Een halve eeuw rumoer

Op 21 maart kiezen we een nieuwe gemeenteraad. Vaste prik elke vier jaar, zoals ook driewekelijkse raadsvergadering. Geen vaste prik is hoe het er in de raad aan toegaat. Er is de afgelopen 50 jaar heel veel gebeurd. Soms leek het wel oorlog, slaapverwekkend was het zelden.

"Stenografen hadden het veel zwaarder dan nu", vertelde de oud-raadsambtenaar Frans Hupsch (hij overleed op 2 maart 2005) in 1990 aan Ons Amsterdam. "Ze schreven steeds een half uur achtereen; nu is dat een kwartier. Dan kwam de volgende en ging jij je tekst uitwerken. Bandrecorders kwamen pas ruim na de oorlog." Hupsch was maar liefst 48 jaar (1929-1977) in dienst van de stadhuisafdeling Gemeenteblad, de afdeling die de raadsvoordrachten en -besluiten publiceerde, de vergaderingen notuleerde en ook de raadsleden wegwijs maakte.

Hij eindigde als chef, maar begon als 17-jarige leerling-stenograaf. "Ik dook de raad in en ik had het geluk dat er juist een paar langzame sprekers inzaten. De legendarische wethouder Wibaut, bijvoorbeeld, was prachtig oefenmateriaal. Hij praatte heel gedragen." Hupsch' werkplek was nog het Prinsenhof, het oude stadhuis aan de Oudezijds Voorburgwal, nu hotel The Grand. De vrij donkere deftige raadszaal in art-decostijl was indrukwekkend en intiem tegelijk. De sfeer was zeer formeel en hiërarchisch: nog in de jaren zestig hadden wethouders er een eigen toilet.
De raadsvergaderingen waren zeker niet altijd gezapig - de confrontaties konden heftig zijn. Maar alle raadsleden schikten zich naar de geldende codes en presenteerden zich op hun paasbest, van rechts tot links. Het was dus wel schrikken toen in 1966 Provo ('Kejje lache') met één zetel in de raad verscheen en vier provo's elkaar daar aflosten: van Bernhard de Vries in zijn witte spijkerpak tot de langharige en bebaarde Roel van Duijn. De laatste bracht in januari 1970 de raad tot wanhoop door integraal het berijmde sprookje van Piggelmee voor te dragen, om te illustreren waartoe uitputting van de natuur kon leiden. Voorbij was de tijd van alleen maar jasje dasje voor de heren een japon voor de dames.

Ongepast

De verkiezingen van een half jaar later hadden een spectaculair resultaat: de nieuwe partij D'66 haalde drie zetels en de (uit Provo voortgekomen) lijst Amsterdam Kabouterstad zelfs vijf! De PvdA bleef nog maar net de grootste met twaalf zetels. De nieuwkomers brachten hun eigen zeden mee en zeker Gemeenteblad-chef Hupsch had het er moeilijk mee. "Zonder das, okee. Maar ik vond het ongepast dat ze met blote buiken door de raadzaal liepen." Connie Bos van de Kabouters droeg een wat al te kort truitje.
D'66 en de Kabouters kregen steun van de andere linkse partijen voor meer openheid en inspraak. Vergaderingen van de raadscommissies, bijvoorbeeld, vonden nog plaats achter gesloten deuren. En de positie van de raadsleden tegenover B&W was zwak. "We hadden niks", herinnert zich Roel van Duijn, raadslid sinds 1969. "Geen eigen kamertje, geen telefoon, geen assistenten..." Ambtenaren dienden vooral de wethouders, niet de raad. Burgers konden wel 'adressen' (verzoeken) indienen bij de raad, maar die verdwenen veelal in een bureaula. Een voorbeeld is de invoering van nachtbussen. D'66 (nog niet in de raad) stuurde begin 1969 een voorstel in, er kwam geen antwoord. Maar maanden later presenteerde VVD-wethouder Guus Hamm het als zijn eigen plan.
Sindsdien is er veel veranderd. Maar niet alles. Een aantal dingen is sinds de 19de eeuw hetzelfde gebleven tot de dag van vandaag. De raad vergadert periodiek: om de drie weken, op woensdagmiddag en -avond, zo nodig ook op donderdag (vóór 2002 elke twee weken). Op dinsdag- en vrijdagmorgen komt B&W bijeen. Verspreid over de week overleggen de raadscommissies, onder leiding van een wethouder. Daar wordt het beleid 'voorgekookt'; de behandeling in de centrale raad is soms niet meer dan een rituele afronding. Nu net zo goed als toen.

Nooit vrij

De eerste grote verandering kwam in 1972: de vergaderingen van de raadscommissies werden 'in principe' openbaar en er verscheen dan ook steeds meer publiek op de tribune. De jaren zeventig en tachtig waren de hoogtijdagen van actiegroepen en met name de linkse partijen waren graag hun spreekbuis. Ze hadden het er maar druk mee. Dag en nacht werden raadsleden gebeld door boze burgers en desgevraagd draafden ze op bij vergaderingen in buurthuizen, zo blijkt uit de Vrij Nederland-bijlage De Amsterdamse gemeenteraad van 8 mei 1982: "Bijna alle raadsleden hebben eenzelfde onaantrekkelijke dagindeling: nooit een avond vrij en in het weekend stukken lezen, telefoneren en de vergaderingen van de komende week voorbereiden."
En dat stukken lezen was geen sinecure. Iedere week kregen de raadsleden hoge stapels papier in huis. Rob Pauw, van 1977 tot 2012 werkzaam bij het Gemeenteblad: "Bode Joop Heppener fietste de hele dag heen en weer van het stadshuis naar de Stadsdrukkerij in de Voormalige Stadstimmertuin. Daar passeerden de stukken de afdeling zetterij, drukkerij en binderij. En dan bezorgden de jongens van de Postkamer in het holst van de nacht nog alle stukken bij de raadsleden."
Heel wat gewetensvolle raadsleden moesten door de werkdruk afhaken. Zoals in 1978 huisarts Jac. Hoekstra (CPN), toen veertien jaar raadslid: "Ik was net terug van vakantie. 's Ochtends had ik 50 patiënten in mijn spreekkamer. Ik heb daarna zeven visites afgelegd. 's Middags zat ik in de gemeenteraad, 's avonds ook en 's nachts nog steeds. Half drie was het voordat de vergadering werd gesloten. De volgende ochtend om acht uur wachtten opnieuw 50 patiënten op hun dokter. "Ik was een week na m'n vakantie weer uitgevloerd."

Haantjes

Met sommige zware beroepen bleek het raadslidmaatschap dus bar slecht samen te gaan. Gevolg was een toevloed van leden met een flexibelere betrekking, zoals universitaire medewerkers. Jo Horn, van 1978 tot 1982 PvdA-raadslid, was een van hen. Hij was wetenschappelijk medewerker rechtssociologie aan de UvA en dol op debatteren. "Een goede redevoering houden is al een heel ding. Dat kan je thuis voorbereiden. Maar dan krijg je de tweede termijn, waarin je kan reageren op het antwoord van de wethouder. En dáár gaat het om scherpte en improvisatie. Dat vond ik ontzettend leuk."
De overbelasting werd aangepakt. De wethouders (destijds tevens lid van de raadsfracties) kregen in 1978 door de gemeente betaalde assistenten. Geen luxe: de werktijd van topwethouders als Jan Schaefer, Henneüs Heerma, Michael van der Vlis en Walter Etty overtrof die van een minister. Acht jaar later werd ook de taak van gewone raadsleden enigszins verlicht door de komst van duoraadsleden. Die hadden geen stemrecht in de plenaire raad, maar konden wel meepraten in de raadscommissies.
De jaren zeventig en tachtig (met de burgemeesters Ivo Samkalden, Wim Polak en Ed van Thijn) waren buitengewoon roerige jaren voor Amsterdam, met de Nieuwmarktrellen, de grote kraakacties en de drugsoverlast. De conflicten hadden hun weerslag op de gemeenteraad. Zo leidden de discussies over de Oostlijn van de metro rond 1975 onder meer tot het vertrek van de wethouders Roel van Duijn, Han Lammers en Huib Riethof, na hooglopende ruzies in B&W. Om andere redenen sneuvelden in 1979 de wethouders Rudi van der Velde en Irene Vorrink. Raadsvergaderingen werden verstoord door boze krakers (met rookbom), Zeedijkbewoners (met op straat gevonden injectiespuiten) en brandweerlieden (met blusschuim).

Decor

Maar raadslid Jo Horn relativeert de onderlinge animositeit in de raad. "Ja, er vielen harde woorden, maar veel was voor de bühne. Met veel leden van andere fracties kon ik prima overweg en dronk ik graag een pilsje. Na de laatste raadsvergadering in de zomer was er altijd een groots buffet met exquise wijnen en heel lekkere hapjes." Maar hij geeft toe: het kon er zeer onvriendelijk aan toegaan. "Ik was hard tegen onze eigen wethouder Irene Vorrink over de opvang van junkies. Zij moest weg en bij haar afscheid was ik niet welkom."
Roel van Duijn bekent dat de conflicten in B&W en raad hem toch wel "een klein traumaatje" hebben opgeleverd. "Daarom ben ik vanaf 1976 een tijdlang boer geworden. Toen ik in 1986 terugkeerde in de raad, was de sfeer al een stuk aangenamer. Ed van Thijn was burgemeester en hij was veel toegankelijker dan Ivo Samkalden, met wie ik in het college zat. Met Ed kon je gewoon praten, hij kleineerde niemand." De enige leden die Van Thijn ijzig benaderde waren de afgevaardigden van de racistische Centrumpartij (1986) en de Centrum Democraten vier jaar later. De rest van de raad negeerde hen ook.
Ook het decor veranderde. Sinds september 1988 vergaderde de raad in een nieuw stadhuis, de 'Stopera' op het Waterlooplein, in een moderne en veel lichtere raadszaal. Geen reden voor een feest, vond burgemeester Ed van Thijn, vanwege de kolossale budgetoverschrijding. En PvdA-fractievoorzitter Annet de Waard klaagde dat zij de andere fractievoorzitters niet meer rechtstreeks kon aankijken, doordat ze niet meer in een vierkant zaten, maar in halve cirkel. De raadsverslaggevers waren wel blij: zij behielden een eigen tafel tussen B&W en de raad. Verslaggever Eelco van der Waals (1995-2005): "Een wethouder wil nog wel eens geluidloos antwoorden op een vraag, met opgestoken handen en een grimas. Dan is een korte blik genoeg. 'De wethouder gebaart dat hij het niet weet', schrijf je dan."
In de jaren negentig (met sinds 1994 Schelto Patijn als burgemeester) waren er nieuwe thema's die de raad beroerden: IJ-oevers en Zuidas, IJburg, GVB-tekorten en Wallencriminaliteit. Van der Waals herinnert zich nog goed dat hij rond 1995 het kleurrijke PvdA-raadslid Annemarie Grewel zag binnenkomen, zichtbaar gehavend nadat ze op de Zeedijk een poging tot straatroof had weerstaan. Triomfantelijk riep ze: "Maar m'n tasje heb ik nog!"

Nieuwelingen

Het waren de hoogtijdagen van de nieuwe stadsdelen - zestien in 1990 -, maar als het ernst werd klopten belanghebbenden toch steeds weer aan bij de gemeenteraad. Nieuwe coryfeeën traden aan, zoals de jonge advocaat Eberhard van der Laan (PvdA), die goed overweg kon met de al even flexibele VVD'ers Ferry Houterman en Frank de Grave. Ook de voormalige Nieuwmarktactivist Auke Bijlsma was een man van gezag. Van der Waals denkt ook met plezier terug aan de immer pijprokende Rick ten Have (D66), Leo Platvoet (GroenLinks) "met zijn ingehouden droogscepsis, die naast zijn raadswerk reisboeken bleek te schrijven" en Hansje Kalt van Amsterdam Anders/De Groenen "met haar charmante verstrooid-gedreven meisjesachtigheid".
Misschien wel de grootste verandering voor de raad was de invoering van het duale stelsel in 2002. Wethouders maken geen deel meer uit van de raadsfracties, waardoor de raad zich onafhankelijker kan opstellen. Bovendien kunnen wethouders uit een bredere kring kandidaten geworven worden. De dagelijkse besluitvorming laat de raad sindsdien aan B&W over. De gemeenteraad bepaalt de hoofdlijnen van het beleid en controleert het college. De raadsvoorzitter wordt niet meer geflankeerd door de gemeentesecretaris, maar door de eigen raadsgriffier mr. Marijke Pe. En die voorzitter is niet meer steeds de burgemeester, die uit het midden naar links is verhuisd. Als hij partij is in het debat geeft hij de leiding over aan de plaatsvangend voorzitter.
Door de komst van wethouders van buiten is het wel voller in de raadszaal en verloren de verslaggevers hun centrale plek. Maar het is er ook rustiger: er wordt steeds minder heen en weer gelopen sinds alle zitplaatsen in 2002 een internetaansluiting kregen en de leden elkaar ter plekke kunnen mailen. Wel is er nu geloop naar een spreekgestoelte, want ze spreken niet meer vanuit hun zetel. Oud-lerares Remine Alberts (SP), de nestor van de raad (sinds 1998), is gematigd positief over de dualisering, al dreigen sommige belangrijke beslissingen zich aan het zicht van de raad te onttrekken.

Uren

Alberts is nu aan haar vierde burgemeester toe. De beminnelijke Patijn was soms wat paniekerig, vindt zij, zeker bij rumoer op de publieke tribune. Job Cohen was al wat meer ontspannen en Eberhard van der Laan wist ronduit meesterlijk met humor de raad in het gareel te houden. Minder goede herinneringen bewaart zij aan VVD-wethouder Geert Dales, de man die in 2002 de Noord/Zuidlijn door de raad sleepte. "Hij reageerde heel onaangenaam op oppositie, blafte je echt af zonder op argumenten in te gaan." Tegenwoordig is de sfeer weer veel minder gepolariseerd. "Ik beoordeel een motie graag op de inhoud, niet op de indiener. Het komt er toch op aan meerderheden te creëren, nietwaar?"
De vergadertijd is er intussen niet korter op geworden: 99 uur in 2008, bijna 150 uur in 2016. Vreemd genoeg becijferde de gemeentelijke dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek in 2011 dat het gemiddelde lid nog slechts 26 uur per week aan raadswerk besteedde, tegen 46 uur 25 jaar eerder - al werden toen de wethouders meegerekend. Het lijkt erop dat de raadsleden tegenwoordig veel minder dan vroeger de buurten intrekken. En tegelijk is de publieke tribune maar al te vaak bijna leeg.

UITVOERIGERE HERINNERINGEN VAN RAADSVERSLAGGEVER EELCO VAN DER WAAL VINDT U OP ONZE WEBSITE WWW.ONSAMSTERDAM.NL: 'HERINNERINGEN RAADSVERSLAGGEVER'.

Delen:

Jaargang:
2018 70

Gerelateerd

A.L. Snijders’ jonge jaren in Amsterdam
A.L. Snijders’ jonge jaren in Amsterdam
Markante Amsterdammers 14 november 2018
250 jaar hotel Stad Elberfeld
250 jaar hotel Stad Elberfeld
Verhaal 14 november 2018
De man die de Jeruzalemkerk bouwde: dominee Piet le Roy
De man die de Jeruzalemkerk bouwde: dominee Piet le Roy
Verhaal 14 november 2018