De Vaste route van Thomas Rosenboom

Hij kan pas stilzitten als hij eerst bewogen heeft. En dus begint Thomas Rosenboom zijn dag altijd met een wandeling langs het IJ, alvorens hij zich aan het schrijven zet. Hij woont aan de Egelantiersgracht, maar het loopje via de Prinsengracht, Lekkeresluis, Korte Prinsengracht en Westerdokskade, dat doet er eigenlijk niet toe. “Ik wil naar dat water, daar gaat het mij om.”

 

Rosenboom houdt de spanning erin en doet er het liefst het zwijgen toe totdat we bij het echte startpunt zijn aangekomen. Als we op de Westerdokskade hoek Westerdoksdijk met onze rug naar de binnenstad staan, is het moment suprême aangebroken: voor ons ontvouwt zich de grijze weidsheid van het IJ. “Ik heb altijd een gevoel van bevrijding hier. Dit is de enige manier om echt de stad uit te lopen; eigenlijk is dit de achterkant van Amsterdam. Wat je hier ziet, zou ook Rotterdam kunnen zijn, of Dordrecht, niets met grachtjes en historische grachtenpanden. Dit is gewoon on-Amsterdams.” En omdat hij geen Amsterdammer van geboorte is en ook niet echt van Amsterdam houdt, vindt hij het heerlijk om hier even aan die stad te ontsnappen.

“Ik woon hier al zo’n jaar of dertig, vijfendertig, maar ik ben een provinciaal en ik weet dat echte Amsterdammers niet zo van provincialen houden. Van de weeromstuit denk je dan: dan hoef ik ook niet van Amsterdammers te houden. Ik vind Amsterdam een prachtige stad, maar ik heb er geen warme band mee.” Hij grinnikt. “Als Ajax voetbalt, hoeven ze van mij niet te winnen. Liefst een provinciale ploeg. AZ. Of PSV. Jawel!”

 

Sprookjeskasteel

Het open zicht op de overkant is nu deels ingevuld door het nieuwe Paleis van Justitie op het Westerdokseiland met belendend appartementencomplex, vanuit onze positie valt vooral de smalle doorkijk op. “Met middenin dat hele smalle torentje met die houten luiken en die houten balkonnetjes en die smalle leistenen zijkant. Het heeft iets van een sprookjeskasteel. En is ook een beetje onheilspellend, omdat het zo gesloten is.”

Rosenboom heeft hier heel wat nieuwbouw zien verrijzen in de loop der jaren. “Dat is mooi als je lang dezelfde route aflegt, je houdt het allemaal bij. Het is wel zo dat je heel makkelijk vergeet hoe het eerst was.” Een van die nieuwe gebouwen is filmmuseum Eye aan de overkant. “Vaak vind ik een gebouw in aanbouw mooier dan wanneer het klaar is. Bij Eye was het omgekeerd, dat vond ik zo lelijk toen ze het aan het bouwen waren. Pas toen het werd bekleed met die witte tegels kreeg het zijn huidige vorm en nu vind ik het prachtig. Het heeft iets heel rustigs.” Zorgwekkend was wel dat er tot vlak voor de oplevering één witte tegel ontbrak. “Ik dacht steeds: ben ik de enige die dat ziet? Heeft iemand zo’n tegel uit zijn handen kapot laten vallen en moet er ergens een nieuwe gemaakt worden? Daar kan ik me zo druk om maken. Ik trek me altijd alles aan.”

 

Picknickplaats

We slaan de De Ruijterkade op en verpozen ons even later op steiger 18, die diep het IJ insteekt. Volgens Rosenboom een hele mooie picknickplaats, zo echt weg van de wal. “Kijk, in de stad moeten mannen hun T-shirt aanhouden, vind ik. Hoe heet het ook is. Maar hier op het ruime water mag je best in je blote bovenlichaam zitten. Niemand ziet je hier. En als het water golft, beweegt die steiger ook een beetje, dan neem je als het ware deel aan het watergebeuren.” Een ideale plek voor een flesje wijn en een hapje eten dus. Ook al omdat er geen loslopende honden (“van die enge beesten”) zijn, zoals in het park.

Aan het IJ is het sowieso aangenaam toeven met goed weer, bijvoorbeeld op het terras van het Muziekgebouw, jarenlang Rosenbooms favoriet. “Vanaf daar kijk je niet gewoon naar de overkant van het IJ, nee, je kijkt zo’n kilometer met het IJ mee, richting westen. De ondergaande zon is ’s zomers adembenemend mooi.” De IJ-kantine aan de overkant schijnt ook een heel mooi terras te hebben, zo heeft Rozenboom vernomen. “Alleen is dat nogal kindvriendelijk.”

Wat het Muziekgebouw betreft, zit Rosenboom iets flink dwars. Al jaren. Want de loopbrug tussen het theater en de vaste wal sluit niet goed aan; de brug is gewoon op het wegdek gelegd. “Dus daar is een opstapje. En daar staat dan al die tijd al een bordje naast op een betonnen voet: ‘Let op opstap’. Dat gebouw heeft iets van € 60 miljoen gekost en dan komt zo’n loopbrug niet helemaal lekker uit en zetten ze er zo’n lullig bordje neer!” Terwijl we vanaf steiger 18 weer het trottoir opstappen, lopen we over de oplossing: een schuin aflopend beweegbaar klepje dat voor een vrijwel naadloze verbinding tussen steiger en stoep zorgt. “Zie je?! Helemaal niet moeilijk. Een hightech gebouw, maar dat kunnen ze niet. Ik wil dat er Kamervragen over worden gesteld! Dat de directeur aftreedt!”

 

Zwanen

We vervolgen onze weg langs het IJ en nemen, ter hoogte van de oostzijde van het Centraal Station, de voetgangersbrug die evenwijdig loopt aan het fietspad. In de diepe gleuf die beide scheidt, ligt allerlei viezigheid, waaronder een vette hondendrol. En een schoen. Even verderop het bijpassende exemplaar. “Wie verliest er nou twee schoenen?”, vraagt Rosenboom zich af. “Dat is toch niet normaal. Dan denk je toch aan een vechtpartij. Of aan een beroving.”

Deze verontrustende gedachten maken even later plaats voor een kleine uitweiding over de zwaan. Die kan volgens hem in Amsterdam niet opstijgen. Hij schreef erover in zijn Boekenweekgeschenk Spitzen. “De afstanden tussen de bruggen zijn in de hele stad ongeveer hetzelfde, zo’n twee-, driehonderd meter en zwanen hebben een hele lange aanloop nodig. Ik zag een keer een zwaan proberen op te stijgen, maar die haalde niet genoeg hoogte voor de eerste brug. Hij kon zich alleen nog in het water laten vallen.” Rozenboom had hem graag verteld dat hij richting noorden moest zwemmen, naar het IJ. “Ik heb wel eens een zwaan die kant op zien zwemmen, maar vlak voor-ie echt op het IJ was bleef-ie hangen. Ik wilde hem er wel naartoe roepen: ‘Zwem nou even door, daar kan het!’” Maar ook als het kan, komt de zwaan slechts met grote moeite de lucht in. “Eigenlijk had de KLM geen slechter logo kunnen kiezen.”

 

Plaveisel

We passeren een inhammetje in het water, waarvan het wilde riet deels is weggehaald – een work in progress want de aarden wal (“een van de weinige nog in Amsterdam”) wordt geplaveid. Op een manier, zo dringt opeens door, die sterk aan de bestrating van de Dam doet denken. Dat is schrikken. “Jezus Christus! De Dam! Je voelt je fiets uit elkaar trillen als je daar fietst! Dat is mijn andere ergernis.” Maar daar kunnen we niet te lang bij stilstaan, want de Oosterdokskade nadert en die voert ons weer naar de binnenstad. Rozenboom moet aan het werk.

 

NAAM Thomas Rosenboom (Doetinchem,1956).

IS Schrijver.

DEBUUT Bedenkingen (1982).

LAATSTE BOEK De rode loper.

PRIJZEN Libris Literatuurprijs voor Gewassen vlees en Publieke Werken.

OPVALLEND Trekt zich de dingen snel aan.

 

Marcella van der Weg

Mei 2013


 

 

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Architectuur Amsterdammers
Editie:
Mei
Jaargang:
2013 65
Rubriek:
Vaste route
Tijdperk:
Vanaf 2000