Droombaan in de dierentuin: ARTIS-fotografen

In Artis worden ondenkbaar veel foto’s gemaakt, door bezoekers, en door professionele fotografen. Dat heeft een hele lange traditie. 

Fred Nordheim is een geluksvogel. Al op zijn vijftiende kon hij van spaargeld een eenvoudige Zeiss Nettar-camera kopen. Hij begon er dadelijk mee te fotograferen. Voor zijn zestiende verjaardag kreeg hij een boek waarvan vooral de foto’s hem fascineerden. Die zouden zijn leven voor een belangrijk deel beïnvloeden, vertelt hij. ‘Dat boek, Het Vogeljaar van Jac. P. Thijsse, stond vol met fraaie vogelfoto’s. Ik dacht meteen: dat wil ik ook doen, ik wil fotograaf worden en het liefst in Artis.’  

Dat duurde nog even. Freds fotografenloopbaan begon in een heel andere omgeving. Hij werd leerling-fotograaf bij een bureau dat trouwreportages verzorgde. Geen formele leerschool, maar een praktijkopleiding. Eerst ‘meelopen’ met de vrouwelijke eigenaar. Nordheim: ‘Ik leerde er de kneepjes van het vak, fotograferen, maar minstens zo belangrijk: ontwikkelen en afdrukken.’  

De zeventienjarige deed het goed genoeg en wist de twee belangrijke momenten die een trouwdag kunnen laten mislukken – de opname en het ontwikkelen van de foto – steeds succesvol af te ronden. Hij bleef echter dromen, en zo nu en dan solliciteren bij Artis. Het antwoord was steeds: ‘Er is geen plaats.’ 

Na zijn diensttijd en een paar korte baantjes lukte het eindelijk om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek, met Artisdirecteur E.F. Jacobi en de ‘zittende’ fotograaf, Jo Bokma. Fred liet zijn portofolio zien. De directeur knikte instemmend, Bokma ook. Fred kon het niet geloven.  

Primitieve flitsinstallatie 

Toen de wandel- en dierentuin van de vereniging Artis Natura Magistra in 1838 voor de leden werd geopend verkeerde de fotografie nog in een zeer vroeg stadium van ontwikkeling en was nog lang niet voor iedereen beschikbaar. Waarschijnlijk is de eerste foto van Artis rond 1851 gemaakt door de Amsterdamse fotograaf W.F. Deutmann. Zijn foto werd geëxposeerd op de tentoonstelling Photographie en Heliographie die in 1855 in het gebouw van Arti et Amicitiae in Amsterdam werd gehouden. Volgens een beschrijving van de tentoonstelling betrof het: ‘eene negatief op collodion van de buitenkooi van het apenhuis met rechts een volière voor hoenders’. Het is een fraaie sepiakleurige afbeelding met een kleine verrassing. Achter een boom is nog net een deel van een bezoeker met een ‘hoge zijden hoed’ te zien. Verschool die zich achter de boom, of is het toeval dat hij als enige bezoeker zichtbaar is?

Stadsarchief Amsterdam/J.E. Rombouts

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right

Dertig jaar later, in 1888 verbaasde fotografie-pionier Johannes E. Rombouts het publiek. Hij slaagde er met hulp van een primitieve flitsinstallatie in om een in het nieuwe Aquariumgebouw zwemmende snoek te fotograferen. Het was dezelfde Rombouts die rond 1895 een foto maakte van de man die moet worden beschouwd als de eerste nog-niet-officiële huisfotograaf van Artis: Paul L. Steenhuizen.

Steenhuizen was tussen 1891-1927 als preparateur, opzetter van dieren, in dienst van Artis. Naast zijn formele werkzaamheden was hij een actieve amateurfotograaf en goed bevriend met twee grote natuurbeschermers: Eli Heimans en Jac. P. Thijsse. Aan het begin van zijn fotografische carrière werd hij bij zijn opnames nog beperkt door de lange sluitertijd die nodig was om een goede foto te maken. Een te fotograferen object moest volmaakt stilzitten, stilstaan of stil zijn. Dat maakte het fotograferen van beweeglijke dieren in Artis en daarbuiten onmogelijk. Steenhuizen loste het probleem op door eenvoudig de dieren te fotograferen die hij eerst in zijn atelier in Artis zelf had opgezet.

Zilvermeeuw op het nest

Sommige foto’s van Steenhuizen werden gepubliceerd in het destijds bekende tijdschrift De Levende Natuur. De eerste keer gebeurde dat in 1897, toen hij een foto van een groepje (opgezette) vogels maakte. Het werd de eerste in een tijdschrift gepubliceerde vogelfoto in de Nederlandse fotogeschiedenis.

De techniek werd beter en beter en de vaardigheid van Steenhuizen nam toe. Hij hoefde zich niet langer tot opgezette dieren te beperken. Het lukte hem om met zijn loodzware houten camera en een kistje met glazen fotoplaten ook buitenopnamen te maken. Tijdens een wandeltocht in de Wimmenumse duinen die hij in 1896 met Thijsse en een andere natuurvriend, fotografeerde hij een jonge zilvermeeuw op het nest.

Bij thuiskomst werd de glasplaatfoto dadelijk ontwikkeld. Het bleek dat de opname deels was mislukt, de foto was niet heel scherp. Toch werd de afbeelding opgenomen in het boekje In de Duinen, een deel uit de serie populaire natuurboekjes van Heimans en Thijsse. Voor zover bekend is deze opname de eerste ‘in het wild gefotografeerde vogel’ die in Nederland werd gepubliceerd.

Na 1910 besloot Steenhuizen om zich meer te concentreren op het preparen van dieren. Zijn opvolger, A.J.W. de Veer, werd de eerste officiële huisfotograaf van Artis.

De Veer was een beroepsfotograaf. Door voor hem te kiezen gaf Artis aan dat de dierentuin het toenemende belang van het (foto)beeld goed wisten in te schatten. De Veer had ervaring opgedaan met het vastleggen van topografische onderwerpen, stads- en dorpsgezichten. Zijn foto’s werden rondom de eeuwwisseling op grote schaal uitgebracht als populaire prentbriefkaarten.

Hij kwam in 1915 bij Artis in beeld, toen directeur Dr. C. Kerbert zijn 25-jarig ambtsjubileum vierde. De directeur kreeg – als dank voor de gelegenheid die Artis bood om naar de levende natuur te tekenen – een portefeuille aangeboden met tekeningen, prenten en foto's van hoogleraren, kunstenaars en studenten van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. Deze bevatte twee foto’s van een zebra die door De Veer waren gemaakt. Zeven jaar later, in 1922, werd hij betrokken bij een belangrijke publicatie: het tweedelige door dr. A.F.J. Portielje en S. Abrahams samengestelde Artis-boek.

Kleurrijk communicatiemiddel

Na het overlijden van De Veer duurde het tot in de jaren vijftig voordat er weer een Artis-fotograaf kon worden aangesteld: Jo Bokma. Bokma kon bogen op een glanzende carrière als fotojournalist toen hij in 1954 werd gevraagd om in Artis te gaan werken. Hij zou er tot zijn pensioen, eind jaren zeventig, blijven en zich ontwikkelen tot een beeldbepalende Artis-fotograaf.

Zijn belangrijkste verdienste bestaat waarschijnlijk uit zijn rol als mede-initiatiefnemer van het fameuze Artis-tijdschrift. Het verscheen voor het eerst in 1955 en fungeert nog altijd als kleurrijk communicatiemiddel voor de dierentuin. In 1960 kwam Pim Westerweel in dienst, een ervaren fotograaf en filmer. Na een diensttijd van tien jaar koos hij voor freelance activiteiten buiten Artis.

De vacature werd ingevuld door Fred Nordheim: ‘Letterlijk een droombaan. Ik had er jaren van gedroomd en al ettelijke keren gevraagd of een vacature beschikbaar was.' Nordheim bleef 35 jaar in dienst, en werd zo de langst dienende Artis-fotograaf. ‘Een favoriete Artis-foto zou ik niet kunnen aanwijzen,’ lacht hij.

Dat lijkt inderdaad lastig. Vast staat dat Nordheims foto’s zijn gebruikt voor Artis-affiches en boekomslagen en zijn opgenomen in boeken, tijdschriften en vooral het Artis-tijdschrift. Bij zijn vertrek in 2005 werd hij met lof uitgezwaaid. Daarmee kwam een eind aan de analoge fotografietraditie die met Steenhuizen was begonnen. Voortaan wordt het leven in Artis vastgelegd in digitale foto’s van professionele Artis-fotografen. 

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Editie:
September
Jaargang:
Tijdperk:
1800-1900 1900-1950
Rubriek:
Verhaal

Gerelateerd

Het Groote Museum van Artis
Het Groote Museum van Artis
Verhaal 1 september 2022