De vaste route van Ronald Cornelisse

Amsterdam telt 500 tot 1000 daklozen. Preciezere cijfers heeft de GGD niet. Ronald Cornelisse (50) is een van hen. Hij slaapt in een bootje, krijgt een daklozenuitkering en verkoopt Z! de Amsterdamse straatkrant. Elke dag loopt hij van de Westlandgracht naar zijn standplaats bij de Albert Heijn op het Krugerplein. Hond Chiro is z’n maatje.

Ronald Cornelisse is geboren en getogen in de Nieuwmarktbuurt. “Het was een fantastische buurt”, zegt hij. Zijn vader had er een café. “Na de middelbare school heb ik overal gewerkt, in de bouw, in de horeca. Ik liep de coffeeshops af met samples van drugs, die werden daarna besteld en afgeleverd. Ik heb nog met Sam Klepper en John Mieremet gewerkt. In de jaren tachtig ging dat heel ontspannen. Het kantoortje waar het spul werd verpakt, was naast het politiebureau. Er zijn maar weinig collega’s over uit die tijd.

“Ik belandde in de gevangenis. Toen ik eruit kwam, kon ik niks en was ik gebrandmerkt. Ik ging op vakantie in Frankrijk en werd daar verliefd. Achttien jaar heb ik in Normandië gewoond. Dat was de mooiste tijd van mijn leven. Terug in Nederland was het eerste wat ze vroegen of ik ‘nog in de handel zat’. Ik ging voor Stanley Hillis werken. Weer gepakt. In de Bijlmerbajes heb ik nog voor Cor van Hout gekookt, in zo’n waterkoker. Groenten, vlees, rijst – in ieder geval iets wat een beetje beter smaakte dan het gevangenisvoedsel.”

 

Brand

“Ik vond een kamer op de Nieuwezijds Voorburgwal. Een buurman draaide door en stak het pand in de fik. Ik had net boodschappen gedaan, rende naar binnen om mijn honden te redden. Er waren twee doden. Een buurjongen van 25 sprong naar beneden en een meisje is levend verbrand. Ik had niets meer, stond opeens op straat, zonder familie waar ik naartoe kon. Ik raakte tussen de wal en het schip. Bij de Sociale Dienst was er zo’n mevrouw achter een computer die eigenlijk niet naar je luistert. Ik had geen legitimatie. Geen uitkering. Bij het maatschappelijk werk viel ik buiten de criteria, want ik was niet verslaafd aan drank of drugs. Toen was ik dus officieel dakloos.

“Ik heb een jaar in het Beatrixpark gebivakkeerd, in die kruidentuin tegenover de RAI. Hoge heggen, rustig, uit het zicht. Buurtbewoners brachten me koffie. De stadswacht – je mag niet buiten slapen – deed ook niet moeilijk. Met terugwerkende kracht heb ik uiteindelijk een daklozenuitkering gekregen, en daarvan kocht ik een bootje.

“Een daklozenuitkering is € 500,- in de maand. Ik heb veel steun aan Pepper, mijn buurman. Ook dakloos, ook op een bootje. We passen op elkaar. We hebben samen een kaart bij het fitnesscentrum, kunnen we douchen. Kost maandelijks € 30,-; met zijn tweeën is dat vijftig cent per dag. En ik heb een hond, Chiro. Die is alles voor me.”

 

Hamburger

“Ik ben de Z! gaan verkopen omdat de boot lek raakte. De reparatie kostte € 300,-. Ik sta op het Krugerplein. Een uur lopen vanaf de Westlandgracht. Onderweg laat ik Chiro even spelen op die grasvelden in het Vondelpark, als-ie vriendjes tegenkomt. In de supermarkt moet hij de hele dag stilliggen. Ik heb eens een week in het park geslapen, bij dat beeld van Vondel. Om te provoceren. De politie maakte me wakker, met getrokken pistool. ‘Luister, ik weet ook niet waar je moet wonen’, zei de commandant, met van die strepen op zijn schouder. ‘Als jij nou zorgt dat die tent weg is, dan doe ik niet moeilijk.’ Dat zette kwaad bloed bij andere jongens, die wél uit de bosjes geschopt werden. Ze dachten dat ik de boel verraden had. 

“Er is veel verschil tussen daklozen onderling. Jaloezie. Opvanghuizen probeer ik te vermijden, daar hangt een sfeer van frustratie en vijandigheid. Er zijn zware drugsgebruikers en zware alcoholisten bij, die kunnen niet voor zichzelf zorgen. Verslaafden willen altijd wat van je: shag, geld. Solidariteit is er niet. Er wordt van elkaar gestolen.

“Ik loop niet over de Cuyp, dat is te druk met die hond. Voorbij de Amstel is De Spreekbuis in de Tweede Oosterparkstraat, een inloophuis. Telefoon opladen, bakje koffie, een beetje praten. Dinsdag en donderdag warm eten. Voedzaam, maar weinig smaak. ’s Ochtends een hamburger met patat. Ik wil toch wel een beetje groente! 

“Om een uur of half twaalf ga ik naar het Krugerplein. In de Albert Heijn verkoop ik de daklozenkrant: € 1,35 inkoop, € 2,50 verkoop. Zo’n twintig krantjes in die zes uur dat ik er sta. Een probleem is wel dat veel supermarkten al bezet zijn. Je regelt zo’n plek eerst zelf, dan wordt er contact gelegd met de winkelmanager, zodat je een vaste plaats krijgt. Ik verkoop ook van die milieuvriendelijke tasjes. Solidaire huisvrouwen geven ze weg aan hun vriendinnen.”

 

Chiro

Zijn hond Chiro is een belangrijke hulp, bij alles. Ook bij het maken van contact. “Als iemand je op straat zomaar aanspreekt, denk je meteen: die wil iets van me. Met een hond is de connectie veel makkelijker te maken. Mensen zeggen die hond gedag: ‘Is-ie lief, kan ik hem aaien?’ Ik kom eens in de zoveel tijd bij Flesseman, het verzorgingstehuis op de Nieuwmarkt. Daar zien die mensen naar uit, gaan ze koekjes voor hem halen, knuffelen. Ik heb al zes weken geen hondenvoer gekocht. Ik krijg zelfs te veel!

“Ik krijg ook wel eens een trap of een sneer. Mensen plakken snel een etiket op. Je bent vast een junk, het zal wel je eigen keus zijn, dat soort dingen. Ze begrijpen niet dat je door een brand opeens alles kwijt kunt zijn. Als ik mijn relaas kan doen, krijg ik heel positieve reacties. Drie weken geleden hoorde een meisje mij het hele verhaal aan iemand anders vertellen. Ze ging naar huis en kwam terug met € 2700,- spaargeld. Dat weigerde ik natuurlijk aan te nemen. Mooie mensen, die laten je niet zomaar zakken. Tranen in mijn ogen.

“Soms is de situatie uitzichtloos. Vooral nu, in de dagen dat de kerst eraan komt. Die hond zorgt voor mij. Hij biedt een stukje veiligheid, maar vooral gezelschap en geruststelling. Ik hebt iets om voor te zorgen en dat zorgt er ook voor dat ik niet verder afglijd. Ik drink al elf jaar geen alcohol meer. Chiro is alles. Als ik ’s depressief ben, dan heeft-ie dat door.”

 

WIE RONALD CORNELISSE (Amsterdam, 1969)

IS dakloos

WOONT in een bootje in de Westlandgracht

VERKOOPT Z! de Amsterdamse straatkrantop het Krugerplein

 

DAKLOZENKRANTVERKOPERS

Zwas in 1995 de tweede daklozenkrant in Nederland (Utrecht had in 1994 in Nederland de primeur met Straatnieuws) en verschijnt elke drie weken. Uitgever is de Stichting Z, die zo’n veertig medewerkers telt. Vorig jaar verkochten de circa 140 verkopers er 153.484. Die verkopers zijn zzd’ers: zelfstandigen zonder dak. Ze verdienen er niet alleen wat geld mee. Ze doen ook sociale contacten op en ‘kunnen verder kijken dan de dag lang is’, zoals het zelf formuleert. Z-verkopers zijn op een actieve manier bezig hun eigen levensomstandigheden te verbeteren.

WWW.Z-KRANT.NL

 

Koen Kleijn

Decembernummer 2019

Delen:

Buurten:
Oost Zuid
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
December
Jaargang:
2019 71
Rubriek:
Vaste route
Tijdperk:
1950-2000 Vanaf 2000