Een kaping op het Haarlemmermeer in 1782

Dartele losbollen

Dronken rijkeluiskinderen op een bootje, dat kan niet goed gaan. In oktober 1782 ging het zelfs spectaculair mis: Lieve Geelvinck en zijn vrienden speelden piraatje op het Haarlemmermeer en kaapten een schip. Er viel een zwaargewonde.

Wie eind 18de eeuw zoekt naar een typisch patriciërszoontje van rijke afkomst hoeft niet verder te kijken dan Lieve Geelvinck (1757-1783). Zijn beide grootvaders – Nicolaes Geelvinck, heer van Castricum, en Gerard Hasselaer – waren burgemeester geweest; zijn vader, Lieve sr., was magistraat en (voor de helft) commissaris van het lucratieve Hamburgs Postcomptoir. Hij stierf toen zijn zoon net geboren was.

Lieve jr. studeerde in 1776 af als jurist. Hij kocht voor f 108.000,- (ruim een miljoen nu) een enorm huis op de Keizersgracht, nummer 452, dat eerder in bezit was geweest van grootvader Hasselaer. In april 1777 trouwde hij met Anna Maria van de Poll, ook al iemand met een prachtige Amsterdamse stamboom – ze was een kleindochter van Margaretha Trip, om maar wat te noemen. Een jongeman met zulke voortreffelijke familierelaties kreeg vanzelfsprekend baantjes in het stadsbestuur toebedeeld. In 1777 werd hij ‘commissaris van huwelijkse en zeezaken’ en kapitein van de schutterij in zijn wijk.

De 19-jarige Geelvinck was door zijn huwelijk formeel meerderjarig geworden en kreeg in juli 1778 daarom de erfenis toegekend van zijn grootmoeder, Elisabeth Hasselaer-Clignet: de buitenplaats Bosbeek aan de Glipperdreef in Heemstede. Een prachtig bezit waar de Hasselaers zeer op gesteld waren geweest. Het was verfraaid met grote plafondschilderingen door Jacob de Wit en grootvader Hasselaer had er een rariteitenkabinet aangelegd, met schelpen, skeletten, gedroogde vissen en zeedieren op alcohol. Hij was bovendien een verwoed zeiler, zozeer zelfs dat hij zich maar weinig met de Amsterdamse stadspolitiek bemoeid schijnt te hebben. Hij was ook op zijn geliefde Bosbeek overleden. 

Plan

Lieve Geelvinck bracht vanaf 1778 de zomers door op Bosbeek aan de oever van het Haarlemmermeer. Om vanuit Amsterdam naar zo’n buitenplaats te komen, hadden burgers die het zich konden veroorloven een eigen zeiljacht. Zo ook Lieve. Op 7 oktober 1782 zeilde hij met zijn vrouw, een groep vrienden en vriendinnen en enkele matrozen in twee jachten naar het buitenhuis.

Verder lezen?

U vindt dit verhaal in het komende Maartnummer.

Nog geen abonnee? Meld u aan voor vrijdag 19 februari 16.00 en ontvang dit nummer thuis.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Editie:
Maart
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1700-1800