Een bruiloft en een schietpartij. De RAF in Nederland

Donderdag 10 november 1977 is de trouwdag van Ruud Neering uit Badhoevedorp. Diezelfde avond maakt de Amsterdamse politie zich op voor een inval in een flat in Osdorp, waar zich twee RAF-terroristen zouden ophouden.  

Volgens de weerkundigen is 10 november 1977 een van de warmste novemberdagen in de geschiedenis. Ruud Neering uit Badhoevedorp trouwt op die dag met Lucy. ’s Avonds geven zij hun feest bij Vink en Boer op Sloten, het zaaltje van de Nederlands-hervormde Sloterkerk. ‘Daar had je niet de poespas van bediening en zo,’ vertelt Ruud. ‘Ik had toen geen cent. Je huurde de ruimte en de rest verzorgde je zelf. Ik had mijn platenspeler mee en mijn rock-’n-rollplaten. Met wat planken en een doek improviseerde je een bar in elkaar.’ Ruuds vriend Toon Dekker zorgt voor de koffie, drank en bitterballen. 

Dekker drinkt later die avond zijn biertjes tussen de feestgangers. ‘Tegen elven vond ik dat het tijd werd om naar huis te gaan. Misschien dat ik de volgende dag moest werken. Ik ging mijn auto zoeken, een groene Opel Rekord. Die had ik voor de kerk geparkeerd.’  

Safe house 
Amper één kilometer verderop beleven twee andere jongeren een heel andere donderdagavond. Duitsers zijn het, lid van de RAF, de Rote Armee Fraktion. Christof Wackernagel is 26 jaar, hetzelfde geboortejaar als Ruud. Hij heeft gewerkt als acteur. Gert Schneider is twee jaar ouder. In november 1977 stuurt de organisatie ze naar Amsterdam, naar een appartement aan de Baden Powellweg 217 in Nieuw-West dat de RAF ongeveer een jaar eerder is gaan huren.  

Het bevindt zich in een flat die door iedereen het ‘Famous Artists-gebouw’ wordt genoemd, naar het Amerikaanse bedrijf dat tekencursussen organiseert en op de begane grond zijn Europees hoofdkantoor heeft. Op papier is het appartement vanaf december 1976 verhuurd aan Otto Fehr, een Zwitserse fotograaf. Een keurige man, zal de buurvrouw later verklaren. Hij zet altijd netjes op tijd de vuilnis buiten. Wel is hij vaak en langdurig afwezig en dan zijn er soms andere mensen in zijn flat, van wie zij denkt dat het fotomodellen zijn.  

Tot eind oktober 1977 trekt het appartement en zijn huurder niemands aandacht. Dan wordt in Amsterdam de zakenman Maup Caransa ontvoerd. Een van de tips die de politie over de ontvoering binnenkrijgt, wijst naar het appartement aan de Baden Powellweg. De politie besluit de flat te observeren. Vanaf 30 oktober zit er een politieagent in een woning aan de Klaas Katerstraat. Ook wordt de telefoon afgeluisterd.  

Op 2 november komt Caransa vrij. Toch houdt de politie de flat onder observatie, want intussen is het vermoeden gerezen dat deze weliswaar niets met de Caransa-zaak te maken heeft, maar mogelijk een safe house is voor leden van de RAF. De identiteit van de huurder klopt in elk geval niet: fotograaf Otto Fehr bestaat niet.  

Dood in de kofferbak 
In 1977 zitten Andreas Baader, Ulrike Meinhof en andere kopstukken van de Rote Armee Fraktion in de gevangenis. Toch brengt de groep in dat jaar een tweede golf van gewelddaden op zijn naam. Officier van Justitie Buback en bankdirecteur Ponto worden vermoord. In september ontvoert de RAF topindustrieel Hans-Martin Schleyer. De jacht op de ontvoerders strekt zich uit tot Nederland.  

Eind september zijn er in Den Haag en Utrecht schietpartijen bij autoverhuurbedrijven tussen Nederlandse politiemensen en vermeende RAF-leden. In Den Haag raakt een politieman gewond, bij de schietpartij in Utrecht komt een brigadier door geweervuur om het leven en raakt een andere agent zwaargewond. Daar wordt een van de autohuurders gearresteerd, Knut Folkerts, een lid van de RAF.  

Harde aanwijzingen over de verblijfplaats van Schleyer en zijn ontvoerders levert zijn arrestatie niet op. Achteraf is vast komen te staan dat Schleyer in de tweede helft van september in Nederland is geweest, maar ook dat zijn ontvoerders hem na de schietpartij in Den Haag eerst naar Brussel en later naar andere plaatsen hebben overgebracht. Op 18 oktober 1977 wordt het lijk van Schleyer aangetroffen in het Franse Mulhouse, in de kofferbak van een groene Audi 100.  

Beeld: Arrestatie na de schietpartij op de hoek Pieter Calandlaan en Domela Nieuwenhuisstraat. Rob Bogaerts Anefo, Nationaal Archief.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right

De jacht op de RAF-daders gaat door. Om die reden blijft de politie het appartement aan de Baden Powellweg in het oog houden. De locatie, nabij snelwegen en vlak bij luchthaven Schiphol, is volgens de politie handig voor een internationaal opererende terreurgroep. Toch levert de voortdurende observatie in de eerste dagen van november niets op. Dat verandert op donderdag 10 november, de trouwdag van Ruud Neering.  

Ein Moment, bitte 
Om zes uur in de avond, het moment dat Toon Dekker in Vink en Boer de soep uitserveert, belt agent Frank Hanekamp naar de afdeling ‘Overvallen, terreurbestrijding en gijzelingen’ van het hoofdbureau van politie. Hij heeft op de galerij aan de overkant beweging gezien, een man is het appartement binnengegaan. Hoofdinspecteur Hoegee besluit tot ingrijpen. Hij stuurt negen agenten naar de Baden Powellweg. Onder leiding van brigadier Van Hoogen moeten zij in eigen auto’s en in burgerkleding op weg gaan, karabijnen en kogelvrije vesten bij de hand, en de man arresteren. 

De eenheid gaat op weg, maar niet rechtstreeks: eerst wordt in de Binnen Bantammerstraat een borrel gedronken. Om half negen ‘s avonds zijn de mannen in Nieuw-West. Daar gebeurt niets, totdat agent Hanekamp om half elf meldt dat een tweede man het appartement is binnengegaan. De politiemensen wachten af. Om elf uur meldt Hanekamp dat de twee de flat verlaten. Ze zijn te voet, Hanekamp verliest hen uit het oog. De agenten rijden rond in hun auto’s en zien al gauw twee mensen in de telefooncel aan het begin van de Pieter Calandlaan, ter hoogte van de Domela Nieuwenhuisstraat. Zijn dit de gezochte mannen? Om duidelijkheid te krijgen stuurt brigadier Van Hoogen agent Pieter Zoet naar de telefooncel.  

Als Zoet bij de cel komt, kiest hij voor de rol van ongeduldige beller. Even trekt hij de deur van de cel open, waar de twee mannen nog steeds in staan, en vraagt: ‘Duurt het nog lang? Ik moet een dokter bellen.’ Het antwoord geeft uitsluitsel: ‘Ein Moment, bitte,’ zegt een van de twee. Zoet weet genoeg. Hij trekt zich terug en keert even later samen met Van Hoogen en agent Joop Serno terug bij de cel. De drie dragen hun kogelvrije vesten en karabijnen. ‘Hände hoch,’ roept Van Hoogen.  

Prima Duits, maar zijn bevel wordt niet opgevolgd. Een schietpartij volgt. Van Hoogen en Serno raken gewond, ook de twee Duitsers zijn getroffen. Ze kruipen de cel uit, terwijl de agenten zich terugtrekken om bij te laden. Een van de Duitsers gooit een handgranaat. Zoet raakt ernstig gewond. Intussen zijn de zes andere agenten aan komen rennen. Zij rekenen de twee Duitsers in. Het is nog maar even over elf uur. Vijftig schoten zijn gelost, twee vermeende terroristen zijn gewond en gearresteerd, drie agenten zijn gewond. 

Alcoholcontrole 
In de buurt is inmiddels grote paniek ontstaan. Mensen die hun huizen uitkomen krijgen te horen dat ze terug naar binnen moeten. ‘Ze gooien met handgranaten,’ schreeuwen de agenten hen toe. ‘Lichten uit en bij de ramen weg blijven.’ Onmiddellijk na de schietpartij stuurt de Amsterdamse politie meer dan de helft van alle op dat moment ingezette surveillancewagens naar Osdorp. De wijk wordt geheel afgegrendeld. De omgeving van de Pieter Calandlaan wordt in het licht van schijnwerpers gezet en afgezocht op onontplofte granaten, kogels en hulzen. De politie durft het appartement niet binnen te gaan voordat experts het op explosieven hebben onderzocht. Ook houdt de politie rekening met de mogelijkheid dat er nog andere RAF-leden in de buurt zijn.  

Rond elf uur heeft Toon Dekker op het kerkplein zijn Opel Rekord gevonden: ‘Dat viel nog niet mee, ik lazerde twee keer de ligusterhaag in.’ Het ritje van Sloten naar huis, naar Oud-Osdorp, heeft Toon vaak genoeg gemaakt om het ook die avond aan te durven. ‘Ik had aardig wat op, maar je ging in die tijd gerust rijden met een slok op. Je paste alleen op voor controles.’ 

Ineens is er overal blauw licht. Toon weet onmiddellijk wat er aan de hand: ‘Controle, dacht ik. Zo veel politie had ik niet eerder bij elkaar gezien, maar ik wist meteen wat ik moest doen. Ik stuurde mijn auto het gras naast de weg op. Ik vond dat ik het slim aanpakte. Zij hielden alcoholcontrole maar ik stond hier netjes geparkeerd, ik nam niet deel aan het verkeer, dus ik zat goed. Dat dacht ik en ik wachtte rustig af tot zich een politieagent aan mijn raampje zou melden.’ 

Tot zijn verbazing toont de politie geen interesse in hem. Als na een kwartier nog geen politieman of -vrouw zich bij zijn auto heeft gemeld, start hij voorzichtig de Opel Rekord, stuurt hem de rijweg op en rijdt met een kalm gangetje naar huis. Wanneer Toon de volgende ochtend het radionieuws hoort, realiseert hij zich wat er de vorige avond is gebeurd.  

De gevolgen van de tiende november bleven voor Toon Dekker beperkt tot een lichte kater. Zijn vriend Ruud Neering hield aan de dag een huwelijk over, dat later weer ontbonden zou worden.  

De twee jonge Duitsers zaten na hun arrestatie bijna een jaar in Nederland in verzekerde bewaring. Daarna volgde overdracht aan de Duitse justitie en een veroordeling tot vijftien jaar gevangenisstraf. Ze kwamen in 1987 vervroegd vrij. Gert Schneider ging in de filmhandel, Wackernagel pakte zijn acteursloopbaan op. Agent Herman van Hoogen, die hem had destijds gearresteerd had, had voor Wackernagels vervroegde vrijlating gepleit. 

Delen:

Buurten:
Nieuw-West
Editie:
Juni
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1950-2000