse adressen van Feikje de Haan loopt tot in de vijftig, te beginnen bij Spaarndammerstraat 65. Ze was nog een kleuter toen ze als enig kind – een jonger zusje leefde slechts enkele maanden – met haar ouders uit Franeker naar Amsterdam kwam, in april 1885.Werkman Sytze Doeijes de Haan en timmermansdochter Lieuwkje Dirks Boonstrwaren afkomstig uit Friese dorpjes, trokken naar de grote stad en trouwden een halfjaar voor Feikjes geboorte. Hij was schippersknecht en zij ‘stroohoedmaakster’. Breed zullen ze het niet hebben gehad. Misschien dat ze daarom besloten naar Amsterdam te gaan. 

Tot Feikje het huis uitging, verhuisden ze elke paar maanden. Met hun boeltje op een handkar trokken ze naar opkamers, voorkamers, kelders of een ‘insteekkamer’, in de Pijp, de Dapperbuurt, soms in West, nooit ver van de havens. Foto’s uit die jaren ontbreken. Anonieme levens verstrijken zonder gerucht, tenzij er nieuws is. Een krantenberichtje in combinatie met het patiëntenregister van het Binnengasthuis vertelt dat vader De Haan op zaterdag 25 september 1897 in zijn vlet op het IJ door de felle stroom beklemd raakte tussen een zolderschuit en de wal van de Handelskade. Per ‘raderbaar’ werd hij met een gekneusde ribbenkast hij naar het ziekenhuis gebracht. Het gezin woonde toen net twee weken in de Pieter Nieuwlandstraat 84. 

Twee jaar en zeven adressen later is Feikje zwanger geraakt. Het jongetje kreeg haar achternaam, tot ze in maart 1901 trouwde met diamantslijper Martinus Johannes van Feggelen, die het kind echtte. Dochter Leeuwke volgde in november 1903. Het huwelijk eindigde in 1905 – echtscheiding “op grond van overspel van de gedaagde”, van Feikje. Al die tijd bleven de opeenvolgende adressen – ook van haar ouders, bij wie  ze met haar kinderen introk – eenvoudig, geschikt voor de arbeidersklasse. 

 

Lieveling

“Aan mijn lieve goede Gerard van zijn Feikje”, schreef ze achterop de foto uit 1908 of 1909 van haarzelf met haar dochter. Hoe ze de Haarlemse advocaat Gerard Feits ontmoette, is onbekend. Hij kwam uit de betere kringen in Friesland; zijn vader was enige jaren burgemeester van Schoterland. Hij trad op als curator in faillissementen, en verdedigde af en toe cliënten uit de onderklasse: brandstichting, diefstal, abortus. Achterop zijn fotoportret noteerde hij op 26 oktober 1910: “Aan mijn eenigste lieveling Feikje de Haan. G. Feits”.

Gefinancierd door hem en – denkt Pijst – mogelijk door anderen, betrok Feikje in 1911 een comfortabel ingericht huis, met bedienden, op Hogeweg 78. Hier zijn foto’s gemaakt van het drietal als een gezin, in de tuin, van Feikje met haar twee kinderen, van moeder en dochter aan de piano. De muziek is doorgegeven. De vader van Pijst was barpianist, hijzelf is gaan zingen, zijn dochter speelt piano.

Pijst woont al jaren op de Hogeweg, waar het drama een aanvang nam. Dat was in februari 1914. Op het ijs ontmoette Feikje de dertien jaar jongere scheepskok Wilhelm (Willem) Smit, die in haar ban raakte en weleens bleef logeren. Toen ze tijdens een ruzie op straat te kennen gaf dat hij niet langer welkom was, schoot hij op haar. “Moordaanslag te Watergraafsmeer”, kopten de kranten boven verlekkerde verslagen. Feikje herstelde en Smit, “een blonde jonkman met een open gelaat”, ging een jaar de gevangenis in.

Haar dochter was niet thuis: ze zat op een katholieke kostschool – ofschoon de familie van huis uit niet katholiek was. “Feikje deed er alles aan om haar dochter een goede opleiding te kunnen geven”, weet Pijst. “Het pensionaat in het voormalig Ursulinenklooster in Venray was het eerste katholieke gymnasium voor meisjes uit de gegoede burgerij.Het was een bijzondere en kostbare opleiding.” 

 

Dikke zoenen

Eén brief van Leeuwke is bewaard gebleven, van 20 december 1915. Veertien uitroeptekens staan er achter de aanhef “Allerliefste Mams”. Ze kan niet wachten tot het weerzien, over drie dagen al. “Ik heb U zoveel te vertellen met de vacantie”, en ook haar “kindertjes”, haar hondjes, zullen blij zijn. Ze stelt haar moeder gerust door precies te vertellen hoe laat ze aankomt en wil weten waar ze moet uitstappen. Feikje was eerder dat jaar verhuisd naar Spaarndammerstraat 112. “En U schrijft mij nog een kaart, hè. Met welk station?????! Anders ben ik ook bang!” Ze verheugt zich op de feestdagen en op de geschenken onder de kerstboom: “Wat tekende u leuke poppen, vooral dat meisje met dat pakje”, en ze besluit met “groten zakken vol dikke zoenen van Uw U liefh. Lukie!!!” Twee jaar later verloor ze haar moeder. 

Het gebeurt op 15 december 1917 omstreeks zeven uur. Tijdens een doorsudderende ruzie vliegt Wilhelm Smit plotseling in razernij op Feikje af. Beiden vallen op de grond. Feikjes verlamde moeder is vanaf haar bed getuige en schreeuwt het uit, net als Gerard Feits. Hij snelt dadelijk toe, probeert de twee te scheiden. Dan pas ziet hij het mes en het bloed. “Waar heeft hij je gestoken?”, vraagt hij terwijl hij Feikje overeind helpt. “Overal”, zegt ze. Ze weet de trap af te strompelen, de straat op, terwijl Feits haar ondersteunt op weg naar ‘Nummer 100’, de politiepost zes huizen verderop. 

 

Slagersfileermes

Later zal Feits voor de rechtbank vertellen dat Feikje, bloedend uit wonden in haar gezicht, nek, armen, borst en rug, zich losrukte en zich over de drempel van de belendende slagerij liet vallen. “Hier moet ik in, want ik ben ook geslacht”, bracht ze nog uit. Hij rende de politiepost binnen, hevig gillend, volgens krantenverslagen. Ze was buiten kennis toen ze het bureau binnengedragen werd en daarna per auto-brandcard naar het Binnengasthuis vervoerd. De dader had zich uit de voeten gemaakt. Op de trap vond de politie het bebloede, vlijmscherpe slagersfileermes. De getuigen werden gehoord. Tot na middernacht stonden de Spaarndammers op straat en bespraken “het tragische voorval”. Dat Feikje de Haan was bezweken, om halftien ’s avonds, wist iedereen. Behalve haar dochter Leeuwke, in Venray. “Na de moord op haar moeder moest ze van school af”, vertelt haar kleinzoon.

De omstandigheden en de voorgeschiedenis van de moord kwamen tot in de kleinste details in de pers en leverden opnieuw kopij toen de dader in september 1918 voor de rechter kwam. Tijdens de verhoren was vast komen te staan, dat Feikje hem op de fatale dag van diefstal beschuldigde, voor schooier uitmaakte en toevoegde dat ze inmiddels wist, dat “de vrouw uit de Begeer-zaak” zijn tante was. Ze doelde op Hendrika Kors, de moeder van de beruchte inbreker Jan Bolkestein, die in november 1917 was veroordeeld vanwege de vermetele juwelenroof bij Begeer (Ons Amsterdam,mei 2013). 

 

Zeden

Zowel uit de verslagen als uit het verloop van het proces blijkt dat niet de dader, maar het slachtoffer terecht stond: “Haar fout was dat zij speelde met mannen.” Een gescheiden vrouw met twee kinderen, die diverse relaties had en zich liet onderhouden, die nam het niet zo nauw met de zeden. De beklaagde was volgens de onderzoekende psychiaters een licht psychotisch individu, dat onder invloed raakte van “deze klaarblijkelijk verleidelijke perverse prostituee”. 

Ook Smits advocaat François Pauwels bouwde een grimmig beeld van haar op. Het klinkt triest, concludeerde hij, “maar van één kant moeten wij blij zijn, dat geen jonge mannen, kinderen nog, opnieuw door deze buitengewone en gevaarlijke vrouw in het verderf worden gestort”. Het openbaar ministerie zag het gedrag van de vrouw als verzachtende omstandigheid en eiste vier jaar. Smit kreeg voor doodslag twee jaar.

Alleen Feits nam het voor Feikje op. “Hij is een sleutelfiguur”, zegt Hans Pijst. “Ook in het leven van dochter Leeuwke speelde hij een grote rol.” Hij hielp haar aan werk in het Floratheater, waar ze de jonge variétéartiest Piet Muijselaar ontmoette, met wie ze ging samenwonen. Enige tijd stond Feits bij hen ingeschreven en hij was getuige bij Leeuwkes tweede huwelijk, “Ik denk ook dat ze een relatie hadden”, besluit Pijst. 

JESSICA VOETEN IS SCHRIJVER EN JOURNALIST.

Decembernummer 2019

 

Beeld: privécollectie

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
December
Jaargang:
2019 71
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1800-1900 1900-1950

Gerelateerd

De eerste jaren van HVO Querido, zorgorganisatie voor kwetsbare Amsterdammers
De eerste jaren van HVO Querido, zorgorganisatie voor kwetsbare Amsterdammers
Verhaal 1 december 2019
Straatfiguren. De Sterrekoekers
Straatfiguren. De Sterrekoekers
Verhaal 1 december 2019