Doe niet ingewikkeld

 

 

Voor de tweeluik Terug naar de Akbarstraat, die Gulsah Dogan en ik samen maakten, liep ik vorig jaar met jongerenwerker en sportschoolhouder Saïd Bensellam door de Kolenkitbuurt. Op het Jan van Schaffelaarplantsoen werd in hoog tempo een appartementencomplex opgetrokken dat Rhapsody heet. Saïd vond het een soort resort in een badplaats aan zee en ook ik stak niet onder stoelen of banken dat het woongebouw mij niet kon behagen. Architectuurcriticus Simon Franke vroeg zich onlangs af waarom in een arme stedelijke vernieuwingsbuurt de ontwerpers zo duidelijk laten zien dat mensen die een hoge huur betalen ook in een mooier en rijker gebouw wonen (hier met een fraaie, opgehoogde buitenruimte). Bevordert dat integratie?

Dat is de kernvraag. Rhapsody miste op een haar na de Amsterdamse Architectuur Prijs. Ik viel bijna van mijn stoel, toen ik dit in de krant las. Ja, het lijkt of alles uit de kast is gehaald om een verbinding tussen Rhapsody en de buurt te leggen. Te midden van de hoge appartementenflats staat – weliswaar onzichtbaar vanaf de straat – een kas voor ontmoetingen van bewoners en er zijn vier woningen voor buurtvaders met hun gezinnen en een logeerkamer voor gasten van mensen uit de buurt. Maar het denken over de functies en de toegevoegde waarde van Rhapsody heeft zich anders voltrokken, vermoed ik.

Is er eerst uitvoerig met buurtbewoners gesproken? Is geïnventariseerd welke voorzieningen ontbreken? Zoiets kost tijd, omdat mensen uit de buurt in groepen uitvoerig worden gehoord over hun dagelijkse leven en wensen. Een architect vertelde me eens dat hij het meest geleerd had van het ontwerpproces van een appartementenflat toen hij een tijdelijk kantoor had geopend in de buurt waar de flat voorzien was. Iedereen kwam binnenlopen en deed nuttige suggesties.

Bij Rhapsody lijkt het andersom te zijn gegaan: dat pas aan het eind van het ontwerpproces nog sociale functies toegevoegd zijn. Al twintig jaar kom ik in de Kolenkitbuurt en heb ik vele gesprekken met de bewoners gevoerd. Dít hoor ik al die tijd: waarom zitten buurtagent, opbouwwerk, maatschappelijk werk en iemand van de ziekenkostenverzekeraars niet bij elkaar in één kantoor midden in de buurt. Veel bewoners raken de weg kwijt op internet en moeten eindeloos wachten aan de telefoon. Waarom is er geen sociale balie – een ombudsbureau – voor alle prangende vragen?

Bij een andere methode van ontwerpen was zo’n centrale plek er gekomen en was Rhapsody een voorbeeld geworden van architectuur die de sociale cohesie in een buurt zichtbaar versterkt. En als je in de Kolenkitbuurt namen al een rol wil laten spelen, zorg dan dat bewoners zich erin herkennen. Doe niet ingewikkeld en noem het gebouw gewoon de Van Schaffelaar…

 

Felix Rottenberg 

Maartnummer 2020

Delen:

Buurten:
West
Editie:
Maart
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Column
Tijdperk:
Vanaf 2000