Derde hoektoren ‘Kolkkasteel’ opgegraven

Is er wel een vierde toren?

Dat stadsarcheoloog Jan Baart in 1994 een dikke oude muur, opgegraven bij de Nieuwezijds Kolk, meteen aanmerkte als restant van het kasteel van de heren van Aemstel, vond menig historicus op z’n minst voorbarig. Was het niet gewoon een verdedigingsmuurtje of zo? De recente opgraving van een derde hoektoren, gecombineerd met eerder radaronderzoek, maken Baarts veronderstelling echter weer een stukje waarschijnlijker. Al blijven er veel vragen.

Vanuit een soort feesttent op de grote binnenplaats achter proeflokaal De Wildeman in de Kolksteeg, daalde Guido Frankfurther, wethouder van stadsdeel Centrum, op 22 november glunderend een wiebelende ladder af tot vijf meter onder het straatniveau. In zijn stadsdeel immers was weer een indrukwekkende ontdekking gedaan, op vijf meter diepte onder de vloer van de huizen Dirk van Hasseltssteeg 6-8. Onder fel lamplicht was daar het fundament van wéér een hoektoren te zien en een deel van de daarop aansluitende zuidmuur van wat in ieder geval het oudste stenen bouwwerk van Amsterdam is. Het bestaan daarvan kwam negen jaar geleden (letterlijk) aan het licht.

Groot was op 18 februari 1994 de verrassing van stadsarcheoloog Baart en zijn medewerkers, toen zij op een terrein aan de Nieuwezijds Kolk, waar een parkeergarage moest komen, drie meter onder NAP grote gele en rode kloostermoppen blootlegden. Eigenlijk waren zij op zoek naar de noordgrens van de 13de-eeuwse nederzetting, waarvan in 1979 enige huizen waren opgegraven op de Nieuwendijk. Verder gravend, zagen ze dat die grote stenen deel uitmaakten van de fundamenten van een indrukwekkende brede muur, die in de maanden die volgden over een lengte van vijftien meter kon worden blootgelegd. Op 14 maart 1994 kwamen bijna tienduizend Nederlanders zich eraan vergapen.

De media-aandacht voor de vondst was des te groter door de duiding die Jan Baart eraan gaf: dit móest wel het kasteel van de heren van Aemstel zijn. Door Vondels toneelstuk Gijsbreght van Aemstel (1638) zijn die heren in ons nationale geheugen gegrift, ook al wordt dat stuk zelden meer opgevoerd en al ging Vondel wel heel vrijmoedig met de historische feiten om. Die heren van Aemstel waren in de 12de en 13de eeuw regionale leenheren, die dán weer de graven van Holland dienden, en dán weer de bisschoppen van Utrecht.

Maar er is een kleine complicatie. Het staat wel vast dat de eerste heren van Aemstel niet in Amsterdam woonden, maar in Ouderkerk aan de Amstel, want in 1100 was ‘Amsterdam’ nog een moeras en in Ouderkerk stond ook de eerste kerk van Amstelland. En daar, op wat nu de joodse begraafplaats is, stond ook onomstreden het versterkte familiehuis (een soort hoeve), die in 1204 door de Kennemer boeren werd verwoest. Maar wat gebeurde er daarna? Had Vondel gelijk toen hij, op grond van de overlevering, de in 1304 ontmantelde versterking in Amsterdam dacht? De verwetenschappelijking van de geschiedschrijving zorgde voor toenemende twijfel. Geschiedenishoogleraar Hajo Brugmans stelde al in 1910 vast dat de oudste schriftelijke bronnen die daarvóór pleiten, van na 1500 dateerden. Dus kon het niet kloppen. Tot 1994 gingen alle historici ervan uit dat hij gelijk had.

Niet, dus, riep Jan Baart. Zie je wel, de oude traditie klopt tóch: dit kan alleen maar het ‘Kasteel van Aemstel’ zijn! In zijn enthousiasme dateerde hij, op basis van aardewerkvondsten in de nabijheid, de muur op begin 13de eeuw. Dendrochrologische onderzoek (dus naar de ouderdom van het hout) van de scheepswanden die als fundering voor de muur dienden, wees echter uit dat die funderingen waarschijnlijk van het eind van die eeuw dateerden, van omstreeks 1280 of wat later. En juist in die jaren zat Gijsbrecht een tijdje wegens weerspannigheid in de kerkers van graaf Floris V, sarden universitaire kenners van middeleeuwse oorkonden die zich al langer ergerden aan die luidruchtige ‘modderschepper’ Baart. Kon Gijsbrecht dit wel gebouwd hebben? En was het wel een echt kasteel? Of gewoon een verdedigingsmuurtje, gebouwd door graaf Floris? Of een stuk brug? Of een poortgebouw of zo?

Minder oud, maar wél een burcht

Eén ding staat nu wel vast: het was wel degelijk een soort burcht. In 1994 werd al de eerste (noordwestelijke) hoektoren blootgelegd. Toen in 1999 kon worden gegraven onder het winkelpand Nieuwendijk 136, werden daar de fundamenten van de hele noordmuur opgegraven, inclusief een nóg grotere (noordoostelijke) hoektoren die de overgang vormde naar de oostmuur, parallel aan de Nieuwendijk. En eind 2002 werd de voet van de zuidwestelijke toren blootgelegd, plus een klein stukje van de zuidmuur, onder de panden Dirk van Hasseltssteeg 2-6. Als je de die drie hoektorens kent, mag je aannemen dat het een min of meer vierkant complex van zo’n 20 bij 25 meter was.

Maar of op de vierde hoek óók een toren stond, dat is inmiddels sterk de vraag, bekent dr. Jerzy Gawronski, die begin dit jaar Jan Baart afloste als hoofd van de stedelijke archeologen. In 1996, vertelt Gawronski, werd ook radar-onderzoek verricht op plekken waar nog niet kon worden gegraven, zoals de winkels op de Nieuwendijk en de ongesloopte huizen in de Dirk van Hasseltssteeg. Met een soort ‘stofzuigers’ die radarstralen uitzonden werd in rechte lijnen de ondergrond doorzocht. Als de meter uitsloeg, was dat een teken dat zich daaronder iets steenachtigs bevond.

De recentste opgravingen geven aan dat de radar gelijk had, al kan het gesignaleerde gevaarte ook weleens 20ste-eeuws beton betreffen. Maar het bleek óók dat op de plek waar de vierde hoektoren werd verwacht (op de hoek van de Nieuwendijk en de Dirk van Hasselsteeg) volgens de radar de veengrond niet verstoord is: daar ligt niks! Inmiddels hebben de onderzoekers wel een vermoeden hoe dat komt. Juist op die plek maakt de Nieuwendijk een lichte knik. Als je de lijn van de dijk ten zuiden van de steeg noordwaarts doortrekt, loopt die enigszins naar die hoek toe. Misschien was die hoek van de burcht dus wel een beetje afgerond of ‘afgeschuind’ en sloot daar de dijk aan op de ingang van het complex!

Interessant is dat bij deze laatste opgraving ook voor het eerst een paar vierkante meter binnenplaats van het complex kon worden onderzocht. Daar kon nog wat beter dan voorheen worden bekeken hoe het gebouw was gefundeerd. Eerst werden op de drassige met riet begroeide oeverwal van de Amstel hele stukken van scheepswanden en dikke eiken balken neergelegd. De gaten in de zo gemaakte bouwvloer werden opgevuld met kloostermoppen (grote bakstenen) en zand. Daarop werden de muren gemetseld.

Binnen de muur werd het terrein verhoogd met een pakket van kleizoden. Dat werd het loopvlak voor de soldaten in de burcht. Want een burcht, dat was het zeker, zegt stadsarcheoloog Gawronski nu zelfverzekerd. Of het ook een echt kasteel mag heten, hangt af van de vraag of er op het binnenterrein ook een woontoren stond. Radaronderzoek geeft daar wel aanwijzingen voor, maar zeker weten we dat pas als er echt gegraven kan worden onder de winkelpanden 134-144 op de Nieuwendijk, en dáárover wordt nog druk onderhandeld tussen de gemeente en de eigenaren.

Tekst: Peter-Paul de Baar
Foto: Doriann Kransberg/Stadsarchief
Januari 2003

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Archeologie
Editie:
Januari
Jaargang:
2003 55
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1500-1600 1600-1700 Vanaf 2000