De vaste route van Rinus Michels

“Als we hadden gewonnen. Dat was feest!”

Rinus Michels (1928) debuteerde op achttienjarige leeftijd in het eerste van Ajax. Hij triomfeerde er later als trainer en was vervolgens succesvol als bondscoach. Zijn jongensjaren bracht hij door in de Stadionbuurt, waar hij voetbalde op het inmiddels volgebouwde Zandland aan het Zuider Amstelkanaal.

Gestoken in een warm leren jack - het is een sombere dag - tuurt Rinus Michels door de ruitjes die de houten toegangsdeur tot zijn voormalige school flankeren. Achter in de kale gang staat een motor geparkeerd. De derde openbare lagere Montessorischool op het Hygiëaplein 7 is niet meer. Het schoolgebouw - opgetrokken in het jaar dat Michels werd geboren - dient tegenwoordig als woonruimte en staat er wat haveloos bij. Van hieruit toog de kleine Rinus in de jaren dertig regelmatig naar ‘’t Zandland’, tussen het Zuider Amstelkanaal en de A10. Om te voetballen. Want ook toen al was alles bij hem “gerelateerd aan voetbal”.

Rondom het schoolplein - de andere drie scholen op het plein doen nog steeds dienst - spelen kinderen verstoppertje. “In mijn tijd speelden we vooral ‘diefje met verlos’. En we voetbalden natuurlijk, op de stoep en op de weg want het schoolplein was destijds een plantsoentje en daar mochten we niet in. Verkeer was er nog nauwelijks.” Voor het serieuze voetbalwerk weken Rinus en andere buurtkinderen uit naar het toen nog onbebouwde terrein tegenover de Stadionkade. “We verzamelden voor school en op het Olympiaplein en trokken met z’n allen naar het Zandland. Je moest op oorlogssterkte zijn, want je wilde winnen.”

Een gevulde koek en een kogelflesje

Michels kreeg op jonge leeftijd al vaak te horen dat hij “met een bal was geboren”. “En dat klopt.” Lachend wijst hij naar Hygiëaplein 40, zijn oude kleuterschool (nu Europaschool). “Ook toen had ik altijd al een balletje bij me. Op een dag pakte de kleuterjuf ’m af. Maar ik was een dikkop en zei: ‘Als ik die bal niet terugkrijg, ga ik naar huis!’ Ze was overdonderd en gaf mijn bal terug.”

We slaan linksaf de Marathonweg in en gluren even bij het kinderdagverblijf op nummer 53 naar binnen. Een Anton Pieck-achtige tekening in de etalage verwijst naar de banketbakker die hier vroeger zat. Michels kon er nooit iets kopen, daar was geen geld voor. “Mijn moeder stuurde me er wel eens op uit voor een half onsje ontbijtspek en dat kocht je dan op de lat. Zaterdags werd er afgerekend, als mijn vader zijn loon had gehad.”

Moeder Michels was overigens niet altijd gelukkig met de hobby van haar zoon: dat voetballen kostte jaarlijks een paar nieuwe schoenen. Michels senior was daarentegen een fanatiek liefhebber. Terwijl we via het Olympiaplein de Parnassusweg inlopen, vertelt Michels dat zijn vader - zetter bij het Algemeen Handelsblad - zelf graag bij Ajax had gevoetbald. “Hem was het niet gelukt, dus ik moest het doen. Hij gaf ook aanwijzingen, maar nooit op een vervelende manier. Verstand en emotie waren bij hem in evenwicht. Tegenwoordig laten ouders zich aan de zijlijn te veel door hun emoties meeslepen, misschien ook gedreven door de illusie dat hun zoon een goedbetaalde prof kan worden. Wij waren al blij als we hadden gewonnen. Dan liepen we hier op de terugweg met een gevulde koek en een kogelflesje. Dat was feest!”

Op de Stadionkade, voor de bakstenen brug over het Zuider Amstelkanaal, staat Michels stil aan de voet van het inmiddels volgebouwde ‘voetbalveld’, dat destijds oneindig leek. “Toen lag er nog een stalen brug en daarachter alleen maar zand. Er stond zelfs geen boom.” Doelpalen stonden er ook niet, daar gebruikten de voetballertjes hun schooltassen of lege flesjes voor.

Voetje voor voetje

Het uitzicht over het kanaal wordt nu belemmerd door het kantoor van advocaten en notarissen Houthoff en Buruma, dat deels over de Parnassusweg is gebouwd. We lopen door en ondertussen speurt Michels de horizon af, op zoek naar de - onvindbare - klokkentoren die hij vroeger altijd hoorde beieren. “En dan wist je dat je weer te laat was. Met dat voetballen verloor je alle begrip van tijd.”

Vlak voor het Kantongerecht op nummer 228 demonstreert Michels plotseling een oud ritueel: ‘Voetje voor voetje’. Wie won mocht als eerste kiezen wie hij in zijn team wilde hebben. “Dat luisterde heel nauw. In augustus werden hier ook wedstrijden tussen schoolelftallen gehouden. Ik had een vriendje dat heel graag met ons wilde meedoen, maar hij kon helemaal niet voetballen. Je kon het niet maken betere spelers te passeren, dus toen heb ik gewoon twaalf man opgesteld en niemand die het in de gaten had. We kregen overigens wel behoorlijk klop. Niemand wilde kneusjes in zijn team; die mochten hooguit op doel staan. Jongens die een échte voetbal hadden, een kostbaar bezit in die tijd, genoten de meeste privileges.” En de kleine Rinus zelf trok - ook toen al - de leiding naar zich toe.

We lopen terug naar de derde openbare lagere Montessorischool - een bewuste keuze van Michels’ vader. “De zelfwerkzaamheid van het Montessori-onderwijs sprak hem erg aan en dat gemoedelijke had ik ook voor ogen toen ik trainer werd bij Ajax. Maar het is anders gelopen, ja. Sommige spelers konden die vrijheid niet aan en er móést gepresteerd worden. Ajax behoorde tot de favorieten.”

Op het Hygiëaplein wordt gevoetbald. “Dit is natuurlijk de meest primitieve vorm van voetbal,” doceert Michels, die het tafereel welwillend gadeslaat. “Met z’n allen ongecontroleerd achter de bal aanhollen.” De bal schiet over het hekje. Soepeltjes schopt Michels hem terug. Bedeesd komt er een jochie aangelopen – met Ajax-muts op het hoofd. “Bent u meneer Michels?” Met een royaal gebaar zet Michels een handtekening op het meegebrachte papiertje.

Tekst: Marcella van der Weg
Foto: Stadsarchief
Februari 2002

Delen:

Buurten:
Zuid
Dossiers:
Sport
Rubriek:
Vaste route
Tijdperk:
1950-2000