Een Lutheraanse ruzie in spotprenten: Grijp in, Heer!

De Lutherse Gemeente in Amsterdam stond aanvankelijk nog onder strenge Duitse controle. Toen de kerk steeds Nederlandser werd, kwamen er conflicten. Met hulp van spotprenten en luidkeels gezang vochten predikanten en gelovigen elkaar de tent uit.  

Zondagmiddag 24 oktober 1683 ontstond er groot tumult in de Nieuwe of Ronde Lutherse Kerk aan het begin van de Singel. Dominee Theodorus Dominicus, twee weken eerder benoemd, zou voor het eerst preken. Zijn aanstelling was omstreden. Hij had veel tegenstanders binnen de gemeente en die waren druk bezig geweest de gelovigen tegen hem op te stoken met opruiende pamfletten en vinnige spotprenten. Het stadsbestuur voorzag dat de dienst wel eens op relletjes kon uitdraaien en had daarom een aantal ambtenaren van justitie – twee onderschouten en enkele schepenen – naar de kerk gestuurd. Buiten stond de hoofschout op de nabijgelegen Haarlemmersluis klaar om in te grijpen.

Zodra dominee Dominicus de kansel had betreden en met zijn preek begon, opende een bakkersvrouw de aanval. Zij zong luidkeels Psalm 12: “Grijp in, Heer! Niemand is nog trouw, geen mens spreekt nog waarheid. Ze beliegen elkaar allemaal, vals en verraderlijk is hun woord.” Velen vielen haar bij. Sommigen wensten Dominicus dood, anderen poogden tevergeefs met handgeklap het rumoer te overstemmen. De manschappen van de schout konden de gemoederen niet doen bedaren. Pas toen de hoofdschout verscheen en de ergste raddraaiers werden gearresteerd, keerde de rust enigszins terug. Dominicus was al die tijd op de kansel blijven staan (een veilige plek) en vervolgde zijn preek onder gemor van het publiek. Na afloop van de dienst werden de gemeenteleden door de voordeuren naar buiten geleid.

Dominicus werd via de achterdeur in het geheim naar huis gebracht. Het was niet gelukt de oproerkraaiers te overstem-men. Dat was later het belangrijkste argument zijn voor de aanschaf van een orgel: orgelgeluid zou de zang wel hebben overtroffen.

Vernederlandsing
De pijnlijke rel bracht een conflict aan het licht dat in de Lutherse Gemeente al geruime tijd op uitbarsten stond. Het ging ogenschijnlijk om zuiver theologische opvattingen die tegenover elkaar stonden, maar eigenlijk kwamen de problemen voort uit het steeds meer ‘vernederlandsen’ van de kerk. De Lutherse Gemeente was oorspronkelijk (sinds 1588)* een immigrantenkerk geweest voor de Duitse, Deense, Noorse 

en Zweedse inwoners van Amsterdam, maar inmiddels waren die in hoge mate ingeburgerd. Terwijl de oudere generatie nog aan de gewoonten, de taal en de leerstellingen van het ‘oude land’ vasthield, waren de Amsterdamse lutheranen een ‘autochtone’ gemeenschap geworden.

Lutherse predikanten in Nederland moesten een volledige theologische opleiding aan een van de universiteiten in Duitsland afgerond hebben. De meesten preekten aanvankelijk ook in het Duits. Maar geleidelijk werd de gemeente Nederlandstaliger en klonk daarom de oproep aan de predikanten om voortaan in het Nederlands te preken. Ze kregen ook meer salaris als ze dat deden. De Amsterdamse lutheranen wilden bovendien een democratischer bestuurs-structuur en een normalisering van de verhouding met de gereformeerden.

Ook de theologische verschillen binnen de gemeenschap hadden te maken met die ontwikkeling naar een ‘Nederlandse’ kerk. Op enkele theologische faculteiten in Duitsland waar de lutherse predikanten hun opleiding kregen, was een nieuwe ‘rationalistische’ wind gaan waaien.  Zo werden de studenten in Helmstedt veel vrijzinniger opgeleid dan in Wittenberg, waar Maarten Luther zelf hoogleraar was geweest. Nieuwe predikanten importeerden de verschillen in opvatting naar ons land. De ‘rationalisten’ of ‘irenischen’ zochten meer contact met de Nederlandse cultuur en taal, en met de Gereformeerde Kerk. De ‘confessionelen’ deden dat niet, en zij hadden het regelmatig aan de stok met de calvinisten.

Tegen de erfzonde
Een van de grondleggers van de Nederlandse richting was dominee Coenraad Hoppe, in 1660 beroepen in Amsterdam. Hij leidde een twaalftal predikanten op in wat de Nederlandse of Hoppeaanse richting is gaan heten. Theodorus Dominicus was een van hen en leidde zelf weer een tiental predikanten op. Vooral de diakenen – de ‘dienaren’ van de kerk, die zich bijvoorbeeld bezighielden met armenzorg – voelden veel voor deze nieuwe lichting dominees. Maar het con-sistorie – de kerkenraad, waarin vooral ouderlingen en oudere predikanten zitting hadden – had meer op met de orthodoxe richting.

Telkens als er een predikant overleed, ontstond er een gevecht tussen de twee groepen. Beide partijen probeerden hun zin door te drijven door uitsluitend kandidaten uit eigen kring te nomineren. Een aantal keren trokken de diakenen aan het langste eind en werd er een predikant beroepen die de Nederlandse richting was toegedaan. Dominee Paulus Weslingh (of Wesseling) in 1680 bijvoorbeeld. De zeer gerespecteerde predikanten Henricus Vos en Johannes Colerus keerden zich tegen hem, maar Weslingh, afkomstig uit een rijke Amsterdamse familie, gaf geen krimp en ontpopte zich als een domine-rende leider.

Drie jaar later was de beurt aan Theodorus (Dirk) Dominicus, ook telg uit een roemrijk Amsterdams luthers geslacht. Zijn vader was een van de belangrijke ouderlingen in het consistorie, zijn broer diaken. Die had als kind nog de eerste steen mogen leggen van de Nieuwe Lutherse Kerk. Theodorus was opgeleid in Jena en eerder predikant geweest in Hoorn en Leiden. Zijn beroeping naar Amsterdam had grote gevolgen. De orthodoxe predikanten namen hem op de korrel vanwege een preek over Ezechiël 18:1-4 waarin hij verkondigde dat ieder mens persoonlijk tegenover God zondigt, maar nooit als een ‘doorgeërfde’ zonde. Dominicus had zich daarmee tegen de erfzonde gekeerd, wat tegen de funda-menten van de lutherse belijdenis inging.

Intrige en gekonkel
Er verschenen diverse spotprenten en pamfletten waarin de strijdende partijen met elkaar de draak staken. Meteen al in 1680 was er een prent over de intrede van Weslingh: het voltallige consistorie sleept hem op een kruiwagen naar de Lutherse Kerk. De 21 personen die de kruiwagen trekken, zijn het aantal voorstemmers bij zijn beroeping. Linksboven timmeren drie mannen een kuip in elkaar: Weslingh is beroepen als gevolg van ‘kuiperij’, intrige en gekonkel dus. De kerkenraad had zich laten beduvelen en letterlijk voor een karretje laten spannen, waarbij zelfs over lijken was gaan, gelet op de man die onder de kruiwagen komt.

In 1683-84 verscheen een tweede prent, nu over de komst van Dominicus, met als titel De Gekuypte Edicktkamer, Nu volmaekt – door Heersdorst, onrecht, en valse raet. We zien de kerkenraad in heftige discussie over de preek van Dominicus, die aan de rechterkant wordt ‘ingekuipt’. Hetzelfde verwijt maakt een prent getiteld De sleutel van de gekuypte kruywagen, of ’t besworen edict. Op een kruiwagen zit de predikant die zegt: “’k ben dankbaar”, en ondertussen over een man heen rijdt, terwijl enige geestelijke heren de kruiwagen naar de kerk duwen.

De aanhangers van Dominicus lieten zich evenmin onbetuigd. De confessionelen worden te grazen genomen op De Vulliskar van eenige der Martynisten, waar de orthodoxe dominees Vos en Colerus te kijk staan. Verder verschenen er twee boekjes over wat Dominicus voor, tijdens en na zijn aanstelling was overkomen: Een pertinent verhael van al ’t geen dat [...] gepasseert is van den nieuwe beroepene lutersche predi-kant binnen Amsterdam (Leiden, 1684) en Historisch verhaal van den beklaegelijken opstand, sedert eenige jaaren in de gemeen-te toegedaan de Augburgse confessie in dese stede ontstaan (Amsterdam, 1690).

Luthers Seminarium
De richtingenstrijd binnen de Lutherse Gemeente duurde tot 1696. Dat jaar rdween een van de felste spelers van het toneel: dominee Colerus vertrok naar Den Haag. De uitkomst van de strijd betekende de overwin-ning van de Nederlandse richting en – uiteindelijk – de oprichting van een eigen Luthers Seminarium aan de Universiteit van Amsterdam voor de opleiding van predikanten. De Lutherse Gemeente van Amsterdam werd in al haar doen en laten geheel Nederlands. 

* Lees het eerder in Ons Amsterdam verschenen artikel: Geen kerktoren?

Beeld: Spotprent waarop Dominicus op een kruiwagen de kerk binnenrijdt, circa 1684. Rijksmuseum Amsterdam. 

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Religie
Editie:
Oktober
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1600-1700