De vaste route van Simon Reinink

Concertgebouwdirecteur Simon Reinink woont in Oud-Zuid. Een mooie buurt, zegt hij. Hooguit vier verdiepingen, baksteen, met liefde gebouwd. Maar hij maakt zich zorgen om de bouwwoede.

 

 

Valerius                      Verbouwingen              Architectuur           Rest. Oud-Zuid

Banstraat- Van Breestraat - Emmastraat - Johannes Verhulststraat –

 

                                                   Café Welling                                           Concertgebouw

Cornelis Schuytplein - Jan Willem Brouwersstraat - Concertgebouwplein

 

 

Simon Reinink studeerde rechten, werd advocaat, stapte over naar de uitgeverswereld, en toen, in 2006, kwam het Concertgebouw op zijn pad. “Een prachtige stap, een gelukkige stap, iets wat je niet kunt bedenken. Te mooi om waar te zijn. Ik was altijd met muziek bezig. Ik speelde klassiek gitaar, ik heb overwogen om naar het conservatorium te gaan, maar daar heb ik van afgezien. Ik was niet voldoende alléén in muziek geïnteresseerd, en gitaar is een lastig instrument om carrière mee te maken. Dus ik dacht: ik ga iets heel anders doen en hou de muziek als liefhebberij.”

Voor de baan moest hij van Utrecht naar Amsterdam verhuizen. “Het was een voorwaarde dat ik om de hoek kwam wonen. Het is een hele intensieve baan, een 24/7 bedrijf, er gebeurt altijd iets, er zijn heel veel concerten en evenementen waar ik bij moet zijn en dan is reistijd onpraktisch. Maar ik vind zelf ook dat je als directeur van het Amsterdamse Concertgebouw burger van de stad moet zijn.”

Hij woont in de Banstraat, vlak bij het Concertgebouw, in een kleurrijk rijtje huizen uit 1903, tussen de Valeriusstraat en de Van Breestraat. Rode en gele baksteen, sierlijke erkers, elk met een eigen kleur. We lopen van zijn huis naar zijn werk, met een omweg door de buurt, een rondje dat hij ook met de hond maakt.

 

Buurtschap

Is het een fijne buurt? “Amsterdam is toch een heel andere stad dan Utrecht. Je merkt dat hier veel minder buurtschap is. Daar was altijd contact met de buren en de kinderen liepen in en uit. Dat is in Oud-Zuid heel anders. Er zijn hier veel expats, veel appartementen, het klassieke wonen van vroeger, met gezinnen en lokale winkeltjes, dat is er niet meer. Maar de staat van onderhoud is ontzettend goed. Al die panden zijn nu ongelooflijk kostbaar, dus die worden supergoed onderhouden.”

Ze worden ook uitgebreid verbouwd: overal in de Van Breestraat wordt gegraven, staan containers, mobiele toiletten. We houden stil voor een huis waar in de kelder schilders druk bezig zijn. Reinink: “Dit huis is het passerpunt van die bouwwoedeproblematiek. Hier is een kelder gemaakt van drie meter diep, die tot een verzakking leidde. Het hele pand raakte instabiel. Mijnheer Dekker van de overkant is er een actie over begonnen. Kijk, als de fundering verrot is, dan moet je natuurlijk aan de bak. Maar een kelder uitgraven alleen maar om eraan te verdienen? Amsterdam moet heel erg oppassen dat die gentrificatie niet doorzet. In Londen staan hele buurten gewoon leeg. Het hele sociale weefsel is er weg.”

De prijzensprong van huizen heeft ook gevolgen voor de musici die bij het Concertgebouworkest spelen. “Vroeger konden zij zich nog een huis in de Van Breestraat permitteren. Dat was toen normaal en is nu ondenkbaar. Zó slecht is dat: geen jonge starters meer, geen gezinnen, geen kinderen die opgroeien. Weg zijn de jonge creatieven die een start-up beginnen of een beroep hebben waarmee ze niet zo gek veel geld zullen verdienen. Dat is een enorme verarming voor de stad.”

 

Ruggengraat

Reinink mist een sterk sociaal weefsel, maar wordt al wandelend door nogal wat passanten begroet. Is deze buurt de typische ‘habitat’ van de Concertgebouwbezoeker? “Nou, ik weet niet of het Concertgebouw wel een habitat heeft. De bezoekers komen uit heel Amsterdam, uit heel Nederland. De klassieke muziek is en blijft onze ruggengraat, maar we hebben ook steeds meer concerten uit andere windstreken. Pop of jazz, artiesten uit de Maghreb, soms uit India. Daar is publiek voor, jazeker, maar het is wel iets wat we moeten opbouwen. Dat gaat niet van de ene op de andere dag.”

We staan stil bij een gewoon huis op de hoek met de Emmastraat. Reinink wijst op de decoraties in de gevel, hoekjes en bandjes in gele baksteen. Heel eenvoudig. “Ik ben de zoon van een architectuurhistoricus, dus ik kijk altijd naar hoe huizen gemaakt zijn, het ritme van de gevels, de kleurstelling. Wat van Amsterdam zo heel fijn is, ook van deze Van Breestraat, is de menselijke maat. Deze huizen hebben twee, drie, hooguit vier verdiepingen en zijn van baksteen: een natuurlijk materiaal. Bijna ieder huis is anders. Er is een mix waarvan de som der delen groter is dan de losse delen bij elkaar. Ontzettend leuk. De acacia’s die hier staan, maken het extra mooi, net als het wegdek van klinkers, geen asfalt.

“Die menselijke maat maakt het heerlijk om in Amsterdam te wonen. Bij de brute nieuwbouw van vandaag is er zo weinig aandacht voor het ambacht. Slechte kleuren, slechte baksteen, liefdeloos, ongeïnteresseerd gekozen. Zo’n stukje gevel, met die kleine decoraties, is met liefde en met ambacht gebouwd. Dat vind ik zó belangrijk.”

 

Hoppekee

Aandacht, liefde, ambacht: is dat ook waar het in het Concertgebouw om draait? “Absoluut. Het is een cliché, maar toch: alles wat werkelijk van waarde is in het leven, wat echt belangrijk is, kun je niet meten. Het gaat om een sublieme muzikale uitvoering, iets waardoor je opgetild wordt. Vanuit die drive hebben ze destijds het Concertgebouw neergezet. Andere aspecten speelden natuurlijk ook een rol: vooraanstaande burgers die wilden dat Amsterdam mee ging doen op het grote Europese toneel, met een goed theater, een goede concertzaal en een goed museum, hoppekee, mee in de vaart der volkeren. Maar zij hebben ons wel een onwaarschijnlijk geschenk nagelaten.”

Oud-Zuid is een charmante buurt. Op de hoek van de Johannes Verhulststraat en de Emmastraat zit nog een kleine Albert Heijn, met gouden letters op de gevel. Het valt op hoeveel horeca erbij gekomen is. “Iets meer dan vroeger. Restaurant Oud Zuid zat er al toen ik kwam, Valerius kwam toen ik er woonde, en Welling is natuurlijk een en al historie, een heel gezellig café, een icoon.” Ik merk op dat de muziek van de componisten waar al die straten naar genoemd zijn – Johannes Verhulst, Johannes van Bree, Joan Albert Ban, Jacob Obrecht – bijna nooit in het Concertgebouw wordt gespeeld. “Ach ja”, zegt Reinink, “de Engelsen hebben daar een mooie term voor: justly forgotten, terecht vergeten.”

We naderen het muziekpaleis. De kantoren zitten in de huizen aan de achterzijde, waar vroeger de tuin was. Vindt hij dat het Concertgebouw nog altijd een hoge drempel heeft? “Dat neemt sterk af. Er zullen soms nog mensen zijn die geïntimideerd of geïmponeerd zijn door dat prachtige gebouw, maar iedereen ervaart de pracht van die zaal. Die voegt echt iets toe aan een concert, nog afgezien van die akoestiek.”

In het gebouw is iedere vierkante millimeter in gebruik. “We hebben al sinds jaar en dag structureel ruimte te kort, maar dat geeft wel aan dat het hier zoemt van activiteiten. Het gebouw wordt helemaal gebruikt waarvoor het ooit bedoeld is. Dat is heel fijn. Ik durf de stelling aan dat het er sinds de opening in 1888 nog nooit zo goed en zo mooi heeft bijgestaan als nu.”

 

WIE SIMON REININK (Wassenaar, 1966)

STUDEERDE rechten, na een jaar muziekwetenschappen

WAS advocaat en werkte vervolgens in de uitgeverswereld

kIS algemeen directeur van het Concertgebouw (gebouw en orkest zijn twee verschillende organisaties)

BEZOCHT van jongs af aan uitvoeringen van het Concertgebouworkest

UITSPRAAK ‘Je voelt de muzikale historie doorklinken in alle poriën van dit gebouw’

 

 

kader

Mahlerfeest

Het Concertgebouw maakt zich op voor het Mahlerfestival. Orkesten en solisten uit de hele wereld komen naar Amsterdam om van 8 tot en met 17 mei Mahlers symfonische werken te spelen. Ook in 1920 en 1995 stond het Concertgebouw in het teken van de grote componist. Gustav Mahler onderhield een warme band met het orkest. Zijn weduwe, Alma Mahler, was in 1920 eregast. Honderd jaar later treden vier orkesten aan die Mahler zelf nog gedirigeerd heeft: de New York Philharmonic, de Wiener Philharmoniker, de Berliner Philharmoniker en het Koninklijk Concertgebouworkest. Op het Museumplein komt een Mahlerpaviljoen. De optredens zijn via een livestream te horen en te zien. MAHLERFESTIVAL.CONCERTGEBOUW.NL

 

Koen Kleijn 

Aprilnummer 2020

 

Delen:

Buurten:
Zuid
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
April
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Vaste route
Tijdperk:
Vanaf 2000