Kristallen karaffen en keurige conversatie: Dineren aan de gracht

Vrijwel alle grote grachtenhuizen waren in de 18de en 19de eeuw verbouwd om gasten in een passende ambiance te onthalen. Voor de deftige diners werd letterlijk alles uit de kast gehaald. 

Bankier Balthasar Heldring en zijn vrouw Olga Sillem woonden sinds 1876 op Keizersgracht 649. Ze hadden in de stad een aantal goede kennissen, ‘deftige lieden’ met wie ze ‘op visitevoet stonden’. Dat betekende dat zij die kennissen eens per seizoen uitnodigden voor een diner van zo’n twintig personen, en dat zij door die ‘lieden’ op hun beurt werden uitgenodigd.  

Hun zoon Ernst moest als jongeman af en toe mee. Hij had er een hekel aan: ‘Het uitgaan in de Amsterdamsche wereld (…) trok mij niet; ik vond de menschen stijf en bekrompen en mijzelf niet op mijn gemak op de vervelende diners en danspartijen. (…) Welke jongelui van mijn leeftijd in dat uitgaan genoegen schepten, weet ik niet. Ik herinner mij niet, op die diners iemand van mijn jaren ontmoet te hebben.’  

In de jaren dat Ernst Heldring opgroeide, het laatst kwart van de 19de eeuw, waren zulke formele diners echter essentiële evenementen in het leven van de elite. Ze waren de gelegenheid bij uitstek voor Amsterdammers uit de beste kringen om zichzelf en hun huizen te laten zien. Stijf zullen ze zeker zijn geweest: de ontvangsten verliepen volgens een gecompliceerd protocol, een verre afspiegeling van het leven aan het Franse hof in de 18de eeuw. Vrijwel alle grote grachtenhuizen waren er in de 18de en 19de eeuw voor verbouwd, soms bijzonder grandioos, zodat gasten in een passende ambiance konden worden onthaald.  

Zilveren kandelaars 

In een ideale situatie beschikte een grachtenhuis over een ontvangstkamer of ‘antichambre’, liefst aan de voorzijde, die door openslaande deuren of ‘porte brisée’ toegang gaf tot een grote eetzaal. In ‘dubbele’ grachtenhuizen kon die eetzaal ook aan de voorzijde van het huis liggen, een tweede paar deuren gaf dan toegang tot de grote zaal of salon aan de achterkant van het huis. In smallere huizen was dat niet mogelijk; daar lagen de eetkamer en de ontvangstkamer in elkaars verlengde in het voorhuis.  

Die rangschikking van kamers ‘en suite’ was afgeleid van grote Franse paleizen, en de Franse invloed strekte zich verder uit in het dekken van de tafel, de volgorde van opdienen en de serviezen waarin de gerechten moesten worden geserveerd.  

In de roman De Klop op de Deur schrijft Ina Boudier-Bakker: ‘In het duffe donkere grachtenhuis kwam voor een diner al het familie-zilver, het oud damast, het antiek porcelein, het vergeeld kristal uit de kasten.’ Zo was het: voor de deftige gasten haalde men letterlijk alles tevoorschijn, stapels borden van verschillend formaat, schalen, sauskommen, schotels, terrines, juskommen, peper- en zoutstrooiers, olie- en azijnstellen, kristallen karaffen, zilveren kandelaars, messenleggers, servetringen, enzovoorts.  

Soms lag er naast de eetzaal een aparte dien- of dessertkamer, waar de maaltijd werd klaargemaakt voor het opdienen, en waar de grotere onderdelen van de serviezen werden bewaard. Omdat er lang niet altijd plaats was voor zo’n dienkamer kregen de eetkamers vaak grote pronkbuffetten waarin kostbaar porselein, zilver en kristal zichtbaar werd uitgestald. 

 

Verder lezen? Dat kan in het decembernummer. Abonnees ontvangen dit nummer van Ons Amsterdam omstreeks 2 december in de brievenbus! Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je vóór vrijdag 2 december 23:59 aan dan ontvang ook jij dit nummer thuis.

Ja graag! Arrow right

 

Delen:

Buurten:
Centrum
Editie:
December
Jaargang:
Rubriek:
Tijdperk:
1800-1900

Gerelateerd

E&A Scheer: Sterk in drank
E&A Scheer: Sterk in drank
Voorproefje 14 november 2022
Tot op de minuut: Stadsklokkenmaker Addicks
Tot op de minuut: Stadsklokkenmaker Addicks
Voorproefje 9 november 2022